<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:2551</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:03:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11430091 BU VERZ 24-2823</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2551">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2551</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T09:58:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:2551 Rechtbank Noord-Nederland , 19-06-2025 / 11430091 BU VERZ 24-2823</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2551:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. R336 – ‘geen voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen op een kruispunt’. Het administratief beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. In zijn beroepschrift heeft betrokkene aangegeven dat hij zijn persoonlijke omstandigheden graag wilde toelichten. Hierop is niet gereageerd. De officier van justitie heeft geen contact met betrokkene opgenomen. Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. De officier van justitie heeft daarom niet voldaan aan het zorgvuldigheidsvereiste, dus kan de beslissing op administratief beroep niet in stand blijven. De kantonrechter overweegt dat betrokkene niet fatsoenlijk is behandeld door de officier van justitie en dat er een dusdanig gebrek aan de besluitvorming door de officier van justitie kleeft, dat hij ook de inleidende beschikking vernietigt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2551:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 262862703</para>
      <para>zaaknummer: 11430091 BU VERZ 24-2823</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>19 juni 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>die woont in [woonplaats].</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: R336 – ‘geen voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen op een kruispunt’, verricht op 9 december 2023, om 22:19 uur, op de Hoogeweg bij de kruising met de Kromme Riet in Groningen, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 19 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter</title>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Betrokkene stelt dat hij zich door het tijdsverloop niet kan herinneren wat de omstandigheden waren waardoor hij destijds te laat in administratief beroep is gegaan. Hij heeft veel stress en gezondheidsproblemen. Betrokkene vindt het onbeschoft dat hij niet is gehoord.</para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het administratief beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De beroepstermijn bedraagt zes weken,<footnote-ref linkend="_1f3bbb66-7a83-45fd-bdff-f0a9353ce2d4" /> waarbij de termijn begint op de dag na die waarop het besluit (in dit geval de boete) op de voorgeschreven wijze (hier door verzending per post) is bekendgemaakt.<footnote-ref linkend="_4cddd844-522f-47ad-86b4-22a9e8f5a750" /> De termijn is gaan lopen op 19 december 2023. Op de poststempel bij het beroepschrift is te lezen dat betrokkene het pas op 3 februari 2024 ter post heeft aangeboden, terwijl de beroepstermijn liep tot 29 januari 2024. Betrokkene is dus te laat in beroep gegaan.<footnote-ref linkend="_bb5d67df-a38f-438d-9539-852b4c3d5a58" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>In zijn beroepschrift heeft betrokkene aangegeven dat hij zijn persoonlijke omstandigheden graag wilde toelichten. Hierop is niet gereageerd. De officier van justitie heeft geen contact met betrokkene opgenomen. Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. De officier van justitie heeft daarom niet voldaan aan het zorgvuldigheidsvereiste, <footnote-ref linkend="_b2f6e101-68d8-4fea-ba2c-7843ea1cff3f" /> dus kan de beslissing op administratief beroep niet in stand blijven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De kantonrechter overweegt dat betrokkene niet fatsoenlijk is behandeld door de officier van justitie en dat er een dusdanig gebrek aan de besluitvorming door de officier van justitie kleeft, dat hij ook de inleidende beschikking vernietigt. Het beroep is gegrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beschikking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de zekerheidstelling aan betrokkene moet worden terugbetaald.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.W. Veenstra, griffier					mr. H.J. Bastin, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1f3bbb66-7a83-45fd-bdff-f0a9353ce2d4" label="1">
    <para> Artikel 6:7 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cddd844-522f-47ad-86b4-22a9e8f5a750" label="2">
    <para> Artikel 6:8, eerste lid van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb5d67df-a38f-438d-9539-852b4c3d5a58" label="3">
    <para> Artikel 6:9, tweede lid van de Awb zegt dat bij verzending per post, een bezwaar- of beroepschrift alsnog tijdig is ingediend als het voor het einde van de beroepstermijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Daaraan heeft betrokkene niet voldaan.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2f6e101-68d8-4fea-ba2c-7843ea1cff3f" label="4">
    <para> Artikel 3:2 van de Awb verplicht de officier van justitie om bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>