<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:1741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-13T11:00:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 25/1526</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-08T15:24:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:1741 Rechtbank Noord-Nederland , 09-05-2025 / LEE 25/1526</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:1741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek voorlopige voorziening hangende een AVG-bezwaar. Spoedeisend belang ontbreekt. 8:42 Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:1741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: LEE 25/1526</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] , uit [woonplaats] , verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.E. van der Werf).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit op een verzoek om inzage op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). </para>
      <para>Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 9 april 2025 heeft verweerder beslist op het inzageverzoek van verzoeker. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. </para>
    <para />
    <para>3. Een eerder verzoek van verzoeker tot het treffen van een voorlopige voorziening is behandeld op de zitting van de voorzieningenrechter van 12 maart 2025. In de uitspraak van 19 maart 2025<footnote-ref linkend="_f9390493-7a25-4a94-8a7f-1380e0167ffd" /> is opgenomen dat ter zitting de volgende afspraken zijn gemaakt:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Binnen 14 dagen na de datum van de zitting zal verweerder verzoeker inzage geven op grond van de AVG;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Binnen 14 dagen zal verweerder aan verzoeker mededelen of het mogelijk is om inzage te krijgen in het volledige dossier en op welke wijze dat kan plaatsvinden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Binnen 28 dagen zal verweerder verzoeker inzage geven in de documenten die verzoeker noemt in zijn brief van 6 juli 2024 aan verweerder.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In het nu bestreden besluit van 9 april 2025 stelt verweerder dat bij een zoekslag twee documenten zijn gevonden, die in geredigeerde vorm aan verzoeker worden verstrekt. Over een ander mogelijk document waarvan verzoeker een omschrijving heeft gegeven, merkt verweerder op niet te kunnen duiden welk document verzoeker precies vraagt. Om die reden wijst verweerder het verzoek om inzage van dat document af. Het inzageverzoek wordt tevens afgewezen voor documenten die tot verzoekers dossier in een andere zaak behoren omdat deze al aan hem zijn verstrekt. Ten slotte merkt verweerder op dat een jurist van Team Bezwaar en Beroep bezig is met een inventarisatie uit welke documenten het volledige dossier bestaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In het verzoekschrift dat nu voorligt schrijft verzoeker onder meer:</para>
        <para>‘Helaas moet ik vaststellen dat de Nvwa maar deels de gemaakte afspraken is nagekomen,</para>
        <para>daarom heb ik hier bezwaar tegen gemaakt. De brief hierover heb ik tevens in kopie</para>
        <para>bijgevoegd en ik verwijs u naar de inhoud hiervan. Aangezien ik niet verwacht dat de Nvwa</para>
        <para>de gemaakte afspraken alsnog tijdig zal nakomen, verzoek ik u opnieuw een besluit</para>
        <para>voorlopige voorziening te nemen in deze zaak.</para>
        <para>De reden hiervoor is dat ik de gevraagde informatie nodig heb in tal van rechtszaken bij het</para>
        <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven te Den Haag. De zitting hiervoor is begin</para>
        <para>september dit jaar en om stukken tijdig in te kunnen brengen is er geen tijd voor regulier</para>
        <para>bezwaar en beroep’.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter biedt artikel 8:42 van de Awb (zie in de bijlage de relevante bepalingen) voldoende waarborgen dat in de procedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) alle relevante stukken tijdig aan verzoeker zullen toekomen. De wet biedt het CBb voldoende instrumenten om dit te bewerkstelligen. Om die reden concludeert de voorzieningenrechter dat zich in het kader van de AVG-procedure geen spoedeisend belang voordoet.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
      <para>8:42</para>
    </parablock>
    <para>1. Binnen vier weken na de dag van verzending van de gronden van het beroepschrift aan het bestuursorgaan zendt dit de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de bestuursrechter en kan het een verweerschrift indienen. Indien de bestuursrechter om een verweerschrift heeft verzocht, dient het bestuursorgaan binnen vier weken een verweerschrift in.</para>
    <para>2. De bestuursrechter kan de in het eerste lid bedoelde termijnen verlengen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8:81</para>
    </parablock>
    <para>1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f9390493-7a25-4a94-8a7f-1380e0167ffd" label="1">
    <para> Zaaknummer LEE 24/4892, ECLI:NL:RBNNE:2025:978.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>