<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-06T16:01:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 24/4902 en LEE 24/5100</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-20T14:10:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:151 Rechtbank Noord-Nederland , 20-01-2025 / LEE 24/4902 en LEE 24/5100</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekers komen op tegen verkeersbesluiten tot plaatsing van bushaltes en tot instellen van een 30km-zone. De door verzoekers benoemde problemen worden echter niet rechtstreeks veroorzaakt door deze wijzigingen. Schorsing van de besluiten levert hen dus niets op. Voor een verderstrekkende voorziening ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: LEE 24/4902 en LEE 24/5100 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 januari 2025 in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam 1] en [naam 2] , uit Eelde, verzoekers</title>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Martens),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo</emphasis>, verweerder </para>
      <para>(gemachtigden: mr. B. Rink en J. Soppe).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorzieningen van verzoekers tegen een besluit van 19 december 2023 tot plaatsing van bushaltes (LEE 24/4902) en tegen een besluit van 15 juli 2024 tot verlaging van de maximumsnelheid naar 30 kilometer per uur, hierna: 30 km (LEE 24/5100). De besluiten betreffen de Hoofdweg te Eelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 2 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [naam 1] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van de besluiten en feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Hoofdweg is een doorgaande weg binnen de bebouwde kom van Eelde. Op enig moment heeft de openbaarvervoermaatschappij Qbuzz kenbaar gemaakt bussen te zullen laten rijden door de Hoofdweg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter voorbereiding van het besluit over de bushaltes die benodigd zijn voor de ov-route heeft verweerder een ‘akoestische quickscan reconstructie Hoofdweg Eelde’ en een ‘monitoringsplan trillingsonderzoek’ laten verrichten. Op 23 januari 2023 heeft de korpschef van politie een positief advies afgegeven. Op 9 maart 2023 heeft verweerder een ontwerpverkeersbesluit ter inzage gelegd. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft verweerder een Nota beantwoording zienswijzen opgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij verkeersbesluit van 19 december 2023 heeft verweerder besloten tot plaatsing van de bushaltes. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld (LEE 24/691). Ook door een derde is beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij verkeersbesluit van 15 juli 2024 heeft verweerder besloten tot verlaging van de maximumsnelheid naar 30 kilometer per uur. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld (LEE 24/3630).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verzoekers wonen op het [adres] . Eén van de bushaltes is dicht bij hun woning geplaatst.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>5. De beoordelingsmaatstaf voor een verkeersbesluit is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als volgt geformuleerd<footnote-ref linkend="_d01aec35-35c5-4ed7-8b86-57a971d8a0ec" />:</para>
    <para>Het college komt bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde begrippen. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het college heeft vastgesteld welke verkeersbelangen naar zijn oordeel bij het besluit moeten worden betrokken, moet het die belangen tegen elkaar afwegen. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht).</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de gronden van beroep en verzoek hebben verzoekers het volgende aangevoerd wat betreft de hinder die zij vrezen.</para>
        <para>Er is geen sprake van een geloofwaardig 30 km-ontwerp, waardoor er te hard zal worden gereden. De trillingen van bussen veroorzaken verder mogelijk schade aan de woning. Onderzoek hierna vindt pas plaats nádat de plannen zijn uitgevoerd. Het is onaannemelijk dat de plannen op dat moment weer worden teruggedraaid. Ook is er geen onderzoek gedaan naar geluidsoverlast van bussen; slechts autogeluid is onderzocht. Voorts zou de bushalte 50 meter kunnen worden verplaatst. Dit maakt de verkeerssituatie overzichtelijker, betekent dat het zebrapad optimaler gebruikt kan worden en ontziet de monumentale boom ter plaatse.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft verzoeker [naam 1] naar voren gebracht dat het nu vooral gaat om de veiligheid. Hij heeft daartoe de volgende toelichting gegeven.</para>
        <para>Het wegontwerp leidt er niet toe dat het geloofwaardig is dat er 30 km gaat worden gereden en het maakt dat de veiligheid van de fietsers niet gewaarborgd wordt. Er is geen enkel afremmend effect van de aangebrachte plateaus. De weg was verdeeld in drie gedeeltes en was niet overal even breed. Nu is dat uniform, wat op zichzelf goed is, maar het is nu breder waardoor men dus harder kan rijden. Eerst waren er fietssuggestiezones, nu rijden de fietsen tussen de auto’s. Fietsers worden afgesneden en juist door de lagere toegestane snelheid proberen auto’s elkaar in te halen. Er is dicht bij de bushalte geen zebrapad aangelegd, wel verderop. De verkeersveiligheid van de weggebruikers in het algemeen is in geding, in bijzonder die van het gezin met kinderen van verzoekers.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat de bestreden besluiten strekken tot het plaatsen van bushaltes en het instellen van een 30 km-zone. De door verzoekers benoemde problemen worden echter niet rechtstreeks veroorzaakt door deze wijzigingen. De gestelde problemen worden mogelijk veroorzaakt doordat de route van openbaar vervoer nu door de Hoofdweg loopt en doordat de Hoofdweg een andere inrichting heeft verkregen, maar hiertoe is niet besloten in de besluiten die nu voorliggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat schorsing van de bestreden besluiten er niet toe zal leiden dat de door verzoekers genoemde problemen zich niet meer zullen voordoen, te meer daar de bushaltes al zijn geplaatst en de busroute al in gebruik is genomen. Ook zou het ongedaan maken van 30 km als maximumsnelheid de gestelde problemen niet wegnemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Voor een andere voorziening, die verder strekt dan schorsing van besluiten, ziet de voorzieningenrechter geen mogelijkheid omdat dit zou vallen buiten het bereik van de bestreden verkeersbesluiten (bestuursrechtelijk gezien dus buiten de grenzen van het geschil), omdat de ov-maatschappij geen partij is in deze procedures en gezien de beperkte evenredigheidsbeoordeling door de bestuursrechter van verkeersbesluiten (zie onder 5.).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet daarom geen mogelijkheid om een voorziening te treffen die in de huidige situatie zinvol is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
      <para>Artikel 3:4</para>
    </parablock>
    <para>1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.</para>
    <para>2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
      <para>Artikel 15    </para>
    </parablock>
    <para>1. De plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.</para>
    <para>2. Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d01aec35-35c5-4ed7-8b86-57a971d8a0ec" label="1">
    <para> Zie de uitspraken van 10 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2320, van 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3908 en van 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:499.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>