<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:1383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T10:32:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11318746 BU VERZ 24-2259</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1383">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T10:32:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:1383 Rechtbank Noord-Nederland , 20-02-2025 / 11318746 BU VERZ 24-2259</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:1383:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De aanwezigheid van de bebording is voldoende aangetoond door de schouwrapporten in het dossier. Daarnaast is het opleggen van een boete niet automatisch in strijd met het recht op demonstratie. Het is de kantonrechter niet gebleken dat betrokkene door de oplegging van de boete is belemmerd in zijn mogelijkheden om gebruik te maken van het recht om te demonstreren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:1383:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 265663810</para>
      <para>zaaknummer: 11318746 BU VERZ 24-2259</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de kantonrechter van 20 februari 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</title>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging is: ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 21 maart 2024, om 13:58 uur, te De Brink, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratieve beroep ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 februari 2025. Betrokkene is op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr.: S. Bayram.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter</title>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>3. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De gedraging kan worden vastgesteld en in de aangevoerde omstandigheden ziet zij geen aanleiding om de boete te matigen of achterwege te laten. Zij zal hierna uitleggen hoe zij tot haar beslissing is gekomen.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Standpunt betrokkene</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>4. Betrokkene voert aan dat hij vaker op de bewuste plek heeft gereden en dat hij het vreemd vindt dat hij op 21 maart een boete heeft gekregen. Betrokkene kreeg foto’s toegestuurd waarbij staat dat hij een geslotenverklaring is gepasseerd. De bebording is niet te zien op de foto’s. Betrokkene heeft op 15 juli 2024 foto’s gemaakt waarop een bord te zien is die het voetgangersgebied aangeeft. De andere foto heeft zijn auto vastgelegd en hierop is geen bebording te zien. Op 15 juli 2024 was betrokkene in Assen en zag hij overal borden met dezelfde tekst staan. Deze borden waren nog niet aanwezig tijdens de gedraging. Daarnaast wilde betrokkene gaan demonstreren toen hij op de Brink reed. Hij vraagt zich af in hoeverre bepaalde regels overtreden mogen worden om te kunnen demonstreren. Verder heeft betrokkene gedemonstreerd op het Binnenhof, maar hij heeft daar geen boete voor gekregen. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Bebording</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>5. Betrokkene betwist de gedraging. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de gedraging, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.</para>
    <para />
    <para>6. De overtreding is met een camera geconstateerd. Bij een dergelijke vorm van permanente handhaving moet ervan uit worden gegaan dat niet op het moment van de constatering wordt vastgesteld dat de bebording aanwezig is. Daar komt bij dat de bebording niet op de foto staat. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat betwisting van de bebording, zoals in deze zaak, alleen kan worden weerlegd aan de hand van (nadere) informatie, zoals een proces-verbaal of schouwrapport.<footnote-ref linkend="_32e490d7-fa26-4dea-b36f-b0e0dc22e57e" /> Uit deze stukken moet blijken dat de bebording maximaal 6 maanden voor en na de gedraging aanwezig was. Uit de schouwrapporten in het dossierblijkt dat de bebording op 11 maart 2024 en 9 april 2024 is gecontroleerd en aanwezig was. De officier van justitie heeft daarom voldoende aangetoond dat de bebording tijdens de gedraging aanwezig was. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Demonstratierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Op grond van artikel 9 van de Grondwet (Gw) en artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft betrokkene het recht op te demonstreren. Dit recht mag worden beperkt door een wet die in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de openbare veiligheid. De handhaving van verkeersregels is bij wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk in het belang van de openbare veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden, in het bijzonder het ordelijk verloop en de veiligheid van het verkeer.<footnote-ref linkend="_3d58388a-7cd3-4872-b0f9-464e0b9c4c1f" /> Het opleggen van een boete is daarom niet automatisch in strijd met het recht op demonstratie. Het is de kantonrechter ook niet gebleken dat betrokkene door de oplegging van de boete is belemmerd in zijn mogelijkheden om gebruik te maken van het recht om te demonstreren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gelijkheidsbeginsel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Verbalisanten hebben een eigen discretionaire bevoegdheid om in het ene geval geen boete op te leggen en in het andere geval wel een boete op te leggen. De verbalisant bij de demonstratie op het Binnenhof heeft geen aanleiding gezien om een boete op te leggen. Dit betekent niet dat in deze zaak geen boete opgelegd had kunnen worden. Volgens vaste rechtspraak kan er slechts sprake zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel als zonder geldige reden ten nadele van de betrokkene wordt afgeweken van het geldende beleid met betrekking tot de gedraging.<footnote-ref linkend="_0fbee7d3-acff-4fd6-ad1a-d501e6a53712" /> Hier is in dit geval geen sprake van. </para>
    <para />
    <para>9. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de boete terecht is opgelegd. Door betrokkene zijn geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de boete gematigd of op nihil gesteld moet worden.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_32e490d7-fa26-4dea-b36f-b0e0dc22e57e" label="1">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3d58388a-7cd3-4872-b0f9-464e0b9c4c1f" label="2">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1615.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0fbee7d3-acff-4fd6-ad1a-d501e6a53712" label="3">
    <para> Hof Leeuwarden 8 oktober 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AM5326.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>