<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:902</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T15:44:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/19/146752 / KG ZA 24-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:902">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:902</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T15:44:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:902 Rechtbank Noord-Nederland , 11-03-2024 / C/19/146752 / KG ZA 24-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:902:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot verkrijging van vervangende toestemming inschrijving basisschool in kort geding afgewezen. De huidige situatie is voor de minderjarige onwenselijk, maar gelet op de omstandigheden van het geval, waarbij ook een geschil over de verhuizing van eiseres met de minderjarige speelt, is een uitgebreide belangenafweging noodzakelijk, die zich niet verdraagt met het karakter van een tijdelijke ordemaatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:902:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort-gedingnummer: C/19/146752 KG ZA 24-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de voorzieningenrechter in het kort-geding d.d. 11 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna ook te noemen: eiseres of moeder [naam 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.T.M. Sengers, kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna ook te noemen: gedaagde of moeder [naam 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. F.P. Slijkhuis, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <para>- de op 15 februari 2024 betekende dagvaarding met producties, ingekomen bij de griffie op 22 februari 2024; </para>
      <para>- de op 22 februari 2024 ontvangen conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de op 22 februari 2024 ontvangen aanvullende producties van mr. Sengers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de zaak op 26 februari 2024 met gesloten deuren behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen en gehoord: <?linebreak?>- eiseres vergezeld door haar advocaat, <?linebreak?>- de advocaat van gedaagde,</para>
        <para>- [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. </para>
        <para>Uit dit huwelijk is geboren:</para>
        <para>-	<emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017, hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben gezamenlijk gezag over [minderjarige] . [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen zijn bij ouderschapsplan van 24 mei 2018 een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen, waarbij [minderjarige] de helft van de tijd bij eiseres en de helft van de tijd bij gedaagde verblijft. Naderhand hebben partijen in onderling overleg deze regeling gewijzigd, inhoudende dat [minderjarige] van maandag na school tot vrijdag naar school bij eiseres verblijft en van vrijdag na school tot maandagochtend voor school bij gedaagde verblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Eiseres is in december 2023 samen met [minderjarige] verhuisd van [woonplaats 3] naar [woonplaats 1] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eiseres vordert, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van gedaagde vervangt, voor inschrijving van [minderjarige] op [basisschool] gevestigd aan de [adres] [woonplaats 1] , of op een andere basisschool gevestigd in [woonplaats 1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Door gedaagde is verweer gevoerd tegen de vordering van eiseres, in die zin dat dat de vordering van eiseres afgewezen dient te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door eiseres is ter onderbouwing van het spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding gesteld dat de huidige situatie onhoudbaar is, nu eiseres en [minderjarige] sinds de verhuizing - met het openbaar vervoer - vanuit [woonplaats 1] naar [woonplaats 3] en terug moeten reizen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat een voorziening in kort geding slechts dan kan worden gegeven als sprake is van een spoedeisende zaak waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad is vereist. Die vraag beantwoordt de voorzieningenrechter ontkennend om de navolgende redenen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De beslissing over het inschrijven op een andere basisschool is een beslissing in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een procedure in de zin van dat artikel is gericht op een grondige en nauwgezette belangenafweging. Gelet op de aard van de kort-geding procedure en het beperkte toetsingskader is voor een dergelijke vergaande belangenafweging geen plaats. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de procedure van artikel 1:253a BW in beginsel geëigend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen noodzaak bestaat om vooruitlopend op een bodemprocedure nu al beslissingen te nemen die voor [minderjarige] ingrijpend zijn en niet gemakkelijk teruggedraaid kunnen worden. De voorzieningenrechter vindt wel dat de huidige situatie onwenselijk is, met name voor [minderjarige] , maar dat gegeven is in dit geval onvoldoende zwaarwegend om een onmiddellijke voorziening bij voorraad te treffen. Daarbij weegt mee, dat moeder [naam 1] deze situatie zelf heel bewust heeft gecreëerd, wetende dat moeder [naam 2] het met haar voorgenomen verhuizing niet eens was. De voorzieningenrechter vindt het daarbij onwenselijk dat moeder [naam 1] deze spoedprocedure is gestart, terwijl moeder [naam 2] op dit moment voor haar werk is uitgezonden naar het buitenland. De voorzieningenrechter overweegt in dat verband verder dat tussen partijen in geschil is of moeder [naam 1] op grond van het ouderschapsplan nu wel of niet de toestemming van moeder [naam 2] nodig had om samen met [minderjarige] van [woonplaats 3] naar [woonplaats 1] te verhuizen. Mogelijk zal dit (ook) nog leiden tot nadere procedures ten overstaan van een bodemrechter, zo is tijdens de mondelinge behandeling door beide advocaten aangegeven, en gegeven de samenhang tussen de verhuizing en de vordering in onderhavige procedure vormt ook dat aanleiding een (eventuele) bodemprocedure op dat punt af te wachten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op al deze omstandigheden bestaat er onvoldoende aanleiding om een onmiddellijke voorziening bij voorraad te treffen. De vordering wordt om die reden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>
      <?linebreak?>5.	De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter, rechtdoende in kort geding, </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Woudenberg, voorzieningenrechter, bijgestaan door de griffier en openbaar uitgesproken op 11 maart 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>(<emphasis role="italic">fn</emphasis>: 616)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>