<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-04T08:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 22/3513</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-29T13:49:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:667 Rechtbank Noord-Nederland , 27-02-2024 / LEE 22/3513</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering overname schuld zonnepanelen. Geen koopovereenkomst tot stand gekomen. Geen sprake van een opeisbare geldschuld in de zin van de Wht. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: LEE 22/3513 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. Th. Martens),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Belastingdienst/Toeslagen, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. W.G.G. de Bakker).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van verweerder om de gestelde schuld van eiseres over te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft bij besluit van 14 juni 2022 geweigerd de gestelde schuld van eiseres aan Mor. Holdings Pty Ltd. (Mor. Holdings) in Zuid Afrika over te nemen, omdat geen sprake is van een opeisbare geldschuld in de zin van de Wet herstel toeslagen (Wht). Met het bestreden besluit van 21 november 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt de weigering van verweerder om de gestelde schuld van eiseres over te nemen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft een schuldenlijst aan de Sociale Banken Nederland (SBN) gestuurd, met daarop een gestelde schuld van € 11.830,00 bij Mor. Holdings. Het gaat om een bestelling van 30 zonnepanelen. Onder verwijzing naar de code 18 heeft de SBN namens verweerder laten weten dat deze gestelde schuld niet voor eiseres zal worden afbetaald. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft verweerder terecht gesteld dat geen sprake is van een opeisbare geldschuld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat zij online bij Mor. Holdings op maat gemaakte zonnepanelen heeft besteld en dat deze bestelling bij factuur van 3 februari 2020 is bevestigd. Volgens eiseres is daarmee een koopovereenkomst (op afstand) tot stand gekomen. Eiseres voert aan dat zij met Mor. Holdings voorwaarden is overeengekomen over de levering en betaling van de zonnepanelen, namelijk dat zij eerst dient te betalen voordat er geleverd wordt. Uit de finale factuur volgt dat de koop op 12 mei 2021 niet meer geannuleerd kon worden, waardoor de aankoopsom volledig opeisbaar is geworden. Eiseres stelt dat Mor. Holdings regelmatig contact met haar heeft opgenomen en heeft verzocht om betaling. Volgens eiseres is daarom sprake van een opeisbare geldschuld die voor overname in aanmerking komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een opeisbare geldschuld die in aanmerking komt voor overname in de zin van de Wht. Volgens verweerder is met het enkel opsturen van facturen, zonder de aanvaarding daarvan door eiseres, geen wederkerige overeenkomst ontstaan. Voor eiseres is er daarom geen betalingsverplichting, te meer omdat er na een periode van drie jaar nog steeds niet is betaald en geleverd. Verder stelt verweerder dat niet is gebleken dat sprake is van een tweezijdige overeenkomst tussen eiseres en Mor. Holdings waarin andere voorwaarden zijn afgesproken over de betaling en levering van de zonnepanelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat er geen betalingsverplichting is ontstaan voor eiseres. Uit de overlegde facturen blijkt namelijk niet dat sprake is van een overeenkomst, omdat daaruit niet volgt dat er een aanbod is gedaan dat door eiseres is aanvaard.<footnote-ref linkend="_d2e531ca-8a1b-42bd-ae57-a0e44ffa0c44" /> Uit de stukken volgt evenmin dat tussen eiseres en Mor. Holdings afspraken zijn gemaakt en dat eiseres voorwaarden heeft aanvaard over de betaling en levering van de zonnepanelen. Bovendien is na een periode van bijna drie jaar nog niet betaald en geleverd. Eiseres heeft haar stelling dat Mor. Holdings in de afgelopen drie jaar regelmatig contact met haar heeft opgenomen en heeft verzocht om betaling, niet onderbouwd. Dat, zoals eiseres ter zitting verklaarde, zij onlangs wel een deel van het bedrag heeft overgemaakt, kan de zaak naar het oordeel van de rechtbank niet anders maken omdat het niet is onderbouwd en pas na de beslissing op het bezwaarschrift zou hebben plaatsgevonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Nu niet aannemelijk is geworden dat een overeenkomst tot stand is gekomen tussen eiseres en Mor. Holdings, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een opeisbare geldschuld. Het door eiseres gestelde bedrag van € 11.830,00 komt daarom niet voor overname in aanmerking. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d2e531ca-8a1b-42bd-ae57-a0e44ffa0c44" label="1">
    <para> Artikel 6:217 Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>