<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:5444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-30T13:44:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-205749-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=157&amp;g=2006-02-01">Wetboek van Strafrecht 157</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=57&amp;g=2008-02-01">Wetboek van Strafrecht 57</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5444">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-30T13:44:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:5444 Rechtbank Noord-Nederland , 08-10-2024 / 18-205749-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5444:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich in de nacht van 13 op 14 augustus 2022 samen met zijn destijds 14-jarige zoon schuldig gemaakt aan het stichten van twee branden in Siegerswoude, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere berichten aangetroffen over boerenprotesten en verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij vanuit sympathie naar dergelijke protesten is gegaan. De rechtbank legt aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op van 1 maand en een taakstraf van 120 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5444:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 18-205749-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 8 oktober 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte] ,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2024.</para>
      <para>Verdachte is verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel en/of een aldaar nabij gelegen woning ( [adres] ) voorzien van een rieten dak en/of een aldaar bij die woning staande propaan gastank (800 liter), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[medeverdachte] , in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel en/of een aldaar nabij gelegen woning ( [adres] ) voorzien van een rieten dak en/of een aldaar bij die woning staande propaan gastank (800 liter), in elk</para>
      <para>geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, bij en/of tot welk feit verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte] bij het plegen</para>
      <para>van dit feit te vervoeren en/of als chauffeur op te treden voor die [medeverdachte] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, aan de Beakendyk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar (een bermbrand), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[medeverdachte] in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar (een bermbrand), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, bij en/of tot welk feit verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte] bij het plegen van dit feit te vervoeren en/of als chauffeur op te treden voor die [medeverdachte] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1. primair, 2., 3. primair en 4. ten laste gelegde feiten. Hij heeft daarbij gewezen op de getuigenverklaring van [getuige 1] , de data uit de [voertuig] van verdachte waaruit blijkt dat de auto steeds vlak voor en vlak na de branden op de locaties daarvan heeft stilgestaan en de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachte (zijn zoon) na de brand zijn aangehouden in de betreffende [voertuig] en daarbij twee aanmaakblokjes en een aansteker zijn aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft betoogd dat hij van de gehele tenlastelegging moet worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de ten laste gelegde feiten niet kan hebben gepleegd, omdat hij op de betreffende avond samen met zijn zoon bij een barbecue was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak van de onder 2. en 4. ten laste gelegde feiten</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij het dumpen van het afval. Dat verdachte, zoals hieronder overwogen, wel betrokken is geweest bij de branden, betekent nog niet dat hij zonder meer ook als (mede)pleger van de afvaldumpingen kan worden aangemerkt. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de onder 2. en 4. ten laste gelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring van de onder 1. primair en 3. primair ten laste gelegde feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de onder 1. primair en 3. primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 71 e.v. van het dossier Politie Noord-Nederland met nummer 2022211423-2022211552 van 1 mei 2023, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :</para>
    <para>Op 13 augustus 2022 was er een melding binnen gekomen dat er afval in de bosjes is gedumpt aan de Beakendyk te Siegerswoude net voor huisnummer [nummer] . Hier hebben we de eerste camera in de dam naast een boom verstopt gericht op de bult afval. De andere camera hadden we aan de overkant van de weg geplaatst, deze was verstopt in de slootkant en was ook gericht op de bult afval.</para>
    <para />
    <para>2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 128 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te</para>
      <para>Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand stond. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie. Ik zag dat er los hooi in de berm lag dat brandde. Ik zag dat de brand was overgeslagen naar het gras in het land en dat de brand ondertussen het bosje aldaar had</para>
      <para>bereikt. Ik kwam pas later op de andere locatie ter plaatse. Ik zag dat er wel sprake was geweest van een serieus risicovolle situatie. De brand lag namelijk echt in het bos en de natuur is momenteel kurkdroog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 83 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :</para>
    <para>Op 14 augustus 2022 zagen wij komende uit de richting van [plaats] een pick-up auto naderen. Ik zag dat de bestuurder de mij ambtshalve bekende [verdachte] was. De bijrijder bleek te zijn, [medeverdachte] . Ik liet verdachte [medeverdachte] uitstappen. Ik fouilleerde de verdachte en trof in zijn rechter broekzak aan de voorzijde een aanmaakblokje en in zijn rechter kontzak een aansteker.</para>
    <para />
    <para>4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 268 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie [plaats] , als verdachte aan: Achternaam: [verdachte] .</para>
      <para>Voornamen: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt 0proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 312 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie [plaats] , als verdachte aan: Achternaam: [medeverdachte] .</para>
      <para>Voornamen: [medeverdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 90 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :</para>
    <para>Ik heb op 15 augustus 2024 naar aanleiding van een brandstichting, een inbeslaggenomen auto, een [voertuig] , voorzien van het kenteken: [kenteken] , forensisch onderzocht. In de auto werd in het deurvak van het linker portier, een afgebroken stuk wit aanmaak blokje gevonden.</para>
    <para />
    <para>7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 17 augustus 2022, opgenomen op pagina 235 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik keek naar de data die is veiliggesteld is van het inbeslaggenomen voertuig [kenteken] , [voertuig] .</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Brand bocht Beakendyk, Boskwei te Siegerswoude</emphasis>
      </para>
      <para>"Op zondag 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand</para>
      <para>stond. Hier ben ik wel weer naartoe gereden. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie."</para>
      <para>Ik zag dat de locatie die de getuige omschreef overeenkwam waar de [voertuig] heeft</para>
      <para>geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08- 2022 23:51:13 en 13-08-2022 23:52:16.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Brand [adres] te Siegerswoude</emphasis>
      </para>
      <para>Aldus de camerabeelden wordt er op 13 augustus 2022 tussen 23:54:08 uur en 23:54:15 brand gesticht in het bosschage ter hoogte van [adres] te Siegerswoude.</para>
      <para>Ik heb een getuigenverklaring opgenomen van de bewoonster [adres] te Siegerswoude. Ik vroeg haar op een satellietfoto van Google Maps aan te geven wat de exacte locatie was van de brand.</para>
      <para>Ik zag dat de locatie die de getuige aangaf waar de brand heeft gewoed overeenkwam met waar de [voertuig] heeft geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08-2022 23:53:32 en 13-08-2022 23:53:55.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij deden onderzoek naar de camerabeelden van een brandstichting aan de [adres] te</para>
      <para>Siegerswoude. Met verdachte wordt in dit proces-verbaal bedoeld: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .</para>
      <para>Wij spraken tijdens het verdachtenverhoor met verdachte en herkennen verdachte voor 100 procent als de persoon op de hieronder omschreven camerabeelden. Wij herkennen verdachte aan zijn gelaat, postuur, haardracht, huidskleur en leeftijd.</para>
      <para>Verslag camerabeelden:</para>
      <para>Tijdstempel: 23:52:29 uur</para>
      <para>Ik zie een lichtgekleurde pick-up voertuig voor de camera staan. Ik zie dat deze pick-up is voorzien van een ijzeren opbouw in de laadbak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestandsnaam: [bestandsnaam]</para>
      <para>Tijdstempel: 13 augustus 2022, 23:54:08 tot en met 23:54:15 uur</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zie dat de verdachte gehurkt voor een strobaal zit en dat hij met zijn handen handelingen pleegt tegen de strobaal aan. Gedurende het afspelen van het videobestand hoor ik een automotor stationair draaien op de achtergrond. Ter hoogte van de handen van verdachte zie ik een kleine vlam ontstaan en zie ik een klein voorwerp in zijn hand wat vlam vat. Vermoedelijk gaat dit om een aansteker en een aanmaakblokje wat vlam vat. Ik zie dat verdachte dit brandende voorwerp in de strobaal stopt en dit toedekt met stro van de strobaal. Ik zie dat er in de strobaal direct grote vlammen en rookontwikkeling ontstaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdstempel: 14 augustus 2022, om 00:06:48 uur</para>
      <para>Ik zie dat de strobaal volledig in brand staat en dat de vlammen zich door ontwikkelen over het gras.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 97 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik deed onderzoek een brandstichting aan de [adres] te Siegerswoude, met als aangehouden verdachte: [medeverdachte] (hierna: verdachte). De kleding die verdachte tijdens zijn aanhouding droeg vergeleek ik met de kleding die de verdachte op de camerabeelden genaamd " [bestandsnaam] " droeg.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanhouding:</emphasis>
      </para>
      <para>Ik zag dat verdachte het volgende signalement had:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mannelijk</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>blanke huidskleur</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 15 jaar oud</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>slungelig, mager postuur</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uitstaande en ongelijke oren</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>korte kin</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verwilderd haar, wat over het voorhoofd valt</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zag dat verdachte de volgende kleding droeg:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>trui met capuchon</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de trui heeft tekens/teksten op buik en borst</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>trainingsbroek met scheuren in trainingsbroek ter hoogte van de knieën</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Camerabeelden "Brandstichting":</emphasis>
      </para>
      <para>Ik zie dat de verdachte het volgende signalement heeft:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>man</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>blanke huidskleur</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 16 jaar oud</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>slungelig, mager postuur</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>opvallend uitstaand oor</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>korte kin</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>onverzorgd langer haar wat over zijn voorhoofd valt</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zie dat de verdachte de volgende kleding draagt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>trui met capuchon</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>lange broek met scheuren ter hoogte van zijn knieën</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>trui met bedrukkingen op buik en borst.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overeenkomsten/herkenning:</emphasis>
      </para>
      <para>Het op de camerabeelden zichtbare signalement en kleding van de verdachte is op meerdere punten overeenkomstig met de kleding die de aangehouden verdachte draagt. Gezien deze overeenkomsten herken ik de persoon op de camerabeelden als verdachte [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>10. De door verdachte ter zitting van 24 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:</para>
    <para>Ik gebruik de [voertuig] met het kenteken [kenteken] . Ik ben daarmee in de avond van 13 augustus 2022 naar [naam] in [plaats] gereden voor een barbecue. Mijn zoon [medeverdachte] was bij mij. We zijn de hele tijd samen geweest tot aan de aanhouding om 1:10u.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadere bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte maakt gebruik van een [voertuig] met kenteken [kenteken] (hierna: de [voertuig] ). Op de avond van 13 augustus 2022 zijn verdachte en zijn medeverdachte in de [voertuig] naar een barbecue in [plaats] gereden. In de nacht van 14 augustus 2022 om 00.05 uur heeft de brandweer een melding gekregen van een brand op de Beakendyk te Siegerswoude nabij [perceel] . Vlak daarna heeft de brandweer een tweede melding gekregen van een brand iets verderop, in de bocht van de Beakendyk naar de Boskwei te Siegerswoude. De [voertuig] heeft voorafgaand aan de branden op beide brandlocaties stilgestaan. De medeverdachte is op de camerabeelden herkend als de persoon die de brand heeft aangestoken op de locatie van de Beakendyk nabij [perceel] . Verdachte en zijn medeverdachte zijn in de nacht van 14 augustus 2022 omstreeks 01.10 uur aangehouden toen zij in de [voertuig] zaten. Verdachte was de bestuurder en de medeverdachte was de bijrijder. Tijdens de fouillering van de medeverdachte is bij hem een aansteker en een aanmaakblokje aangetroffen. In de [voertuig] is in het deurvak van de bestuurdersportier een afgebroken aanmaakblokje aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, redengevend kunnen worden geacht voor de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde brandstichtingen. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke, de hiervoor bedoelde redengevendheid ontzenuwende verklaring van belang is voor de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde feit is bewezen.1</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte in de [voertuig] naar de barbecue zijn gereden en dat zij daar samen de hele avond zijn gebleven. Na afloop van de barbecue zijn zij samen in de [voertuig] richting huis vertrokken en zijn zij na een korte omweg aangehouden. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de verklaring van verdachte weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat in het tijdsbestek tussen 22.00 uur en 01.10 uur, wanneer verdachte op de barbecue aanwezig zou zijn geweest, de [voertuig] voorafgaand aan beide branden op de locaties heeft stilgestaan en dat de medeverdachte is herkend als degene die de brand op een van beide locaties heeft aangestoken. Als verklaring voor de omstandigheid dat de [voertuig] bij beide brandlocaties heeft stilgestaan, heeft verdachte naar voren gebracht dat iemand anders de auto moet hebben gebruikt. De</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk, ook omdat verdachte zelf heeft verklaard dat hij steeds samen is geweest met de medeverdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en bij gebrek aan een aannemelijke, ontzenuwende verklaring van verdachte van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het stichten van brand op de beide locaties. Bij dat oordeel heeft de rechtbank betrokken dat de branden vlak na elkaar zijn gesticht en dat de afstand tussen beide locaties zeer klein was. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen eveneens wettig en overtuigend bewezen. De medeverdachte heeft in elk geval één van de branden aangestoken, maar hij was gelet op zijn leeftijd en vanwege het feit dat hij geen rijbewijs heeft, afhankelijk van verdachte die als bestuurder optrad om op de brandlocaties te komen. Bovendien is er aan de bestuurderszijde, de plek waar verdachte zat, ook een aanmaakblokje aangetroffen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1. primair en 3. primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht de onder 1. primair en 3. primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:</para>
    <para />
    <para>1. primair</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude nabij perceel [adres] ,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en</para>
      <para>sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. primair</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude in de berm van de bocht</para>
      <para>Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is</para>
      <para>ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. primair medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.</para>
    <para />
    <para>3. primair medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest en het voorwaardelijke deel drie maanden bedraagt met een proeftijd van twee jaren.</para>
      <para>Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 120 uren gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft gepleit voor vrijspraak en heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot een eventueel op te leggen straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft zich in de nacht van 13 op 14 augustus 2022 samen met zijn destijds 14-jarige zoon schuldig gemaakt aan het stichten van twee branden in Siegerswoude, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere berichten aangetroffen over boerenprotesten en verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij vanuit sympathie naar dergelijke protesten is gegaan. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op deze wijze heeft bijgedragen aan de boerenprotesten en de onrust die daarmee gepaard is gegaan.</para>
      <para>De gevolgen van de branden zijn relatief beperkt gebleven, mede door het snelle en adequate optreden van de brandweer. Dit had echter zo maar anders kunnen zijn, aangezien de natuur destijds erg droog was</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en zich vlakbij een van de brandlocaties een woning met een rieten dak bevond. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van de branden.</para>
      <para>Daarnaast acht de rechtbank het kwalijk dat verdachte de strafbare feiten heeft gepleegd met zijn minderjarige zoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de justitiële documentatie van 23 juli 2024 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank beschikt niet over een reclasseringsadvies, aangezien verdachte daar niet aan mee heeft willen werken. Ter zitting heeft verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht dat hij [bedrijf] heeft in zowel Nederland als Duitsland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op te leggen straf</emphasis>
      </para>
      <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 1 jaar passend en geboden is. Om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank daarnaast een taakstraf voor de duur van 120 uren opleggen, met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Met voornoemde strafmodaliteit zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan is geëist door de officier van justitie. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met de volgende omstandigheden. De rechtbank heeft allereerst gelet op het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de behandeling ter zitting. In artikel 6, eerste lid, van het EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn van in beginsel twee jaren te worden berecht. In dit geval is de redelijke termijn overschreden. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van die redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat zij minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie. Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat verdachte sinds de onderhavige feiten geen strafbare feiten meer heeft gepleegd, waardoor naar het oordeel van de rechtbank een proeftijd van 1 jaar afdoende is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. en 4. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">1 jaar</emphasis>, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een taakstraf voor de duur van 120 uren.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van <emphasis role="bold">60 dagen </emphasis>zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.T. Kooistra, voorzitter, mr. H. Brouwer en mr. R.B. Maring, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. H. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="73b8bbfb-e27e-4ecf-8310-e886927f0e45" depth="3" width="654" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>1 vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315.</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9d21c299-5b44-42fc-adcd-923150076b08" depth="2" width="651" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>