<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:5161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-06T15:34:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11237311 BU VERZ 24-1697</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5161">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-06T15:34:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:5161 Rechtbank Noord-Nederland , 28-11-2024 / 11237311 BU VERZ 24-1697</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5161:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Het als bestuurder geen gebruik maken van een autogordel. Door de vertegenwoordigster is verzocht de feitcode te wijzigen, nu uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene wel een gordel droeg, maar niet op de juiste wijze. De kantonrechter zal de feitcode niet wijzigen en het beroep gegrond verklaren. Hiertoe overweegt hij dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht tegenstrijdig en onduidelijk is en dat de e-mail van de verbalisant geen duidelijkheid heeft gebracht nu hij zich de situatie niet meer kan herinneren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5161:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 259043867</para>
      <para>zaaknummer: 11237311 BU VERZ 24-1697</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de uitspraak op de openbare zitting van 28 november 2024 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als kantonrechter	: mr. P.G. Wijtsma </para>
      <para>als griffier		: R. de Hoop </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is met zijn zoon, die voor zijn vader heeft getolkt, op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde (hierna: de vertegenwoordigster).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft een sanctie ontvangen voor het als bestuurder geen gebruik maken van een autogordel op 30 juni 2023 op de Rijksweg (N360) in Garrelsweer. De opgelegde sanctie bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten). Hij betwist de gedraging en voert verweer. Betrokkene voert aan dat hij zijn gordel wel degelijk om heeft gehad. Daartoe stelt hij dat de verbalisant ter plekke heeft toegegeven dat hij wel zijn gordel om had en daarbij heeft toegezegd betrokkene slechts een waarschuwing te geven wegens gebrek aan bewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring of als uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de verklaring van de verbalisant die in het zaakoverzicht zit, staat: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Ik zag dat het voertuig werd bestuurd. Ik zag dat het voertuig reed op de rijbaan. De bestuurder droeg geen gordel. Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. Ik had wel goed zicht op de bijrijder van het voertuig. Ik bevond mij kwam tegemoet. Gordel achter de rug langs.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting heeft de vertegenwoordigster gezegd dat zij, gelet op het verweer van betrokkene, om een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant heeft verzocht. Deze heeft geen aanvullend proces-verbaal opgestuurd, maar een e-mail. In het e-mailbericht van 21 november 2024<footnote-ref linkend="_3fb5f14e-8c2f-41f9-b44b-15a1a7a2a460" /> verklaart de verbalisant dat hij zich de situatie en de staandehouding niet meer kan herinneren, waardoor hij hier niets zinnigs over durft te zeggen. Wel verklaart de verbalisant dat hij, voordat hij een proces-verbaal aanzegt, honderd procent overtuigd is van zijn waarneming. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordigster heeft op de zitting aangevoerd dat het eerste gedeelte van de verklaring van de verbalisant, dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing, een “vooropgestelde zin” betreft. De verklaring van de verbalisant dat “de gordel achter de rug langs was”, is hoogstwaarschijnlijk een toevoeging. Volgens de vertegenwoordigster blijkt hieruit dat betrokkene wel een gordel droeg, maar niet op de juiste wijze. Zij heeft daarom de kantonrechter gevraagd de feitcode te wijzigen naar R535o: <emphasis role="italic">"de autogordel, veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden".</emphasis> De vertegenwoordigster heeft aangevoerd dat betrokkene door de wijziging van de feitcode niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad, omdat het sanctiebedrag na de wijziging hetzelfde blijft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter zal de feitcode niet wijzigen en het beroep gegrond verklaren. Hiertoe overweegt hij dat de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht tegenstrijdig en onduidelijk is. Daarnaast heeft de e-mail van de verbalisant geen duidelijkheid gebracht: hij kan zich de situatie niet herinneren, ook al gelooft de kantonrechter wel dat de verbalisant niet zomaar een boete oplegt. Uitgangspunt blijft echter het zaakoverzicht. Daar staan twee verschillende dingen in: “de bestuurder droeg geen gordel” én “gordel achter de rug langs”. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De overige gronden hoeven niet meer besproken te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De kantonrechter:</para>
      <para>
        <?linebreak?>- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;<?linebreak?>- vernietigt die beslissing;<?linebreak?>- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;<?linebreak?>- vernietigt die inleidende beschikking;<?linebreak?>- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier,							kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3fb5f14e-8c2f-41f9-b44b-15a1a7a2a460" label="1">
    <para> Bijlage: e-mail 21-11-2024</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>