<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:5158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-06T14:39:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11238119 BU VERZ 24-1716</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5158">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-06T14:38:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:5158 Rechtbank Noord-Nederland , 17-12-2024 / 11238119 BU VERZ 24-1716</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5158:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Rijden op een fiets/bromfietspad. Het argument van betrokkene dat de borden G12a ter plaatse niet gelden omdat er geen verkeersbesluit is, slaagt niet. De kantonrechter heeft gemachtigde op de zitting een arrest van de Hoge Raad  meegegeven, waaruit blijkt dat het ontbreken van een verkeersbesluit op zich niet aan het opleggen van een sanctie als deze in de weg staat. Door het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal en het gegeven dat de verklaring van de verbalisant in twintig andere zaken op pleeglocatie identiek is aan zijn verklaring in deze zaak, is de kantonrechter van oordeel dat er niet met zekerheid kan worden gesteld dat er geen reële mogelijkheid was tot een staandehouding. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5158:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 262272510</para>
      <para>zaaknummer: 11238119 BU VERZ 24-1716</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 17 december 2024 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene],</title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats]   </para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als kantonrechter	: mr. P.G. Wijtsma </para>
      <para>als griffier		: R. de Hoop </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde en de echtgenoot van betrokkene zijn op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. S. Bayram (hierna: de vertegenwoordigster).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft een sanctie van € 169,00 (inclusief administratiekosten) ontvangen voor het rijden op een fiets/bromfietspad op 2 november 2023 op de Groene Zoom in Roden. Betrokkene betwist de verweten gedraging en voert verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Haar argument dat de borden G12a ter plaatse niet gelden omdat er geen verkeersbesluit is, slaagt niet. De kantonrechter heeft gemachtigde op de zitting een arrest van de Hoge Raad<footnote-ref linkend="_970e9d2a-cce4-42c1-9a9f-1ccea9cde54c" /> meegegeven, waaruit blijkt dat het ontbreken van een verkeersbesluit op zich niet aan het opleggen van een sanctie als deze in de weg staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft het verweer dat het niet staande houden van betrokkene veel vragen oproept, oordeelt de kantonrechter als volgt. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht blijkt dat hij het voertuig geen stopteken kon geven, omdat hij het op een afstand zag gebeuren. De kantonrechter constateert dat de officier van justitie de gemeente Noordenveld op 7 december 2023 heeft geschreven met een verzoek om een proces-verbaal met aanvullende informatie, nu de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht te summier is. Verder heeft de officier van justitie gevraagd of het juiste kenteken wel is genoteerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is echter geen aanvullend proces-verbaal in het dossier aanwezig. De vertegenwoordigster heeft ter zitting aangegeven dat de verbalisant die deze sanctie heeft opgelegd, niet meer werkzaam is bij de gemeente Noordenveld. Conclusie: de officier van justitie vond het op basis van het verweer van betrokkene en de summiere verklaring van de verbalisant noodzakelijk om aanvullende informatie op te vragen; die informatie is vervolgens niet overgelegd; daarom kan niet met zekerheid worden gesteld dat zich geen reële mogelijkheid tot staande houden heeft voorgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij speelt dat betrokkene informatie van de gemeente Noordenveld heeft overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 8 tot en met 30 november 2023 twintig mensen op deze plek zijn bekeurd. In al deze zaken heeft de verbalisant verklaard dat niet tot een staandehouding is overgegaan, nu de gedragingen op afstand werden waargenomen. Deze verklaring in deze twintig zaken is identiek aan zijn verklaring in deze zaak. Met betrokkene vindt de kantonrechter dat dit veel vragen oproept. Nu er geen aanvullende informatie van verbalisant is, is de sanctie ten onrechte aan betrokkene als kentekenhoudster opgelegd. Dit betekent dat de overige gronden geen bespreking meer behoeven. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para>
        <?linebreak?>- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;<?linebreak?>- vernietigt die beslissing;<?linebreak?>- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;<?linebreak?>- vernietigt die inleidende beschikking;<?linebreak?>- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd 					kantonrechter,</para>
      <para>om dit proces-verbaal te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_970e9d2a-cce4-42c1-9a9f-1ccea9cde54c" label="1">
    <para> Hoge Raad, 16 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1055)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>