<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:5088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-27T09:19:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/240933 KG RK 24/385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5088">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-27T09:19:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:5088 Rechtbank Noord-Nederland , 20-12-2024 / C/18/240933 KG RK 24/385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5088:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Het wrakingsverzoek is te laat ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:5088:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0f5265af-d974-4ad7-8284-cab3f27b5fcb" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dcfdcacf-360d-449c-a017-694f4afc07ea" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/18/240933 / KG RK 24/385</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 20 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. S. Dijkstra, </emphasis>
      </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het schriftelijke wrakingsverzoek van 9 december 2024; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 13 december 2024. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van mr. S. Dijkstra, familierechter, die is belast met de behandeling van de procedure met zaaknummer [zaaknummer in hoofdzaak] , kort gezegd de behandeling van een verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek, kort samengevat, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechtbank in haar beschikking van 5 juli 2024 de omgangsregeling verkeerd heeft opgenomen. De verzoeker kan zich niet voorstellen dat de door partijen opgesomde dagen zomaar verkeerd worden opgenomen in een beschikking en wenst daarom iedere schijn van partijdigheid bij de nog door de rechtbank te nemen beslissingen weg te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de rechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De rechter berust niet in het verzoek tot wraking en heeft haar standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek kenbaar gemaakt per brief van 13 december 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechter heeft zich op het standpunt gesteld dat van enige partijdigheid aan haar zijde geen sprake is en dat de stelling dat dit wel zo is, onvoldoende door de verzoeker is onderbouwd. De verzoeker had hoger beroep kunnen instellen tegen de beschikking die naar zijn oordeel niet juist was. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 37, eerste lid, Rv wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door indiening van een wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere proceshandelingen zijn verricht. Ook wordt beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Uit het verzoekschrift is gebleken dat de grond die de verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, betrekking heeft op de beschikking van 5 juli 2024. Op dat moment zijn de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend geworden. De verzoeker heeft vervolgens gewacht tot 9 december 2024 met het indienen van het wrakingsverzoek. De rechtbank is van oordeel dat de verzoeker daarmee te laat is met het indienen van het wrakingsverzoek. Van bijzondere omstandigheden die het tijdsverloop zouden kunnen rechtvaardigen, is de rechtbank niet gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat derhalve geen reden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure met zaaknummer [zaaknummer in hoofdzaak] wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:</para>
      <para>- de verzoeker; </para>
      <para>- de rechter;</para>
      <para>- de betrokken partijen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. C.M. Telman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.A. Toussaint, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>