<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:3488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-06T13:58:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.325771.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-06T13:58:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:3488 Rechtbank Noord-Nederland , 06-09-2024 / 18.325771.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:3488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld welk bedrag aan wederrechtelijk voordeel veroordeelde heeft genoten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:3488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht Locatie Assen</para>
      <para>parketnummer 18.325771.22</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 6 september 2024 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">[verdachte]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboorte datum] 1963 te [geboorte plaats] , wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft d.d. 31 juli 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 45.286,32 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18.325771.22 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 6 september 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag zoals genoemd in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gematigd dient te worden tot een bedrag van 27.973,54 overeenkomstig het bedrag zoals ten laste gelegd en bewezen kan worden ter zake van verduistering in de onderliggende strafzaak. Van het overige bedrag kan namelijk niet worden vastgesteld dat verdachte zich dat wederrechtelijk heeft toegeëigend. Derhalve is ook onvoldoende aannemelijk geworden dat het overige bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel betreft.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>In de onderliggende strafzaak ter zake van verduistering heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Gelet op daarop heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen dient te worden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van heden, 6 september 2024, in de zaak met parketnummer</para>
      <para>18.325771.22 veroordeeld ter zake van het medeplegen van verduistering.</para>
      <para>Bewezenverklaard is dat veroordeelde zich tezamen en in vereniging met een ander, in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2021, opzettelijk een hoeveelheid geld dat geheel toebehoorde aan een ander, wederrechtelijk heeft toegeëigend.</para>
      <para>Hoewel de rechtbank in de onderliggende strafzaak van oordeel is dat veroordeelde zich een hoeveelheid geld wederrechtelijk heeft toegeëigend, is de rechtbank anders dan de officier van justitie van oordeel dat niet kan worden vastgesteld welk bedrag aan wederrechtelijk voordeel veroordeelde heeft genoten. Uit het dossier blijkt onvoldoende duidelijk welke exacte bedragen veroordeelde zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. De rechtbank zal derhalve de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de officier van justitie af.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. E.P. van Sloten en mr. L.S. Wachters, rechters, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 september 2024.</para>
      <para>Mr. E.P. van Sloten en mr. L.S. Wachters zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>