<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2024:2267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-13T10:31:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-134994-23 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-13T10:30:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:2267 Rechtbank Noord-Nederland , 30-04-2024 / 18-134994-23 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2024:2267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontnemingsvordering na o.a. witwassen en oplichting. Berekening per transactie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2024:2267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 18-134994-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 30 april 2024 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[veroordeelde]</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende [adres] ,</para>
      <para>thans verblijvende in de [instelling] , hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 2 januari 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van 10.382,63 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer</para>
      <para>18-134994-23 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 16 april 2024. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door haar raadsman mr. P.R. Logemann, advocaat te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het op het standpunt gesteld dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt dient te gelden en dat het voordeel moet worden geschat op een bedrag van 10.311,63, te weten de som van transactieberekening 1 ( 9.787,00) en transactieberekening 2 ( 524,63). Transactieberekening 3 dient buiten beschouwing gelaten te worden omdat dit ziet op de aan de benadeelde partij [benadeelde partij] toe te kennen schadevergoeding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft niet bestreden dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten en dat dit conform de berekening kan worden vastgesteld op 10.382,63.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen 1</title>
    <para>Met betrekking tot het door veroordeelde verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel gebruikt de rechtbank als bewijsmiddelen:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de in het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 30 april 2024 in de onderliggende strafzaak (verder: het vonnis) opgenomen bewijsmiddelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict (verder: het rapport)2.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het vonnis van 30 april 2024.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 30 april 2024 in de zaak met parketnummer 18-134994- 23 onder meer veroordeeld ter zake van: het plegen van witwassen een gewoonte maken en oplichting. Dit is telkens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van het rapport. Uit het rapport blijkt dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de eigen verklaring van veroordeelde, de aangifte van [naam] , de aangifte van [naam] en de op de bankrekening gestorte geldbedragen. De rechtbank acht deze berekeningswijze, die niet door de verdediging is bestreden, in beginsel deugdelijk en betrouwbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van transactieberekening 2 wijkt de rechtbank af van het rapport. De rechtbank gaat bij de berekening alleen uit van de prijs van de bestelde goederen en houdt dus geen rekening met incassokosten. Daarnaast volgt uit de verklaring van verdachte dat zij geen goederen zelf heeft gehouden en volgt uit het rapport dat de goederen gemiddeld voor de helft van het aankoopbedrag werden doorverkocht. De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom uit van de helft van de prijs van de aangeschafte goederen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De berekening is als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Transactieberekening 1.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank gaat op basis van de Excellijst aangeleverd door [bedrijf] uit van de (door)verkoop door verdachte van 137 bestellingen; te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>22 Panama Jack laarzen met een gemiddelde winst van 95,00 = 2.090,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>82 Olaplex met een gemiddelde winst van 75,00 = 6.225,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>32 overige goederen met een gemiddelde winst van 46,00 = 1.472,00.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het totale voordeel van transactieberekening 1 = 9.787,00.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Transactieberekening 2.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank gaat uit van bestellingen gedaan op naam van [naam] en [naam] die door verdachte voor de helft van de aankoopprijs zijn (door)verkocht, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Klarna bestellingen = 104,70</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Zalando bestellingen = 117,47.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het totale voordeel van transactieberekening 2 = 222,17.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Transactieberekening 3.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank gaat uit van een opbrengst van 75,00 vanwege de oplichting van [benadeelde partij] . De kosten zijn geschat op 4,00.</para>
      <para>Het totale voordeel van transactieberekening 3 = 71,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Conclusies en vaststelling omvang wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op voorgaande berekeningen en overwegingen komt de rechtbank tot de volgende berekening:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Transactieberekening 1 9.787,00</para>
      <para>Transactieberekening 2 222,17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Transactieberekening 3 71,00</emphasis>
      </para>
      <para>Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel 10.080,17</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde 10.080,17 voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel, voor zover die zijn voldaan. Nu niet blijkt dat de veroordeelde de aan de benadeelde partij [benadeelde partij] in het vonnis toegekende schadevergoeding heeft voldaan ziet de rechtbank geen redenen om transactieberekening 3 in mindering te brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vaststelling betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet geen redenen de op te leggen betalingsverplichting op een lager bedrag te stellen dan het hiervoor genoemde bedrag aan genoten wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt derhalve de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 10.080,17 en zal bepalen dat veroordeelde voornoemd bedrag dient te betalen aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op <emphasis role="bold">10.080,17</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van <emphasis role="bold">10.080,17 </emphasis>(zegge: tienduizend tachtig euro en zeventien cent) aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 201 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. L.S. Langius, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. H. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 april 2024.</para>
      <para>Mr. H. Brouwer en de griffier zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="137197eb-5f09-432c-b8b5-0036256b2360" depth="3" width="654" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, zijn dit paginas uit het dossier van de politie, met</para>
    <para>proces-verbaalnummer PL0100-2023134135, doorgenummerd 1 tot en met 412. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para>2 Paginas 407, 408, 409 en 410.</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="5b32f41e-a63e-4125-9462-2294f5eaa90a" depth="2" width="651" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>