<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-13T12:35:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10281002 \ CV EXPL 23-183</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-13T12:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:935 Rechtbank Noord-Nederland , 07-03-2023 / 10281002 \ CV EXPL 23-183</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vordering schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst.</para>
        <para>Verstekzaak.</para>
        <para>Vordering afgewezen, bestaan pachtovereenkomst en gemaakte afspraken onvoldoende duidelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Pachtkamer locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 10281002 \ CV EXPL  23-183</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">(verstek)vonnis van de pachtkamer d.d. 7 maart 2023</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [A] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Noorman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [B] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [A] en [B] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 6 januari 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan. [B] is eigenaar van drie percelen grasland, kadastraal bekend gemeente Dalen, sectie F, nummer 545, groot 08.89.50 ha, sectie F, nummer 423, groot 06.58.05 ha en sectie N, nummer 171, groot 00.22.86 ha. [B] heeft de eigendom van deze percelen verkregen bij akte van levering van 6 maart 2013. Daarvoor was zij erfpachter van de percelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [A] is in het verleden eigenaar geweest van de genoemde percelen. In 1989 heeft hij de percelen verkocht aan een trustkantoor, onder gelijktijdige vestiging van een recht van erfpacht. Het recht van erfpacht is in 1990 overgedragen aan de toen minderjarige [B] , waarbij is bepaald dat zij bekend was met het feit dat het recht van erfpacht dienstbaar was aan de besloten vennootschap [C] B.V, waarvan [A] enig bevoegd directeur was. In 2013 heeft [B] de blote eigendom van de percelen verkregen. [A] heeft de percelen in gebruik. Hij is thans [leeftijd] jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering en het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [A] vordert schriftelijke vastlegging op grond van artikel 7:317 lid 2 BW van een reguliere pachtovereenkomst tussen hem en [B] , conform een overeenkomst die door [A] als productie 4 bij de dagvaarding is overgelegd, althans vastlegging van een pachtovereenkomst met een door de Pachtkamer vast te stellen inhoud, met veroordeling van [B] in de proceskosten en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [B] heeft niet geantwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van het geschil</emphasis>
          <?linebreak?>4.1.	Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering bepaalt kort gezegd dat indien een gedaagde niet verschijnt tegen hem verstek wordt verleend en de vordering tegen hem wordt toegewezen, tenzij deze vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De pachtkamer is van oordeel dat van dit laatste sprake is en zal de vordering daarom afwijzen. Daar ligt het volgende aan ten grondslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het is bij schriftelijke vastlegging van een niet-schriftelijk aangegane pachtovereenkomst de taak van de pachtrechter om hetgeen partijen zijn overeengekomen zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8331). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Allereerst moet in verband daarmee vaststaan dat er tussen partijen sprake is van een pachtovereenkomst. Daartoe dient vast te staan dat is voldaan aan de definitie die artikel 7:311 Burgerlijk Wetboek geeft. De pachtkamer is van oordeel dat uit hetgeen door [A] is gesteld onvoldoende kan worden afgeleid dat er met betrekking tot de genoemde percelen sprake is van een pachtovereenkomst tussen hem en [B] omdat de in verband daarmee geldende vereisten onvoldoende zijn gesteld en uit de overgelegde stukken onvoldoende blijken. Hieruit volgt verder dat uit het gestelde ook niet kan worden afgeleid wat partijen hebben afgesproken, zodat het vastleggen van hetgeen zij zijn overeengekomen niet mogelijk is. De vordering kan daarom niet worden toegewezen. Nu [B] niet heeft geantwoord biedt deze procedure de pachtkamer geen mogelijkheid tot nader onderzoek naar het hiervoor bedoelde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [A] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van  worden vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De pachtkamer:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de [B] vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door de pachtkamer, bestaande uit mr. H.J. Idzenga, kantonrechter-voorzitter en G. Groothuis en Ir. J.P. Emmens, leden, en uitgesproken door de kantonrechter-voorzitter ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>c 324</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>