<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-10T15:13:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/031529-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-10T15:13:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:930 Rechtbank Noord-Nederland , 10-03-2023 / 18/031529-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkeersongeval met dodelijke afloop (vrachtwagen en een stilstaande personenauto). Vrijspraak van artikel 6 WVW, en veroordeling wegens artikel 5 WVW. Geldboete van € 750,- en een voorwaardelijke OBM van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/031529-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 maart 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte] ,</title>
    <para>geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 februari 2023.</para>
      <para>Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R. van Leusden, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D.P. Menting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij, op of omstreeks 27 maart 2022 te Heerenveen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een vrachtauto, daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A7, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag, te weten: het terwijl hij, verdachte, (ernstig) was afgeleid door zijn mobiele telefoon en/of niet steeds en/of niet voldoende op de weg voor hem en/of het overige verkeer heeft gelet, in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood, althans zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten een schedelfractuur, hersenletsel, fracturen en kneuzingen in de onderrug, en/of ribfracturen met doorboring van de longen;</para>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>hij, op of omstreeks 27 maart 2022 te Heerenveen als bestuurder van een voertuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A7, terwijl hij, verdachte, (ernstig) was afgeleid door zijn mobiele telefoon en/of niet steeds en/of niet voldoende op de weg voor hem en/of het overige verkeer heeft gelet, in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie is van mening dat het rijgedrag van verdachte aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig is geweest. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte eerder had kunnen en moeten remmen en/of uitwijken, omdat verdachte voldoende tijd en zicht heeft gehad om het voertuig van het slachtoffer te kunnen waarnemen. Tevens heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte afgeleid is geweest door het gebruik van zijn mobiele telefoon.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe allereerst aangevoerd dat niet te bewijzen is dat verdachte kort voor het ongeval afgeleid is geweest door het gebruik van zijn mobiele telefoon. Tevens heeft de raadsman bepleit dat verdachte onvoldoende tijd heeft gehad om het ongeval te kunnen voorkomen. Hoewel de raadsman met de verbalisanten van de Verkeer Ongevalsanalyse (hierna: VOA) ervan uitgaat dat het voertuig van het slachtoffer op 5 seconden zichtbaar is geweest voor verdachte, is de raadsman – anders dan de verbalisanten van de VOA – van mening dat op dat moment nog slechts 2 of 3 seconden voor verdachte resteerden om te proberen om volledig tot stilstand te komen. De raadsman houdt namelijk rekening met het in- en uitvoegend en inhalend verkeer, en dat sprake is van een extra lange reactietijd omdat eerst de realisatie bij verdachte moest komen dat het voertuig van het slachtoffer stilstond, alvorens de ‘normale’ reactietijd van 1 seconde ging lopen. Tot slot heeft de raadsman ten overvloede opgemerkt dat als verdachte 6 seconden voordat de aanrijding plaatsvond had geremd, hij alsnog te laat zou zijn geweest, omdat pas bij 6,5 seconden het ongeval voorkomen had kunnen worden.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat onvoldoende uit het dossier is gebleken dat verdachte tijdens/kort voor het ongeval afgeleid is geweest door het gebruik van zijn mobiele telefoon. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte beelden heeft bekeken via de applicatie HorizonGo op zijn mobiele telefoon. Daarbij komt dat de verklaring van verdachte, namelijk dat hij via Bluetooth luisterde naar geluid of muziek afkomstig uit zijn mobiele telefoon, ook (gedeeltelijk) past bij de forensische bevindingen over het telefoongebruik van verdachte. Hierdoor kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden uitgesloten dat verdachte kort/tijdens het ongeval enkel luisterde naar zijn mobiele telefoon. Evenmin is komen vast te staan dat verdachte vanaf 4 minuten voordat het ongeval plaatsvond zijn mobiele telefoon in zijn hand had. Verdachte heeft verklaard dat de telefoon los op zijn dashboard lag. Nu de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte afgeleid is geweest door zijn mobiele telefoon, resteert slechts één overtreding, hetgeen in dit geval onvoldoende is voor een bewezenverklaring van schuld (een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid) in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.</para>
      <para>De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.</para>
      <para>Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="underline">1. De door verdachte ter zitting van 24 februari 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:</bridgehead>
    <para>U vraagt mij naar het ongeval dat heeft plaatsgevonden op 27 maart 2022 te Heerenveen. Voorafgaand aan het ongeval voegde een auto voor mij in, die op enig moment wegschoot. Daarna heb ik met mijn vrachtwagen de Toyota van achteren aangereden.</para>
    <bridgehead role="underline">2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 14 april 2022, opgenomen op pagina 24 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002022086299 d.d. 30 juni 2022, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>Locatie ongeval</title>
    <parablock>
      <para>Datum: 27 maart 2022</para>
      <para>Locatienaam: A7</para>
      <para>Plaats: Heerenveen</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Betrokken partijen</title>
    <parablock>
      <para>Personenauto Toyota</para>
      <para>Bestuurder: [slachtoffer]</para>
      <para>Vrachtauto Man TGX</para>
      <para>Bestuurder: [verdachte]</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Dodelijk slachtoffer</title>
    <parablock>
      <para>Bij of kort na het ongeval is onderstaand persoon overleden.</para>
      <para>Achternaam: [slachtoffer]</para>
      <para>Voornamen: [slachtoffer]</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van FO-Verkeer Ongevalsanalyse d.d. 31 mei 2022, opgenomen op pagina 30 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Verbalisanten</title>
    <para>Op 27 maart 2022 hebben wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , respectievelijk, Operationeel Specialist A en generalist Forensische Opsporing, ongevalsanalisten politie Noord-Nederland, naar de toedracht van het hierna omschreven verkeersongeval ter plaatse een onderzoek ingesteld.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Betrokken voertuigen</title>
    <parablock>
      <para>Bij dat ongeval waren de volgende voertuigen betrokken.</para>
      <para>Voertuig 1: MAN, type TGX</para>
      <para>Voertuig 2: Toyota</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beknopte ongevalsbeschrijving</title>
    <para>Het ongeval had eerder die dag plaatsgevonden op de A7 onder Heerenveen. De bestuurster van de Toyota was tot stilstand gekomen of had haar voertuig tot stilstand gebracht. Kort daarna botste de bestuurder van de MAN met de voorzijde van zijn voertuig tegen de achterzijde van de Toyota. Als gevolg van de botsing kwam de bestuurster van de Toyota te overlijden.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie/beantwoording</title>
    <para>Het ongeval is mede te wijten aan onoplettendheid van de vrachtauto bestuurder. De bestuurder van de MAN had voldoende tijd gehad om te reageren op de stilstaande Toyota om zijn voertuig tot stilstand te brengen en/of om uit te wijken.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Analyse dashcambeelden</title>
    <parablock>
      <para>Betrokken vrachtauto had dashcam beelden opgenomen.</para>
      <para>18:27:46 Opel voegt in. Tijd tot botsen is ongeveer 15 seconden.</para>
      <para>18:27:58 Ingevoegde Opel wijkt uit voor de Toyota. Tijd tot botsen is 5 seconden.</para>
      <para>Vanuit de videobeelden is de Toyota duidelijk waarneembaar. Vanuit het oogpunt van de bestuurder van de MAN zou de Toyota, vooral gelet op de relatief korte afstand, waarneembaar moeten zijn.</para>
      <para>18:28:03 De MAN botst.</para>
      <para>Op 5 seconden voor de botsing is de Toyota zichtbaar op ongeveer 120 meter. Over deze afstand had de bestuurder van de vrachtauto met 1 seconde reactietijd en een vertraging van</para>
      <para>3,1 m/s2 (eenvoudige remming) zijn vrachtauto vóór de botsing tot stilstand kunnen brengen. Op 4 seconden voor de botsing had de bestuurder van de vrachtauto, incluis reactietijd van 1 seconden met een vertraging van 4,2 m/s2 (stevige doch geen noodremming) tijdig tot stilstand kunnen komen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Eindconclusie</title>
    <parablock>
      <para>De bestuurster van de Toyota kwam tot stilstand. Op enige moment naderde de bestuurder van de MAN de stilstaande Toyota. De voor de MAN rijdende bestuurder van een Opel kon nog uitwijken voor de Toyota. Ondanks dat de Toyota voor de bestuurder van de MAN zichtbaar moet zijn geweest reageerde deze bestuurder op geen enkele wijze tot zeer kort voor de botsing. De bestuurder had, bij adequate waarneming en reactie, het ongeval kunnen voorkomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">4. Een geneeskundige verklaring, op 27 maart 2022 opgemaakt en ondertekend door A.E. Brinker, forensisch arts KNMG voor zover inhoudend, als haar schouwverslag:</emphasis>
      </para>
      <para>Cliënt [slachtoffer]</para>
      <para>Voornamen [slachtoffer]</para>
      <para>Overlijdensdatum 27-03-2022</para>
      <para>Dame staat met haar auto stil op de snelweg. Een vrachtwagen rijdt op deze auto in. Mw. wordt gereanimeerd, waarbij er nog wel lage cardiale output was. Bij schouw worden nauwe pupillen gezien en een ernstige hoofdwond op het achterhoofd met schedelfractuur. Waarschijnlijk is er ook sprake van beschadiging van de hersenstam. Er zijn multipele ribfracturen met doorboring van de longen en waarschijnlijk een fractuur van de onderrug. Op de onderrug zijn verse bloeduitstortingen te zien, welke bevestigen dat mw. nog kort geleefd heeft. Er worden bij de schouw geen aanwijzingen gezien voor een natuurlijke doodsoorzaak. Het letsel is dusdanig ernstig dat dit het overlijden kan hebben veroorzaakt. Het letsel lijkt passend bij het ongevalsmechanisme. Derhalve is er sprake van een niet-natuurlijk overlijden door verkeersongeval.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van de hierboven genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte het voertuig van het slachtoffer heeft moeten en kunnen zien nadat de ingevoegde Opel van getuige [naam] was uitgeweken naar links. Immers had verdachte op dat moment vrij zicht op het stilstaande voertuig van het slachtoffer, dat zich op dezelfde rijstrook als verdachte bevond. De vervolgvraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte op dat moment voldoende tijd heeft gehad om zijn vrachtwagen tot stilstand te brengen, dan wel uit te wijken, waardoor het ongeval voorkomen had kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat de abrupte inhaalmanoeuvre van de Opel, nadat deze kort daarvoor vóór verdachte was ingevoegd, aanleiding voor verdachte had moeten zijn om te realiseren dat er iets onregelmatigs op de weg gaande was, en om vervolgens daarop te anticiperen. Blijkens de bevindingen van de VOA had verdachte op voornoemd moment - te weten de abrupte inhaalmanoeuvre van de Opel - voldoende tijd, namelijk 4 à 5 seconden, om zijn vrachtwagen tot stilstand te brengen, waardoor een botsing had kunnen worden voorkomen. Hoewel de raadsman van verdachte heeft betwist dat minder dan 6,5 seconden voldoende tijd aan verdachte had geboden om het ongeluk te voorkomen, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de berekening van de verbalisanten van de VOA. Zeker niet omdat één van de opstellers van de VOA, dhr. [verbalisant 2] , ter terechtzitting van 24 februari 2023 heeft gepersisteerd bij zijn berekening en heeft uitgelegd waarom de berekening van de raadsman onjuist is. Tevens had verdachte voldoende tijd en ruimte om zijn vrachtwagen de vluchtstrook, die immers vrij was, op te sturen. Dit klemt temeer omdat verdachte jarenlange ervaring heeft door zijn werk als beroepschauffeur en tevens de weg waarop het verkeersongeluk plaatsvond kent. Voor verdachte geldt dus ook dat van hem extra verantwoordelijkheid en extra oplettendheid mag worden verlangd (de zogenoemde</para>
      <para>Garantenstellung). Het verweer van de raadsman dat verdachte te maken had met zowel in- en uitvoegend als inhalend verkeer, doet dan ook niet af aan voornoemd oordeel. Ook het verweer dat sprake is van extra reactietijd, omdat het voertuig van het slachtoffer stilstond, slaagt niet. In het verkeer heeft iedere verkeersdeelnemer in het algemeen, en een beroepschauffeur in het bijzonder, de plicht om oplettend te zijn en te reageren op zich aandienende verkeerssituaties. Daarbij komt dat altijd het risico op (plotseling) stilstaan of remmen voor obstakels bestaat, bijvoorbeeld door het ontstaan van een file of het dicht- of open gaan van bruggen. Iedere verkeersdeelnemer, en met name een beroepschauffeur, dient daarvoor beducht te zijn.</para>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn gedrag een gevaar op de weg heeft veroorzaakt, welk gevaar zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt door de aanrijding met de auto van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:</para>
      <para>hij op 27 maart 2022 te Heerenveen als bestuurder van een vrachtauto, daarmee rijdende op de A7, terwijl hij, verdachte, niet voldoende op de weg voor hem en het overige verkeer heeft gelet, in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.</para>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:</title>
    <parablock>
      <para>1 subsidiair. Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (hierna: OBM) voor de duur van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. Daarbij benadrukt de rechtbank dat zij zich realiseert dat de oplegging van een straf in een zaak als deze het leed van de nabestaanden niet kan wegnemen.</para>
      <para>De verdachte wordt veroordeeld voor de overtreding die inhoudt dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Hoewel de verdachte geen juridische schuld heeft aan het dodelijke verkeersongeval zoals bedoeld in artikel 6 WVW, kan en dient de ernst van de gevolgen van het gevaarlijke rijgedrag zoals bedoeld in artikel 5 WVW wel tot uitdrukking te komen in de op te leggen straf. Dat laat onverlet dat de op te leggen straf aanzienlijk lager uitvalt dan straffen die doorgaans worden opgelegd ter zake van schuld aan een dodelijk verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 WVW, en dan de straf zoals geëist door de officier van justitie.</para>
      <para>De rechtbank realiseert zich ook dat het ongeval ingrijpende gevolgen voor verdachte heeft gehad, en dat verdachte het ongeval nooit heeft gewild. Gelet echter op het feit dat verdachte zich in strafrechtelijke zin schuldig heeft gemaakt aan een verkeersovertreding, kan een straf niet uitblijven.</para>
      <para>De rechtbank heeft gezien dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Hoewel verdachte sinds 1992 beroepschauffeur is, staan er ook geen verkeersovertredingen op zijn naam, zo blijkt uit zijn blanco justitiële documentatie. Verder heeft verdachte zijn rijbewijs nodig voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat oplegging van OBM een grote impact op hem en zijn gezin zal hebben, omdat zijn inkomsten dan weg zullen vallen.</para>
      <para>De rechtbank acht, alles afwegende, een geldboete van € 750,00 en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betaling van een <emphasis role="bold">geldboete ten bedrage van € 750,00</emphasis> (zegge: zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het subsidiaire feit voorts:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> -bromfietsen daaronder begrepen- voor de duur van zes maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze bijkomende straf <emphasis role="bold">niet</emphasis> zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis>, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. L.F. Beitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.A.A. van Capelle is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>