<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:2785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-07T11:10:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/223491 / KG RK 23-197</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:2785">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:2785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-07T11:08:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:2785 Rechtbank Noord-Nederland , 23-06-2023 / C/18/223491 / KG RK 23-197</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:2785:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tweede wrakingsverzoek in dezelfde procedure. Het tweede wrakingsverzoek is er kennelijk op gericht om alsnog een oordeel van de wrakingskamer te verkrijgen over dezelfde grond, zij het anders geformuleerd, die aan het eerste wrakingsverzoek ten grondslag is gelegd. Verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Wrakingsverbod opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:2785:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/223491 / KG RK 23-197</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 23 juni 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mrs. A.W. Wassink, H. Brouwer en M.R. Gans,</emphasis>
      </para>
      <para>rechters in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechters. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het schriftelijk wrakingsverzoek van 15 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 16 juni 2023;</para>
      <para>- de schriftelijke reactie van de rechters van 20 juni 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde dag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de meervoudige kamer van de sector bestuursrecht in deze rechtbank, locatie Groningen, die is belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer LEE AWB 21/1276, kort gezegd een procedure tussen verzoekers en de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG). Verzoekers zijn eisers in die procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De verzoekers hebben in de hiervoor genoemde zaak eerder een verzoek tot wraking van de meervoudige kamer ingediend (hierna: het eerste wrakingsverzoek). Dit verzoek is bij beslissing van 8 juni 2023 door de wrakingskamer kennelijk ongegrond verklaard. Uit die beslissing komt naar voren dat de verzoekers aan het eerste wrakingsverzoek het volgende ten grondslag hebben gelegd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"2.2.	Uit het schriftelijke wrakingsverzoek blijkt dat verzoekers - kort samengevat - aan hun verzoek ten grondslag hebben gelegd dat de rechters in strijd met de wet hebben gehandeld door de NCG toe te staan om een deskundige ( [deskundige] ) mee te nemen naar de zitting, terwijl hiervan niet tijdig aan verzoekers mededeling is gedaan zoals artikel 8:60 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorschrijft. De verzoekers stellen dat de rechters andere regels hanteren voor de overheid dan voor de burger, waardoor het vertrouwen in een onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak is geschaad. "</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 15 juni 2023 (hierna: het tweede wrakingsverzoek) komt naar voren dat de verzoekers zich naar aanleiding van de beslissing op het eerste wrakingsverzoek genoodzaakt zien tot het indienen van een tweede wrakingsverzoek. Aan dit tweede wrakingsverzoek leggen verzoekers ten grondslag dat de NCG te laat mededeling heeft gedaan van het meebrengen van een deskundige naar de zitting van 10 mei 2023, door de rechtbank slechts twee dagen voorafgaand aan die zitting hiervan in kennis te stellen. Verzoekers hebben die betreffende brief twee dagen na de zitting van 10 mei 2023 doorgestuurd gekregen. Verzoekers stellen dat de overheid (in casu de NCG) hierdoor in strijd met artikel 8:60 Awb heeft gehandeld en dat de rechters, door dit handelen toe te laten, de wet niet correct hebben toegepast en hun partijdigheid daardoor hebben getoond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Vooropgesteld overweegt de wrakingskamer dat tegen de beslissing van 8 juni 2023 geen ander rechtsmiddel open staat, dan cassatie in het belang der wet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voor zover de verzoekers met het tweede wrakingsverzoek de grond uit het eerste wrakingsverzoek hebben willen toelichten of aanvullen, overweegt de wrakingskamer dat uit artikel 8:16, derde lid, Awb volgt dat alle feiten en omstandigheden die tot een wrakingsverzoek hebben geleid, tegelijk moeten worden voorgedragen. In geen geval is het mogelijk dat verzoekers de gronden van een wrakingsverzoek nader schriftelijk toelichten of aanvullen. De wet biedt die mogelijkheid evenmin wanneer de beslissing op een wrakingsverzoek, zoals in dit geval, al is genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt daarnaast dat uit artikel 8:16, vierde lid, van de Awb naar voren komt dat een volgend verzoek in dezelfde procedure om wraking van dezelfde rechter(s) niet in behandeling genomen wordt, tenzij er feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker(s) bekend zijn geworden. De wrakingskamer is van oordeel dat aan dit vereiste niet is voldaan, nu verzoekers aan het tweede wrakingsverzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden ten grondslag hebben gelegd. Het tweede wrakingsverzoek is er kennelijk op gericht om alsnog een oordeel van de wrakingskamer te verkrijgen over dezelfde grond, zij het anders geformuleerd, die eerder aan het eerste wrakingsverzoek ten grondslag is gelegd. Daar is het middel van wraking niet voor bedoeld. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat de rechters na het indienen van het eerste wrakingsverzoek nog enige handelingen in de hoofdzaak hebben verricht die tot gegrondverklaring van het tweede wrakingsverzoek zouden kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande komt de wrakingskamer dan ook tot de conclusie dat de verzoekers niet-ontvankelijk zijn in het tweede wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan op grond van artikel 4 lid 2 onder f van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Nederland achterwege blijven.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wrakingsverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Omdat verzoekers met het tweede wrakingsverzoek het middel van wraking lichtvaardig en zonder enige verdere grondslag hebben ingezet, ziet de wrakingskamer aanleiding om artikel 8:18, vierde lid, Awb toe te passen en te bepalen dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechters die zijn belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer LEE AWB 21/1276 niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure met zaaknummer LEE AWB 21/1276 wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek door of namens [verzoekers] in deze procedure niet in behandeling wordt genomen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:</para>
      <para>- verzoekers;</para>
      <para>- mrs. A.W. Wassink, H. Brouwer en M.R. Gans,</para>
      <para>- de partijen in de hoofdzaak. </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colD">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Brinksma, voorzitter, M.A.M. Wolters en C.W. Couperus-van Kooten, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023 in aanwezigheid van mr. H.J. Boon als griffier.</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>griffier                                                                                                voorzitter</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colB">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry namest="colB" nameend="colD">
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>