<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:2425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-19T09:18:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/222162 KG RK 23-126</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:2425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:2425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-19T09:16:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:2425 Rechtbank Noord-Nederland , 17-05-2023 / C/18/222162 KG RK 23-126</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:2425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. Geen grond voor partijdigheid / vooringenomenheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:2425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a996ad01-de96-4e08-b258-4a019865e5df" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="503b37ad-41b0-479a-b048-f5ce803fc040" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/222162 KG RK 23-126</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 17 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. Mercanoglu, kantoorhoudende te Almelo, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M. Jansen,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van 21 april 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 21 april 2023;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 9 mei 2023.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer [zaaknummer] </para>
        <para> waarin verzoekster partij is en verzoekster wordt bijgestaan door </para>
        <para>mr. I. Mercanoglu. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoekster heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat het optreden van haar gemachtigde door de rechter bij de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt betrokken en dat het functioneren van haar gemachtigde ter discussie wordt gesteld. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat de gemachtigde zelf bepaalt hoe hij zijn client bijstaat en dat de rechter daar niks mee te maken heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk ongegrond verzoek en daarom laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub b, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de wrakingskamer uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Aan het wrakingsverzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter het optreden van de advocaat betrekt bij de inhoudelijke behandeling van de zaak en dat de rechter het functioneren van de advocaat ter discussie stelt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>Zoals hiervoor al aangegeven wordt bij de beoordeling van het wrakingsverzoek  tot uitgangspunt genomen dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten de handelwijze van de rechter niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <para>De rechter heeft ter toelichting op haar handelen aangevoerd dat het hier gaat om een zitting in het kader van een verzoek op grond van de geschillenregeling en dat de kinderrechter de wettelijke taak heeft om een vergelijk tussen de betrokkenen te beproeven alvorens een beslissing wordt genomen. In het kader van deze taak zijn de gewraakte opmerkingen ter zitting gemaakt, maar dit staat, aldus de rechter, los van enige inhoudelijke beoordeling van het verzoek en ook is hier geen (schijn van) vooringenomenheid uit op te maken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer is niet komen vast te staan dat de (hoge) drempel voor het aannemen van partijdigheid is gehaald. Bij zijn beoordeling betrekt de wrakingskamer dat de rechter regie voert over de zaken die aan hem worden voorgelegd. Hierbij heeft de rechter een grote mate van vrijheid bij de bepaling van de wijze van behandelen. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan in de wijze waarop de rechter die taak heeft ingevuld een grond worden gevonden voor het oordeel dat zij jegens een van de partijen een vooringenomenheid koestert, of dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Voor die zeer uitzonderlijke omstandigheden heeft de wrakingskamer geen aanknopingspunten kunnen vinden. Hierbij betrekt de wrakingskamer dat het niet ongebruikelijk is (en in het kader van de geschillenregeling van artikel 1:262b van het Burgerlijk Wetboek zelfs aangewezen is) dat ter zitting wordt onderzocht of partijen ten aanzien van het tussen hen in geding zijnde geschil tot een vergelijk (in casu: tot een betere samenwerking) kunnen komen. Dat hierbij in dit geval te dringend zou zijn opgetreden door de rechter is de wrakingskamer niet gebleken. De wrakingskamer ziet geen aanwijzingen voor het standpunt dat de rechter hier zodanig heeft gehandeld dat zij niet onpartijdig is of dat zij vooringenomen zou zijn. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Voor zover verzoekster aan het wrakingsverzoek de bejegening van de rechter ten grondslag heeft gelegd overweegt de wrakingskamer dat voor dergelijke klachten de wrakingsprocedure niet is bedoeld. Verzoekster kan over de wijze van bejegening door de rechter een klacht indienen bij het gerechtsbestuur. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in deze bejegening (de schijn van) partijdigheid van de rechter besloten ligt, zijn niet gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de procedure met zaaknummer [zaaknummer] wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>- [verzoekster] ;</para>
      <para>- de gewraakte rechter;</para>
      <para>- [belanghebbende] ; en </para>
      <para>- het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. J.S. Bartstra en </para>
      <para>mr. F.P. Dresselhuys -Doeleman, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 17 mei 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>