<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:1842</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T14:09:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/138187-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1842">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1842</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T14:08:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:1842 Rechtbank Noord-Nederland , 09-05-2023 / 18/138187-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1842:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft op 9 mei 2023 een vonnis gewezen, waarin zij een man heeft vrijgesproken voor een tezamen en in vereniging gepleegde diefstal met geweld en het voorhanden hebben van een vuurwapen. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangever en getuige op belangrijke punten inconsistent zijn en op essentiële onderdelen tegenstrijdigheden bevatten, zodat die verklaringen niet bruikbaar zijn voor het bewijs. Hierdoor en door het ontbreken van ondersteunend bewijs kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte en zijn medeverdachte de in de ten laste gelegde diefstal met geweld hebben begaan. Nu het wapen niet onder verdachte is aangetroffen en het dossier, anders dan de verklaring van de medeverdachte, geen aanknopingspunten biedt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen door verdachte, spreekt de rechtbank verdachte vrij van dit feit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1842:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht Locatie Groningen</para>
      <para>parketnummer 18/138187-21</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 mei 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte], </emphasis>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 april 2023.</para>
      <para>Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. W.G. ten Have, die verklaard heeft niet uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.</para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.M. von Bartheld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para>1. hij op of omstreeks 26 mei 2021 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta (op de openbare weg) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee gouden schakelkettingen en/of drie ringen, althans sieraden, en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan aangever no. [nummer]., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen aangever no. [nummer]. gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader,</para>
    <parablock>
      <para>-meermalen, althans eenmaal, met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een klap tegen het hoofd van aangever no.[nummer].</para>
      <para>gegeven en/of</para>
      <para>-een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van aangever no. [nummer].gericht/gezet en/of</para>
      <para>-gezegd: "Ik wil geld en ik schiet, ik schiet" en/of</para>
      <para>-met gebalde vuisten tegen het hoofd van aangever no. [nummer] geslagen en/of</para>
      <para>-tegen de benen van aangever no. [nummer]. geschopt en/of -die aangever [nummer] naar de grond geslagen en/of geschopt;</para>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden</para>
      <para>hij op of omstreeks 26 mei 2021 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta, en/of Groningen,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee gouden schakelkettingen en/of drie ringen, althans sieraden, en/of een mobiele telefoon, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
    </parablock>
    <para>2 hij op of omstreeks 26 mei 2021 te Delfzijl, gemeente Eemsdelta,en/of Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk CZ, type Vzor50, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie te weten 4 stuks kogelpatronen van het kaliber 7,65, voorhanden heeft gehad.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.</para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat ten tijde van de aanhouding een tas met daarin een vuurwapen met munitie onder de medeverdachte is aangetroffen. De medeverdachte heeft verklaard dat het wapen van verdachte is, die het wapen kort voor de aanhouding heeft gebruikt ter afdreiging. Gelet hierop komt de officier van justitie tot een bewezenverklaring van het tezamen en in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan integraal zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.</para>
      <para>Aangever [benadeelde partij] is meerdere malen, zowel door de politie als de rechter-commissaris, gehoord. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangever wisselend zijn en tegenstrijdigheden bevatten. Deze tegenstrijdigheden maken de verklaringen van aangever ongeloofwaardig. De ongeloofwaardigheid van de verklaringen van aangever wordt onderstreept door de verklaringen van de getuige, de moeder van aangever. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangever en getuige op belangrijke punten inconsistent zijn en op essentiële onderdelen tegenstrijdigheden bevatten, zodat die verklaringen niet bruikbaar zijn voor het bewijs. Hierdoor en door het ontbreken van ondersteunend bewijs kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte en zijn medeverdachte de in de tenlastelegging onder feit 1 primair genoemde feitelijkheden hebben begaan. Er is niet voldaan aan de juridische maatstaf van wettig en overtuigend bewijs. Hetzelfde geldt voor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde nu, gelet op de voornoemde onduidelijkheden en tegenstrijdigheden, de rechtbank niet zonder redelijke twijfel kan vaststellen wat er zich op 26 mei 2021 te Delfzijl heeft afgespeeld. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van hetgeen onder 1 primair en subsidiair ten laste is gelegd.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat ten tijde van de aanhouding te Groningen een vuurwapen is aangetroffen in een tas die de medeverdachte op dat moment bij zich droeg. Nu het wapen niet onder verdachte is aangetroffen en het dossier, anders dan de verklaring van de medeverdachte, geen aanknopingspunten biedt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen door verdachte, spreekt de rechtbank verdachte vrij van dit feit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.330,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft primair aangevoerd dat de benadeelde partij -gelet op de gevorderde vrijspraak- niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering. Subsidiair dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Primair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat zij integrale vrijspraak heeft bepleit van het ten laste gelegde.</para>
      <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij nietontvankelijk moet worden verklaard, wegens het ontbreken van onderbouwing.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat de verklaringen van aangever als ongeloofwaardig kunnen worden beschouwd en derhalve niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering afwijzen. <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] af.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] zijn eigen proceskosten draagt.</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. J. Duiven, rechters, bijgestaan door mr. L.N. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 mei 2023.</para>
      <para>Mr. H. van der Werff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>