<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-06T11:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10163902 CV EXPL 22-6354</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TvC 2023, afl. 2, p. 91 met annotatie van prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:184">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T11:59:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:184 Rechtbank Noord-Nederland , 17-01-2023 / 10163902 CV EXPL 22-6354</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:184:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Onjuiste herroepingsvoorlichting, maar gelet op de doelstellingen van de Richtlijn 2011/83/EU geen extra sanctionering als bedoeld in de nationale sanctioneringsrichtlijn inzake de informatieplichten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:184:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak/rolnummer: 10163902 CV EXPL 22-6354                                           </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van 17 januari 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kinderdagverblijf Hamertje-Tik B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders te Assen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd dat de gedaagde partij veroordeeld wordt om aan de eisende partij te betalen </para>
        <para>€ 9.803,19 vermeerderd met rente en kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de gedaagde partij een consument is en dat daarom bij de beoordeling ambtshalve aan het dwingende consumentenrecht moet worden getoetst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering van de eisende partij ziet op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. De handelaar moet bij het sluiten van dat soort overeenkomsten voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In deze procedure moet de eisende partij gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter moet vervolgens ambtshalve onderzoeken of aan de plichten is voldaan, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n informatieplicht moet de rechter een sanctie toepassen (zie het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677). De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad een sanctierichtlijn opgesteld.<footnote-ref linkend="_115f9626-c2b5-405d-a5f8-6fcd73715b80" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter kan niet vaststellen dat de gedaagde partij (juist) over het herroepingsrecht is geïnformeerd en niet is gebleken dat die informatie later alsnog aan de gedaagde partij is verstrekt. Dit betekent dat de eisende partij niet heeft voldaan aan haar herroepingsvoorlichting als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 sub h BW. De eisende partij heeft evenmin voldaan aan de contractuele informatieverplichting als bedoeld in artikel 6:230v lid 7 BW. Om die reden verloopt de herroepingstermijn twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke veertiendagentermijn als bedoeld in artikel 6:230o lid 2 BW. Omdat de overeenkomsten op 3 februari 2021 en 28 mei 2021 zijn gesloten, is de herroepingstermijn daarom op 17 februari 2022 respectievelijk 11 juni 2022 geëindigd. Deze termijn is inmiddels verstreken en niet gesteld of gebleken is dat gedaagde de overeenkomst heeft willen herroepen. De kantonrechter zal aan de schending van de herroepingsvoorlichting als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 sub h BW geen verdere sanctie verbinden  op basis van de sanctierichtlijn. De kantonrechter overweegt  hierover als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het Nederlandse artikel 6:230o BW en het artikel 6:230m lid 1 sub h BW vinden hun oorsprong in de Richtlijn 2011/83/EU (hierna: de Richtlijn). Het herroepingsrecht is door de Richtlijn volledig geharmoniseerd, zowel de uitoefening daarvan als de modaliteiten. De achterliggende gedachte hiervan is dat de consument een eenvormig herroepingsrecht heeft in de gehele interne Europese markt en dit zorgt voor rechtszekerheid voor zowel de consument als de handelaar en een gelijk speelveld. Nu de gedeeltelijke vernietiging van de betalingsverplichting van de consument bij de schending van de herroepingsvoorlichting niet is geregeld in de Richtlijn en daarmee een extra dimensie geeft aan de sanctionering, staat dit op gespannen voet  met de doelstellingen van de Richtlijn.<footnote-ref linkend="_ed9793c8-1b2d-499e-9d85-9f0d757f98c3" /> Overigens voldoet de specifieke sanctie naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval aan de eis dat deze doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend dient te zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Tegen deze achtergrond overweegt de kantonrechter dat er geen enkele aanwijzing is dat de gedaagde partij de overeenkomst heeft willen herroepen en uit de stellingen van de eisende partij blijkt dat de eisende partij de overeengekomen diensten heeft verleend, zodat de gedaagde partij dan ook voor de geleverde diensten moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de kantonrechter ook overigens niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij om tegen kwijting aan de eisende partij te betalen € 9.803,19 vermeerderd met de wettelijke rente over € 8.626,34 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 514,00 aan griffierecht, € 129,74 aan explootkosten en € 311,00 voor salaris van de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst – voor zover nodig – af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: 48315/692</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_115f9626-c2b5-405d-a5f8-6fcd73715b80" label="1">
    <para> Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten, laatstelijk gewijzigd op 17 mei 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed9793c8-1b2d-499e-9d85-9f0d757f98c3" label="2">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 september 2019, C-331/18, EU:C:2019:665, r.o. 56</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>