<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:1747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-04T14:19:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19-810228-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1747">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-04T14:19:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:1747 Rechtbank Noord-Nederland , 04-05-2023 / 19-810228-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1747:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek ex artikel 6:6:26 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering afgewezen, geen sprake is van een in rechte vastgestelde vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1747:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Locatie Assen</para>
      <para>Rekestnummer 020053-22</para>
      <para>Parketnummers 19/810228-12 (eerste aanleg); 21/005550-13 (hoger beroep).</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de rechtbank d.d. 4 mei 2023 op het verzoekschrift ex artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">[verzoeker] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>[adres] , hierna te noemen: verzoeker,</para>
      <para>in de zaak van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[veroordeelde] ,geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] , </emphasis>hierna te noemen veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Bij onherroepelijk arrest van 29 januari 2016 is veroordeelde door het gerechtshof</para>
      <para>Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 488.680,- ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>Op 5 september 2022 is ter griffie van deze rechtbank door verzoeker een verzoekschrift ingediend, als bedoeld in artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot het geven van een bevel door de rechtbank om de reeds geïncasseerde en nog te incasseren gelden inzake de ontnemingsmaatregel die is opgelegd aan veroordeelde te laten uitkeren aan verzoeker.</para>
      <para>De rechtbank heeft op 20 april 2023 verzoeker, vertegenwoordigd door mr. O. Denijs, A. Thijmesma en P.C. Pittau, de officier van justitie, mr. I. Kluiter, en de advocaat van veroordeelde, mr. H. Voors, gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para>Verzoeker is in de zaak van veroordeelde aan te merken als benadeelde derde wegens diefstal van elektriciteit. Door de manipulaties aan de elektriciteitsaansluiting heeft veroordeelde elektriciteit kunnen afnemen van verzoeker, ten behoeve van de hennepteelt, zonder daarvoor te betalen. Veroordeelde heeft daarom een onrechtmatige daad gepleegd jegens verzoeker. De hoogte van de schade bedraagt € 121.460,29. Verzoeker heeft zich destijds in de strafzaak niet gevoegd als benadeelde partij vanwege een fout aan de kant van het Openbaar Ministerie. Verzoeker erkent dat de schadevergoedingsverplichting jegens verzoeker in rechte nooit is vastgesteld. Echter, de rechtsgang naar een civiele rechter is, mede gezien de hoge werkdruk bij de rechtspraak en het Openbaar Ministerie, inefficiënt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in rechte geen betalingsverplichting is vastgesteld, hetgeen met zich meebrengt dat het verzoek dient te worden afgewezen.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van veroordeelde</title>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van verzoeker is verjaard. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat het verzoek kan worden toegewezen, mag dit in ieder geval niet in het nadeel zijn van veroordeelde. De vordering van verzoeker dient dan te worden afgetrokken van het ontnemingsbedrag.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <parablock>
      <para>Uit de wetgeschiedenis van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering (577b Sv oud) volgt dat een betalingsverplichting eerst in rechte dient te worden vastgesteld alvorens bepaald kan worden dat in het kader van de ontneming geïncasseerde gelden kunnen worden uitgekeerd aan een benadeelde derde<emphasis role="bold">1</emphasis>.</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een in rechte vastgestelde vordering. Verzoeker heeft zich niet als benadeelde partij in de strafzaak gevoegd, zodat in de strafrechtelijke procedure geen benadelingsbedrag kon worden vastgesteld. Daarnaast beschikt verzoeker evenmin over een (civiel) vonnis, waarin de schadevergoedingsverplichting van veroordeelde is vastgesteld. Nu niet in rechte is vastgesteld dat en hoeveel verdachte aan verzoeker zou moeten betalen komt het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek af.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. R. Baluah en H. Hanssen - Telman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.D. Zwaagstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023.</para>
      <para>Mr. R. Baluah is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1343dbca-dd87-4f2e-9eb3-9cd85f3596df" depth="38" width="651" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>