<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2023:1338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T15:59:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-242597-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=530&amp;g=2020-01-01">Wetboek van Strafvordering 530</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1338">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:1338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T15:58:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:1338 Rechtbank Noord-Nederland , 20-03-2023 / 18-242597-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1338:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>de verdenking die tegen verzoeker bestond, kan hem niet meer worden tegengeworpen omdat is gekozen voor een sepot onvoldoende bewijs. Ook de door hem gekozen proceshouding kan geen reden om de kosten van rechtsbijstand niet of slechts gedeeltelijk te vergoeden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2023:1338:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Assen</para>
      <para>parketnummer : 18-242597-21 raadkamernummer : 22-003542</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">[verzoeker] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , hierna te noemen: de verzoeker.</para>
      <para>Advocaat: mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 17 november 2021 de onderhavige strafzaak geseponeerd in verband met het ontbreken van voldoende bewijs.</para>
      <para>Op15 februari 2022 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kosten van rechtsbijstand die door verzoeker zijn gemaakt ten gevolge van de tegen hem gevoerde strafzaak tot een bedrag van € 2.449,01</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kosten voor het opstellen en het indienen van dit verzoek tot een bedrag van € 340,-, te vermeerderen in geval van een behandeling ter zitting.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift en het standpunt van de officier van justitie van 9 maart 2022.</para>
      <para>Het verzoekschrift is behandeld ter openbare zitting van de raadkamer van 20 maart 2023. Daarbij zijn de advocaat van verzoeker mr. B.P.M. Canoy en de officier van justitie mr. N. Tromp, gehoord. Verzoeker is niet verschenen.</para>
      <para>De officier van justitie heeft zich – anders dan in het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie – ter zitting op het standpunt gesteld dat het verzoek niet geheel hoeft te worden afgewezenen dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank in hoeverre het verzoek, gelet op het schriftelijke standpunt, gematigd dient te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Verzoeker maakt derhalve aanspraak op vergoeding van kosten ex art. 530 Sv.</para>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft zich in haar schriftelijke standpunt op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen nu verzoeker met zijn proceshouding de rechtsgang opzettelijk en aantoonbaar heeft belemmerd en/of willens en wetens zonder enige noodzaak de voortgang van het onderzoek heeft vertraagd. Daartoe heeft het Openbaar Ministerie aangevoerd dat het erop lijkt dat verzoeker en zijn neef – destijds medeverdachte – hebben afgesproken dat de neef van verzoeker de schuld op zich zou nemen, terwijl voor beide heren sprake was van een bewijsbare zaak en ervoor hadden gekozen geen verantwoordelijkheid te nemen.</para>
      <para>Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank in de door verzoeker gekozen procespositie geen aanleiding om het verzoek af te wijzen. Nu er is gekozen voor een sepot onvoldoende bewijs mag in de schadevergoedingsprocedure de verdenking die tegen verzoeker bestond, hem niet meer worden tegengeworpen. Ook de door hem gekozen proceshouding kan geen reden om de kosten van rechtsbijstand niet of slechts gedeeltelijk te vergoeden. Een verdachte moet de hem toekomende processuele rechten kunnen uitoefenen zonder te vrezen dat de uitoefening daarvan hem later kan worden tegengeworpen. Dat verzoeker door zijn proceshouding de rechtsgang opzettelijk heeft belemmerd of willens en wetens de voortgang van het onderzoek heeft vertraagd, is niet gebleken.</para>
      <para>Ook de urendeclaratie van de advocaat geeft de rechtbank geen aanleiding om de verzochte vergoeding te matigen, nu de declaratie de rechtbank redelijk voorkomt. Ook werkzaamheden na het sepotbesluit kunnen worden vergoed op grond van art. 530 Sv, zij het voor zover die werkzaamheden beperkt zijn gebleven. Daarvan is in het onderhavige geval sprake nu slechts één telefoongesprek is gedeclareerd na het sepotbesluit.</para>
      <para>Concluderend ziet de rechtbank in hetgeen het Openbaar Ministerie in haar schriftelijke standpunt heeft aangevoerd, geen aanleiding om het verzoek te matigen. Het gevorderde bedrag van € 2.449,01 zal derhalve worden toegewezen.</para>
      <para>De rechtbank zal voorts, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling daarvan ter zitting, een vergoeding inclusief BTW toekennen van € 680,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 3.129,01.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J. de Vroome, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Lamers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2023.</para>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING</title>
    <para>De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van € 3.129,01 (zegge: drieduizendhonderdnegenentwintig euro en één eurocent) over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Canoy Strafrechtadvocaten onder vermelding van [omschrijving] .</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>