<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:4940</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T16:13:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/216157 KG RK 22/220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4940">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4940</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T16:12:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:4940 Rechtbank Noord-Nederland , 18-10-2022 / C/18/216157 KG RK 22/220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:4940:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing aanhoudingsverzoek en verzoek telehoren. Procesbeslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:4940:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e51b68ab-35ee-40e7-ae6c-b6ae611e89cf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="94e74278-6796-4402-8089-db8a2a1fc7f9" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/216157 KG RK 22/220</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de beslissing van 18 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] ,</para>
      <para>niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende woon- of</para>
      <para>verblijfplaats</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A. van der Weerd, advocaat te Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. B.F. Hammerle,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van 1 september 2022 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 12 oktober 2022. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 18-018627 </para>
        <para>21 tegen verzoekster als verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft – blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek – aan </para>
        <para>haar verzoek ten grondslag gelegd dat omdat zij niet in de gelegenheid wordt gesteld om digitaal dan wel op een andere wijze gebruik te maken van haar aanwezigheidsrecht er sprake is van een vooringenomen standpunt over wie zij is. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat het om een procesbeslissing gaat waarbij haar voor de zoveelste keer onrecht wordt aangedaan. Deze beslissing is voor verzoekster nadelig. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek </para>
        <para>gereageerd. In deze reactie laat de rechter – kort samengevat – weten dat voorafgaand aan de zitting een aanhoudingsverzoek is ingediend en dat als reactie hierop is aangegeven dat de zaak niet op voorhand zal worden aangehouden. Het verzoek van de raadsman om de verdachte via telehoren te horen is afgewezen. Nagenoeg gelijktijdig met dit verzoek is een verzoek tot aanhouding ontvangen van de verdachte om medische redenen. Ter zitting heeft de raadsman wederom verzocht om de verdachte via telehoren te laten deelnemen aan de zitting en de behandeling van de zaak aan te houden. Het verzoek om telehoren is wederom afgewezen. Met betrekking tot het verzoek om aanhouding geeft de rechter aan dat de raadsman niet kon aangeven wanneer de verdachte in staat zou zijn om een zitting bij te wonen. Nadat de officier van justitie is gehoord over het verzoek is het verzoek afgewezen. De rechter geeft aan dat dit een procesbeslissing betreft en dat niets is gezegd over de inhoud van de zaak of de persoon van de verdachte. Het verzoek is afgewezen omdat de zaak al eerder op verzoek van de verdachte was aangehouden en het onduidelijk is wanneer de verdachte wel in staat zou zijn een zitting bij te wonen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat het verzoek tot wraking van mr. B.F. Hammerle zich richt op de procesbeslissing om het aanhoudingsverzoek af te wijzen en om verzoekster niet via telehoren te laten deelnemen aan de zitting. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking; wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel. Alleen als (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit anders zijn. Daarvan is hier geen sprake. Voor het overige heeft verzoekster geen feiten aangedragen waaruit vooringenomenheid van mr. Hammerle blijkt. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan op grond van artikel 4 lid 2 onder a van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Nederland achterwege blijven.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para> 	verklaart het wrakingsverzoek ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> 	bepaalt dat de procedure met zaaknummer 18-018627-21 wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> 	beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. B.F. Hammerle;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie mr. H.J. Veen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door de mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en </para>
      <para>mr. L.T. de Jonge, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 18 oktober 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de voorzitter</para>
      <para>(de griffier is verhinderd deze beslissing </para>
      <para>mede te ondertekenen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>