<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T13:43:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-295159-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:418">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T13:43:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:418 Rechtbank Noord-Nederland , 15-02-2022 / 18-295159-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:418:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder A van de Opiumwet, tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 103 dagen voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:418:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Afdeling strafrecht Locatie <?linebreak?>Groningen</para>
      <para>
        <?linebreak?>parketnummer 18-295159-21</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 februari 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>[verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .</para>
      <para>
        <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 februari 2022. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. Steller, advocaat te Amsterdam.</para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M.H.G. Scharenborg.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 10 september 2021 tot en met 22 september 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 670 (37 bolletjes à 10 gram + 300 gram in vagina) gram, in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. De raadsman heeft gesteld dat geen sprake is van medeplegen, omdat niet bewezen kan worden dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. De raadsman heeft aangevoerd dat de rol van verdachte beperkt is nu medeverdachte [medeverdachte 1] er zelfstandig voor heeft gekozen om bolletjes te slikken, verdachte op geen enkele manier medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gedwongen bolletjes te slikken en verdachte (zelfs) medeverdachte [medeverdachte 1] heeft beschermd door telefonisch aan de opdrachtgever door te geven dat [medeverdachte 1] niet meer bolletjes kon en wilde slikken. Voorts heeft de raadsman gesteld dat de verkoop van drugs in Nederland door verdachte niet aan hem ten laste is gelegd. Dit betreft een ander feit en heeft zijn aandeel in het ten laste gelegde niet vergroot. De raadsman heeft geconcludeerd dat de rol van verdachte dusdanig beperkt is dat slechts sprake is van medeplichtigheid, hetgeen niet aan verdachte ten laste is gelegd.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para>1. De door verdachte ter zitting van 1 februari 2022 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:</para>
    <para>Ik ben samen met [medeverdachte 1] naar Curaçao geweest. Ik wist vooraf dat [medeverdachte 1] van plan was om bolletjes te slikken. Zij vroeg of ik met haar mee wilde. Wij waren partners destijds. Ik heb [medeverdachte 1] met ‘ [naam 1] ’ in contact gebracht. Het geld voor de aanschaf van de bolletjes drugs hadden wij in onze gezamenlijke koffer. Dat geld had ik gekregen van ‘ [naam 1] ’. [naam 1] wilde dat ik op het geld paste omdat hij mij vertrouwde. ‘ [naam 2] ’ heeft ons vervolgens naar het vliegveld gebracht. Op Curaçao heb ik het geld voor de bolletjes overhandigd aan een Surinaamse man. Een paar dagen later kwam diezelfde Surinaamse man de bolletjes met cocaïne bij ons hotel afleveren. Ik heb met mijn telefoon een foto gemaakt van één van de bolletjes. Ook heeft de Surinaamse man een grote zwarte bal, met daarin 300 gram cocaïne, aan ons gegeven. Ik heb gezien dat [medeverdachte 1] naar de badkamer ging, om daar de bolletjes te slikken. Ook zag ik dat zij probeerde cocaïne in haar vagina te drukken. Daarna zijn wij terug naar Nederland gevlogen, dat ging allemaal goed. [naam 2] heeft ons daarna naar zijn woning gebracht. Daar hebben wij van de bolletjes cocaïne gerookt. Daarna ben ik met [medeverdachte 1] meegaan naar haar woning. Daar ben ik twee dagen gebleven om haar te helpen die rotzooi uit haar lichaam te krijgen. De bolletjes die uit [medeverdachte 1] kwamen heb ik voor een deel aan [naam 2] gegeven. Een ander deel heb ik zelf verkocht.</para>
    <para>2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 28 oktober 2021,opgenomen op pagina 19 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2021291970 d.d. 9 januari 2022, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 1] :</para>
    <parablock>
      <para>A: Ik ben met een vriend naar Curaçao gegaan. Daar hebben we dingen meegenomen naar Nederland.</para>
      <para>V: Hoeveel drugs moest je meenemen?</para>
      <para>A: 70 tot 80 bolletjes.</para>
      <para>V: Hoeveel heb je uiteindelijk meegenomen?</para>
      <para>A: 37 bolletjes en 300 gram in mijn vagina.</para>
      <para>V: Hoeveel drugs zit er ongeveer in een (1) bolletje?</para>
      <para>A: 10 gram.</para>
    </parablock>
    <para>3. Een schriftelijk bescheid, te weten een reisspecificatie van vliegmaatschappij TUI, opgenomen oppagina 460 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:</para>
    <parablock>
      <para>Vliegtickets voor de reizigers: [verdachte] &amp; [medeverdachte 1]</para>
      <para>Van: Amsterdam (vertrekdatum 12/09/2021) - Naar: Curaçao</para>
      <para>Van: Curaçao - Naar: Amsterdam (aankomstdatum: 20/09/2021)</para>
    </parablock>
    <para>4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2021,opgenomen op pagina 247 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :</para>
    <para>Op woensdag 24 november 2021, om 12.35 uur zijn wij de woning [straatnaam] , [plaats] , binnengegaan ter doorzoeking. Gezien de aangetroffen spullen die in de slaapkamer lagen werd hier regelmatig drugs gebruikt. Er lagen namelijk stukjes aluminiumfolie en veel peuken. Ook lagen er lepels tussen deze peuken. Hierbij bleek dat er op de grond een klein stukje gebruikt isolatieplakband lag. Dit plakband was groengeel van kleur en kwam overeen met het plakband wat omschreven is door de mede verdachten. Soortgelijke tape staat op foto’s op de telefoons van beide medeverdachten. Dit stukje plakband is gefotografeerd en inbeslaggenomen.</para>
    <para>5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 30 november 2021,opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [verdachte] :</para>
    <parablock>
      <para>O: Op jouw telefoon stond ook een foto van twee bolletjes, verpakt met groengele isolatietape. Deze foto heb jij op 19 september 2021 om 00.31 uur gemaakt en later verwijderd.</para>
      <para>V: Wat wil je hierover verklaren?</para>
      <para>A: Die heb ik gemaakt om laten zien dat zij niet allemaal dezelfde waren. Dit om te voorkomen dat [medeverdachte 1] problemen zou krijgen omdat één groter was dan de andere.</para>
      <para>Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.</para>
      <para>Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.</para>
      <para>Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.</para>
      <para>Uit het dossier en de verklaringen van verdachte ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte is -in de wetenschap dat medeverdachte [medeverdachte 1] van plan was om bolletjes cocaïne te slikken en nadat hij haar in contact heeft gebracht met een kennis die dat kon regelen - samen met haar afgereisd naar Curaçao. Verdachte heeft het geld voor de aankoop van de bolletjes gedurende de reis onder zich gehouden en heeft met het geld op Curaçao de bolletjes gekocht. Verdachte heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte 1] naar de badkamer ging om daar de bolletjes te slikken alsook dat zij een bol cocaïne in haar vagina drukte. Verdachte is vervolgens samen met medeverdachte</para>
      <para>[medeverdachte 1] terug naar Nederland gevlogen, heeft samen met medeverdachten</para>
      <para>[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van de ingevoerde cocaïne gerookt, en is enkele dagen in de buurt van medeverdachte [medeverdachte 1] gebleven om te wachten tot de bolletjes uit haar lichaam waren. Vervolgens heeft hij (een deel van) de ingevoerde drugs verkocht voor hemzelf en voor medeverdachte [medeverdachte 2].</para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden, worden vastgesteld dat de rol van verdachte zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van de invoer van de cocaïne in Nederland en de intensiteit van de samenwerking daarbij tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zodanig is geweest dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte 1] . Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:</para>
      <para>hij in de periode van 10 september 2021 tot en met 22 september 2021 te Schiphol, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 670 (37 bolletjes à 10 gram + 300 gram in vagina) gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:</title>
    <parablock>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Hoewel het aandeel van verdachte kleiner is geweest dan dat van medeverdachte [medeverdachte 2], heeft verdachte er doelbewust en op berekende wijze voor gekozen om strafrechtelijk verwijtbaar te handelen. Daarbij heeft verdachte op ernstige wijze het leven van medeverdachte [medeverdachte 1] in gevaar gebracht. Gelet op de aard van het feit, de rol van verdachte daarin en de persoonlijke omstandigheden is de enige passende straf een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte (te weten: een stoornis in het autismespectrum, PTSS, pleinvrees en mogelijk borderline) en de moeite die verdachte daardoor heeft om zich in de maatschappij staande te houden, bij de strafoplegging -in het kader van specifieke preventiezorgverlening en het creëren van een stabiele situatie voor verdachte voorop zouden moeten staan. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat zowel uit de ondergeschikte rol die verdachte bij het strafbare feit heeft had als uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte een kwetsbaar en beïnvloedbaar persoon is. De raadsman heeft gesteld dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie geëist, verdachte in een zeer slechte positie zou brengen, waarbij zowel verdachte als de samenleving niet gebaat zijn. De raadsman heeft derhalve subsidiair aan de rechtbank verzocht aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan de duur van het voorarrest, en voor het overige een voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport d.d. 13 januari 2022, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.</para>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van cocaïne naar Nederland. Verdachte is met mededader [medeverdachte 1] naar Curaçao afgereisd en heeft daar samen met haar bolletjes cocaïne gekocht. Verdachte heeft mededader [medeverdachte 1] de bolletjes laten slikken en is samen met haar terug naar Nederland gevlogen. Aldus heeft verdachte tevens bijgedragen aan het ernstig in gevaar brengen van het leven van mededader [medeverdachte 1] . In Nederland heeft verdachte een deel van de ingevoerde cocaïne verkocht. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Voorts vindt een groot deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong in het gebruik van drugs. Verdachte is hiervoor mede verantwoordelijk en dat rekent de rechtbank verdachte aan.</para>
      <para>Gelet op de LOVS-oriëntatiepunten rechtvaardigt het handelen van verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.</para>
      <para>Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte kampt met beperkingen in zijn psychosociaal functioneren en met een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Verdachte zou zijn gediagnosticeerd met een aan autisme verwante contactstoornis waardoor hij beïnvloedbaar zou zijn. De reclassering kan niet uitsluiten of verdachte al langer sociale contacten heeft in het drugscircuit. Het cocaïnegebruik van verdachte zou eerder niet tot verslaving hebben geleid, maar lijkt voorafgaande aan het tenlastegelegde feit wel delict gerelateerd te zijn. De responsiviteit van verdachte is beperkt en in het verleden hebben verschillende vormen van begeleiding niet altijd tot positieve resultaten geleid. Er is sprake van een gemiddelde mate van ontvankelijkheid voor begeleiding en hulpverlening. De reclassering adviseert aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en ambulante begeleiding.</para>
      <para>Hoewel, zoals hiervoor opgemerkt, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf in een zaak als de onderhavige in beginsel passend wordt geacht, zal de rechtbank hiertoe in de zaak van verdachte niet overgaan. Daartoe overweegt de rechtbank dat de rol van verdachte minder groot is geweest dan die van mededader [medeverdachte 2] en zich beperkt heeft tot, met name, ondersteunende handelingen. Bovendien is de rechtbank, met de raadsman, van oordeel dat -gelet op de</para>
      <para>kwetsbaarheid van verdachte en het advies van de reclassering- het van belang is dat de situatie van verdachte niet (verder) destabiliseert. De rechtbank acht daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank, gelet op de door de reclassering geconstateerde problemen, als stok achter de deur en ter voorkoming van recidive, een forse voorwaardelijke gevangenisstaf aan verdachte opleggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en ambulante begeleiding. De proeftijd stelt zij daarbij op 3 jaren.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Inbeslaggenomen goederen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen telefoon wordt teruggegeven aan verdachte.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht dat de inbeslaggenomen telefoon wordt teruggegeven aan verdachte.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen telefoon moet worden teruggegeven aan [verdachte] , nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>Uitspraak</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>De rechtbank</title>
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.</title>
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat (van) deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">een gedeelte, groot 103 dagen</emphasis>, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.</para>
      <para>Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.</para>
      <para>Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.</para>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>dat veroordeelde zich meldt binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bijreclassering Leger des Heils op het adres [straatnaam] Groningen. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat veroordeelde zich, wanneer de reclassering het noodzakelijk en haalbaar vindt en behandelingin het vrijwillig kader niet passend en/of mogelijk is, laat behandelen door AFPN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat veroordeelde meewerkt aan controle van het gebruik van drugs (en wanneer er aanleiding doorde reclassering voor wordt gezien, alcohol) om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat veroordeelde meewerkt aan ambulante begeleiding door het Leger des Heils of een soortgelijkeinstantie te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter de reclassering dat nodig vindt.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
      <para>Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.</para>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de teruggave</emphasis> aan [verdachte] van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoon.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en mr. H.R. Bracht, rechters, bijgestaan door mr. T.D. Pel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>