<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:26:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 22/1163</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWWB 2022/206</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3445">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-01T14:54:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:3445 Rechtbank Noord-Nederland , 22-09-2022 / LEE 22/1163</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3445:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft in een zaak over de Participatiewet beslist dat er geen sprake is van “ongekend onrecht”.</para>
      <para />
      <para>De gemeente heeft de bijstand van eiseres vanaf 1 februari 2021 verlaagd in verband met een kostendeler, omdat een man met haar instemming op haar uitkeringsadres was ingeschreven. Volgens eiseres ging het alleen om een postadres. Op 26 april 2021 wilde eiseres aan de afdeling Burgerzaken doorgeven dat de man van haar adres moest worden uitgeschreven. Zij gebruikte echter een verkeerd mailadres. Daardoor kwam het bericht niet aan. Pas op 13 augustus 2021 kwam haar verzoek om uitschrijving door. De gemeente heeft met ingang van die datum de bijstand van eiseres verhoogd. </para>
      <para />
      <para>Eiseres vond dat zij door een verkeerd mailadres te gebruiken een kleine administratieve vergissing had gemaakt. Daardoor liep zij zo’n duizend euro aan bijstand mis. Eiseres verwees naar het rapport “ongekend onrecht”. Volgens haar moest de bijstand al per 26 april 2021, of liever nog: per 1 februari 2021 worden verhoogd.</para>
      <para />
      <para>De gemeente vindt echter dat zij coulant is geweest; het was niet duidelijk of de man bij eiseres woonde of daar alleen een postadres had. De gemeente wilde de woonsituatie van eiseres onderzoeken, maar eiseres reageerde niet op verzoeken om informatie. Daarom vindt de gemeente dat zij de bijstand zelfs helemaal had kunnen intrekken. Omdat eiseres in een moeilijke periode zat, heeft de gemeente dat niet gedaan. Zij heeft volstaan met de korting wegens een kostendeler. Tegen de beslissing over die korting heeft eiseres trouwens geen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank is het met de argumenten van de gemeente eens. Er is niet alleen maar sprake geweest van een kleine administratieve vergissing (het gebruiken van een verkeerd mailadres). Door toen de bijstand niet volledig te stoppen, maar die te berekenen naar de kostendelersnorm, is de gemeente voldoende coulant geweest. Van “ongekend onrecht” is geen sprake. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3445:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 22/1163</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. W.J.Th. Bustin),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: A.J. Krol).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 september 2021 heeft verweerder de bijstand van eiseres op grond van de Participatiewet (PW) over de periode 13 augustus 2021 tot en met 31 augustus 2021 herzien en gewijzigd met ingang van 1 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 februari 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen dat besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 september 2022. Daar zijn verschenen eiseres, haar moeder, mr. Bustin en Krol. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De zaak gaat over de vraag of verweerder de bijstand van eiseres al vanaf 1 februari </para>
    <para>2021 of 26 april 2021 (in plaats van pas per 13 augustus 2021) had moeten verhogen van de kostendelersnorm naar de norm voor een alleenstaande.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft aangevoerd dat zij klaarblijkelijk wordt afgerekend op het feit dat zij op </para>
    <parablock>
      <para>26 april 2021 een verkeerd e-mailadres heeft gebruikt om aan Burgerzaken te melden dat </para>
      <para>
        [naam] van haar adres moest worden uitgeschreven. Dit is de reden dat haar bijstand pas per 13 augustus 2021 in haar voordeel is aangepast en niet al per 26 april 2021. Het gaat voor eiseres om een financieel belang van ongeveer € 1.000,00, een voor haar enorm bedrag. Die korting is het gevolg van een kleine administratieve vergissing zonder kwade opzet. Dat zijn precies de woorden die de parlementaire ondervragingscommissie heeft gebruikt in haar verslag met de bikkelharde titel “ongekend onrecht”. Dat eiseres [naam] een postadres gaf, was zonder kwade opzet. [naam] heeft nooit bij haar gewoond. Eiseres had, in het belang van de verstrekking van een uitkering die bij haar feitelijke situatie past, bijstand voor een alleenstaande moeten krijgen. Dit besluit is nu juist zo’n besluit waarvan de Parlementaire ondervragingscommissie heeft gezegd dat daarin veel te veel nadruk is gelegd op het voorkomen van fraude en waarin nauwelijks naar individuele situaties is gekeken. Verweerder heeft geen maatwerk geleverd. Dat alles betekent dat hij eiseres de verhoogde uitkering al per 26 april 2021 zou moeten toekennen, maar beter nog: vanaf </para>
      <para>1 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft aangevoerd dat [naam] vanaf 6 november 2020 op het adres van</para>
        <para>eiseres stond ingeschreven. Er moest onderzoek worden gedaan naar haar woonsituatie. Op uitnodigingen om te verschijnen heeft eiseres echter niet gereageerd. Verweerder had daarom normaal gesproken de bijstand kunnen beëindigen; gezien de voorgeschiedenis van eiseres heeft hij echter uit coulance besloten dat niet te doen, maar de bijstand per 1 februari 2021 te laten doorlopen naar de kostendelersnorm voor twee personen. Tegen het besluit van 12 februari 2021 waarin dat stond, heeft eiseres geen bezwaar gemaakt. Uiteindelijk is [naam] , op een verzoek van mr. [naam 2] van 13 augustus 2021, van het adres van eiseres uitgeschreven. Vanaf die datum heeft verweerder de bijstand weer aan eiseres uitbetaald naar de norm voor een alleenstaande, zonder kostendelerskorting. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verder staat het, anders dan eiseres beweert, voor verweerder helemaal niet vast dat [naam] haar adres alleen als postadres heeft gebruikt. Dat er slechts sprake is van een kleine administratieve vergissing staat voor hem ook niet vast. Voor een ingangsdatum per 26 april 2021 is geen aanleiding: de verzender van post (e-mail) is verantwoordelijk voor het aankomen ervan. Toen eiseres op 26 april 2021 Burgerzaken mailde dat [naam] van haar adres moest worden uitgeschreven, maar een verkeerd e-mail adres gebruikte en geen bericht van ontvangst kreeg, had zij zich moeten afvragen of die e-mail wel was aangekomen. Nu blijft de woonsituatie van eiseres in de periode van 6 november 2020 tot 13 augustus 2021 onduidelijk. Op de zitting heeft verweerder benadrukt dat hij voldoende coulant is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De rechtbank overweegt in de eerste plaats het volgende. Tegen het besluit van 12 februari 2021, waarbij de bijstand van eiseres per 1 februari 2021 is verlaagd naar de kostendelersnorm, heeft zij geen bezwaar gemaakt. Zij heeft niet gesteld dat zij dat besluit, dat verweerder via mr. [naam 2] aan haar heeft verstuurd, niet heeft gekregen. Dat besluit is daarmee onherroepelijk en de rechtbank kan het in deze zaak niet beoordelen. Dat verweerder de bijstand per 1 februari 2021 heeft verlaagd kan zij dus niet veranderen. De periode die de rechtbank moet beoordelen loopt van 26 april 2021 tot 13 augustus 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Verder wijst verweerder er terecht op dat iemand zelf verantwoordelijk is voor het verzenden en aankomen van post. Op 3 maart 2021 heeft eiseres gebeld met Burgerzaken over de situatie rond [naam] . Haar is toen kennelijk verteld dat zij een e-mail moest sturen. Dat heeft zij pas op 26 april 2021 gedaan. Eiseres had moeten merken dat zij een verkeerd e-mail adres gebruikte, omdat zij geen ontvangstbevestiging en ook geen andere reactie kreeg. Ook al had zij, zoals zij heeft gesteld, dat verkeerde mailadres van verweerder zelf doorgekregen. Dit laatste heeft verweerder op zitting terecht niet waarschijnlijk geacht. Dat Burgerzaken niet eerder dan door het telefoontje op 13 augustus 2021 van mr. [naam 2] in actie is gekomen, komt voor risico van eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt verder dat hier niet alléén sprake is geweest van een kleine administratieve vergissing zonder kwade opzet (het gebruiken van een verkeerd mailadres). Die vergissing moet wel in een context worden gezien. In de eerste plaats heeft eiseres niet gereageerd naar aanleiding van de pogingen van verweerder om met haar in contact te komen over de situatie rond [naam] (zie verweerders brieven van 2 december 2020, </para>
        <para>15 februari 2020, 19 januari 2021 en 10 februari 2021, waarvan een deel via het adres van mr. [naam 2] aan haar is verstuurd; een huisbezoek was wegens de Corona-maatregelen niet mogelijk). Hoewel de rechtbank wel ziet dat eiseres toen in een moeilijke situatie zat, heeft eiseres daarvoor, ook op de zitting, geen goede verklaring gegeven. Zij heeft verder geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 februari 2021. Het gebruik van het verkeerde mailadres, zonder erop te letten of haar mail wel was aangekomen, komt voor haar risico. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Als daarbij wordt opgeteld de keuze van verweerder om, ondanks dat eiseres niet reageerde op de verzoeken van verweerder om informatie te geven of te verschijnen, de bijstand niet te beëindigen, maar te berekenen naar de kostenderlersnorm (en dat eerst per 1 februari 2021 en niet per 6 november 2020, de inschrijvingsdatum van [naam] ), is verweerder met zijn besluitvorming coulant geweest. Daarbij komt dat hij op de zitting heeft benadrukt dat het helemaal niet vaststaat dat [naam] niet bij eiseres heeft gewoond. Eiseres heeft haar stelling dat het alleen om een postadres ging, niet met concrete gegevens aannemelijk gemaakt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	De rechtbank vindt niet dat hier gesproken kan worden van “ongekend onrecht”. Dat betekent dat de beroepsgronden niet slagen en dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren. Zij ziet geen aanleiding om een partij in de proceskosten te veroordelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>J.A.B. Peterse-Verver, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>22 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>