<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:15:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 781</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2022/2208</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2022/51.2.6</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-09T16:51:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:3130 Rechtbank Noord-Nederland , 30-08-2022 / AWB - 19 _ 781</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ. Niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging. De rechtbank wijst het verzoek om ISV af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 19/781</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 30 augustus 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres 1] , te [vestigingsplaats] , eiseres </bridgehead>
    <para>(gesteld gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 28 februari 2018 heeft verweerder op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres 1] (de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2017, vastgesteld voor het kalenderjaar 2018 op € 1.590.000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 21 januari 2019 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gesteld gemachtigde (hierna: Bartels) heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2022 via een beeldverbinding (Telehoren). Bartels is verschenen. Namens verweerder zijn verschenen [gemachtigde verweerder 1] en [taxateur verweerder] , taxateur. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bartels heeft bij brief, door de rechtbank ontvangen op 6 maart 2019, aangegeven namens eiseres beroep in te stellen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft Bartels bij brief van 6 maart 2019 verzocht om binnen vier weken een geldige machtiging over te leggen en een uittreksel  uit de Kamer van Koophandel (KvK) waaruit blijkt dat hij gemachtigd is namens eiseres beroep in te stellen. Daarbij is Bartels gewezen op de mogelijkheid dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien hij niet voldoet aan het verzoek van de rechtbank.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bartels heeft bij brief van 12 maart 2019 een machtiging overgelegd die getekend is door [naam x] , in de functie van bestuurder van [naam bv 1] B.V. In deze machtiging staat voor zover hier relevant:</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>“VOLMACHT</title>
    <bridgehead role="bold underline">INZAKE WOZ/OZB/WATERSCHAPSLASTEN/ZUIVERINGSHEFFING/BIZ/ ERFBELASTING C.A.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze volmacht wordt door ondergetekende, [naam x] , in de functie van bestuurder van [naam bv 2] B.V., (…) verstrekt en ondertekend om </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Bartels Consultancy B.V. in de persoon van Mr. D. (Dion) A.N. Bartels MRE </emphasis>
        <emphasis role="italic">– met recht van substitutie – de mogelijkheid én toestemming te geven om voor de belangen op te komen van alle door mij gecontroleerde rechtspersonen (eventueel overeenkomstig het aan deze volmacht gehechte overzicht c.q. organigram, in voorkomend geval gecompleteerd door uittreksels KvK) en van mijzelf, ondergetekende, terzake uitsluitend het in aanhef van deze volmacht genoemde onderwerp.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij deze machtiging heeft Bartels een uittreksel uit de KvK overgelegd van [naam bv 3] </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 10 februari 2022 heeft de rechtbank Bartels nogmaals verzocht een machtiging en een uittreksel van de KvK over te leggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [eiseres 1] . Ook in deze brief is Bartels gewezen op de mogelijkheid dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien hij niet voldoet aan het verzoek van de rechtbank.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij brief van 10 maart 2022 heeft Bartels onder verwijzing naar de stukken in het dossier aangegeven dat een machtiging al in het bezit is van de rechtbank.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geschil en beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve omtrent de bevoegdheid van Bartels om namens eiseres beroep in te stellen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>2. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil, ziet de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of Bartels gemachtigd was namens eiseres beroep in te stellen. </para>
      <para />
      <para>3. Ingevolge artikel 26a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan – voor zover hier relevant – beroep worden ingesteld door de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd.</para>
      <para />
      <para>4. Ingevolge artikel 8:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kunnen partijen zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. De rechtbank kan, indien beroep is ingesteld, krachtens artikel 8:24, tweede en derde lid, van de Awb van de gemachtigde, niet zijnde een advocaat, een schriftelijke machtiging verlangen.</para>
      <para>5. Ingevolge artikel 6:5, lid 1, aanhef en letter a, Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het bezwaar- of beroepschrift ondertekend en bevat het – voor zover hier van belang – ten minste de naam en het adres van de indiener. Daarbij wordt met ‘indiener’ bedoeld degene die voor zichzelf beroep instelt of degene namens wie beroep wordt ingesteld. </para>
      <para />
      <para>6. Ondertekening van het beroepschrift dient als bewijs dat het geschrift door of namens de indiener is opgesteld. Is het beroepschrift niet door de indiener zelf (mede)ondertekend maar slechts door degene die bij het beroepschrift stelt daartoe te zijn gemachtigd, dan is daarmee dit bewijs niet geleverd indien bij dat beroepschrift geen schriftelijke machtiging wordt overgelegd. In zoverre kleeft dan aan het beroepschrift een gebrek.</para>
      <para />
      <para>7. Op grond van artikel 6:6 Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Het ontbreken van een schriftelijke machtiging is als een zodanig verzuim aan te merken.<footnote-ref linkend="_64252422-6a26-4c7f-b53f-cb1932bb1425" /></para>
      <para />
      <para>8. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Bartels namens eiseres gerechtigd is om beroep in te stellen. De rechtbank overweegt daartoe dat de machtiging die Bartels heeft overgelegd betrekking heeft op [naam bv 4] en door haar gecontroleerde rechtspersonen. Uit het door verweerder overgelegde uittreksel van de KvK blijkt dat [eiseres 1] een handelsnaam is van [naam bv 5] Het dossier bevat geen stukken waaruit blijkt dat [naam bv 7] een door [naam bv 7] gecontroleerde rechtspersoon is. De door Bartels overgelegde machtiging kan daarom niet als bewijs dienen dat Bartels gemachtigd is namens eiseres beroep in te stellen. Ook uit de overige door Bartels overgelegde stukken, waaronder een email met daarin een overzicht van kennelijk door [eiseres 2] aan Bartels verrichte betalingen, blijkt niet dat eiseres Bartels heeft gemachtigd om namens haar beroep in te stellen. </para>
      <para />
      <para>9. Nu Bartels niet op herhaald verzoek van de rechtbank (tijdig) een toereikende schriftelijke machtiging heeft overgelegd, verklaart de rechtbank het beroep met toepassing van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Immateriële schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>10. Bartels heeft namens eiseres verzocht om immateriële schadevergoeding (ISV) wegens overschrijding van de redelijke termijn. </para>
      <para />
      <para>11. Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting achterwege blijven.<footnote-ref linkend="_e850c54e-758f-4010-990d-7ec58e61251e" /> De rechtbank overweegt daartoe dat in dit geval redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat Bartels niet gerechtigd was om – namens eiseres – beroep in te stellen. Indien in een dergelijk geval degene die niet gerechtigd is een rechtsmiddel aan te wenden toch dat rechtsmiddel aanwendt, bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij diegene heeft veroorzaakt. In zo’n geval behoeft de rechter, vanwege het ontbreken van zodanige spanning en frustratie, ook niet vast te stellen of de redelijke termijn is overschreden.<footnote-ref linkend="_b49d178a-0d50-4b38-a7e0-717984d13cee" /> De rechtbank wijst het verzoek om ISV daarom af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.R. van der Heide, voorzitter, en mr. A.M.A.M. Kager en mr. T. van de Bospoort, leden, in aanwezigheid van R.H. Wolfslag, griffier. </para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. griffier				w.g.							voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.</para>
  </section>
  <footnote id="_64252422-6a26-4c7f-b53f-cb1932bb1425" label="1">
    <para> Zie Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e850c54e-758f-4010-990d-7ec58e61251e" label="2">
    <para> Zie Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1660</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b49d178a-0d50-4b38-a7e0-717984d13cee" label="3">
    <para> Vergelijk Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1660.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>