<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:3116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T10:52:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/750014-20 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3116">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T19:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:3116 Rechtbank Noord-Nederland , 17-08-2022 / 18/750014-20 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3116:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mega-zaak Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. De rechtbank heeft 15 verdachten veroordeeld voor feiten die verband houden met de uitvoer van forse hoeveelheden harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. Vijf verdachten zijn vrijgesproken. De straffen die rechtbank heeft opgelegd variëren van 7 jaar gevangenisstraf tot 80 uur taakstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:3116:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden</para>
      <para>parketnummer 18/750014-20</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2022 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">[veroordeelde] ,</bridgehead>
    <para>veroordeelde, geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] , hierna: veroordeelde.</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft d.d. 8 maart 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 109.346,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/750014-20 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 22 maart 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de officieren van justitie</title>
    <para>De officieren van justitie hebben gevorderd dat veroordeelde hoofdelijk zal worden veroordeeld tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel, dat door hen wordt geschat op € 109.346,00.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadslieden hebben bepleit de vordering af te wijzen. Zij hebben daartoe aangevoerd dat de ten laste gelegde feiten allemaal betrekking hebben op een tijdvak dat ligt na de periode waarbinnen volgens de politie het wederrechtelijk voordeel zou zijn genoten. Gelet daarop is het niet aannemelijk dat het geld met die feiten is verdiend. De eenvoudige kasopstelling die de grondslag vormt voor de vordering is onjuist. Ook is de verklaring die veroordeelde heeft afgelegd niet onderzocht. Uit de naar voren gebrachte administratie blijkt dat het beginsaldo en ook de door het Openbaar Ministerie gemaakte berekening, onjuist zijn.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para>De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Leeuwarden, van 17 augustus 2022 in de onderliggende strafzaak (verder: het vonnis);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art. 36e 2e lid Sr.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 17 augustus 2022 in de zaak met parketnummer 18/750014-20 veroordeeld ter zake onder meer witwassen.</para>
      <para>Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de door hem gepleegde strafbare feiten en andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.</para>
      <para>De rechtbank neemt als uitgangspunt voor de berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van deze strafbare feiten wordt geschat, het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 10 februari 2021 (verder: het rapport).</para>
      <para>Dit levert de volgende berekening op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bankstortingen</emphasis>
      </para>
      <para>Rekening [medeverdachte] :</para>
      <para>2014: € 15.085,00</para>
      <para>2015: € 18.560,00</para>
      <para>2016: € 25.120,00</para>
      <para>2017: € 28.510,00</para>
      <para>2018: € 25.710,00</para>
      <para>2019: <emphasis role="underline">€ 4.950,00</emphasis> +</para>
      <para>€ 117.935,00</para>
      <para>Rekening veroordeelde: € 11.500,00</para>
      <para>Het totaal van de bankstortingen betreft € 11.500,00 + € 117.935,00 = € 129.435,00</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bankopnames</emphasis>
      </para>
      <para>Rekening [medeverdachte] :</para>
      <para>2014: € 1.095,00</para>
      <para>2015: € 280,00</para>
      <para>2016: € 40,00</para>
      <para>2017: € 5.270,00</para>
      <para>2018: € 10.440,00</para>
      <para>2019: <emphasis role="underline">€ 2.714,00</emphasis> +</para>
      <para>€ 19.839,00</para>
      <para>Rekening veroordeelde: € 250,00</para>
      <para>Het totaal van de bankopnames betreft € 19.839,00 + € 250,00 = € 20.089,00</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>Dit levert de volgende berekening op:</para>
      <para>Totaal bankstortingen: € 129.435,00</para>
      <para>Totaal bankopnames: <emphasis role="underline">€ 20.089,00</emphasis> -</para>
      <para>Totaal: € 109.346,00</para>
      <para>De rechtbank heeft in het vonnis van 17 augustus 2022 vastgesteld dat verdachte ten aanzien van een bedrag van € 35.193,32 een concrete en verifieerbare verklaring heeft afgelegd over de herkomst van dit geldbedrag. De rechtbank zal dit bedrag daarom in mindering brengen op de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel: € 74.152,68</para>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde € 74.152,68 voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 74.152,68.</para>
      <para>Legt [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 74.152,68 (zegge: vierenzeventigduizend honderdtweeënvijftig euro en achtenzestig eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.</para>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. W.D. de Boer en mr. C.G. Velvis, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>