<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2022:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-06T13:25:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/213708 KG RK 22-109</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:2298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-06T13:23:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:2298 Rechtbank Noord-Nederland , 25-05-2022 / C/18/213708 KG RK 22-109</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2022:2298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek verschoning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2022:2298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschoningskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/213708 KG RK 22-109</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer van 25 mei 2022 op het verzoek tot verschoning van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">mr. E.M. Visser, rechter in de Rechtbank Noord-Nederland (rechter).</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster bestuursrecht, hebben [A] e.a. te [plaats] (gemachtigde: mr. P.M.J. de Goede), [B] te [plaats], [C] te [plaats] (gemachtigde: H.R. ten Broeke) en [D] te [plaats]  beroep ingesteld. Deze beroepen zijn bij de rechtbank geregistreerd respectievelijk onder de nummers LEE 21/3596, LEE 21/2983, LEE 21/3591 en LEE 21/3598. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen is in al deze vier zaken de verwerende partij. Als derde-partij heeft Stichting Querido Groningen aan het geding deelgenomen. De rechtbank heeft de partijen in de procedures uitgenodigd voor behandeling ter zitting van 8 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 mei 2022 heeft de rechter een verzoek tot verschoning gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De procedure</emphasis>
      </para>
      <para>1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 24</para>
      <para>mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verschoningsverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>2. De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. Een tweetal  </para>
      <para>bestuursleden van de derde-partij zijn persoonlijke kennissen van de rechter. Hoewel de rechter aangeeft dat het contact tussen haar en deze bestuursleden summier is voelt het wel ongemakkelijk om hen op zitting tegen te komen en hun zaak te behandelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Op grond van artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk </para>
      <para>van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In artikel 8:20 van de Awb is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist op het verschoningsverzoek. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld meegedeeld aan partijen en de rechter die het verzoek heeft gedaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>4. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid </para>
        <para>van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot verschoning van mr. E.M. Visser toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rechter;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de teamvoorzitter van het cluster waarin de rechter werkzaam is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de partijen in de hoofdzaak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. L.T. de Jonge en mr. S. Zwarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Havinga als griffier, op 25 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											voorzitter		</para>
      <para>(de griffier is verhinderd deze beslissing</para>
      <para>mede te ondertekenen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>