<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T11:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 3406</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2021/683</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2021/23.20.39</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2021-0952</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2021031908</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:696">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-18T16:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:696 Rechtbank Noord-Nederland , 04-03-2021 / AWB - 20 _ 3406</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:696:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking beroep met gelijktijdig verzoek om proceskostenvergoeding. Verzoek afgewezen vanwege ontbreken kosten die op basis van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:696:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 20/3406</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 maart 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [bedrijf] , te [plaats] , verzoekster,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Centrale Administratieve Processen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: [medewerker Belastingdienst] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan verzoekster een naheffingsaanslag opgelegd in de motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een boete opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 23 november 2020 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder is bij brief van 6 januari 2021 aan de grief van verzoekster tegemoet gekomen en heeft de naheffingsaanslag en de boetebeschikking vernietigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft het beroep bij brief van 14 januari 2021 (door de rechtbank ontvangen op 20 januari 2021) ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij brief van 28 januari 2021 (door de rechtbank ontvangen op 2 februari 2021) op dit verzoek gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <para>1. Met toepassing van artikel 8:54 van de Awb beslist de rechtbank zonder nader onderzoek als volgt.</para>
    <para />
    <para>2. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de kosten kan worden veroordeeld.<footnote-ref linkend="_0edbeadc-26d1-4a47-8c74-99642b5a6833" /></para>
    <para />
    <para>3. Verzoekster heeft gelijktijdig met de intrekking van het beroep een verzoek gedaan om vergoeding van verletkosten van € 151,30 vanwege administratieve werkzaamheden in verband met het weerleggen van de boete. </para>
    <para />
    <para>4. Het verzoek om vergoeding van de verletkosten wijst de rechtbank af. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen verletkosten namelijk alleen voor vergoeding in aanmerking als deze verband houden met de heen- en terugreis naar en/of het bijwonen van een zitting bij de rechtbank. Het gaat niet om tijdverzuim voor voorbereidende handelingen, zoals het lezen of het opstellen van stukken.<footnote-ref linkend="_a167d9fd-fe36-45a3-a876-aae795d1523a" /> Verzoekster heeft geen zitting bijgewoond, dus komen haar verletkosten niet voor vergoeding in aanmerking. </para>
    <para />
    <para>5. Omdat verzoekster niet heeft verzocht om andere op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, zal de rechtbank het verzoek van verzoekster om vergoeding van de proceskosten afwijzen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 354 te vergoeden.<footnote-ref linkend="_bc8503e4-dfdb-441d-a766-9842af82b290" /> Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier op 4 maart 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. griffier			w.g.								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0edbeadc-26d1-4a47-8c74-99642b5a6833" label="1">
    <para>Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin van de Awb.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a167d9fd-fe36-45a3-a876-aae795d1523a" label="2">
    <para>Nota van toelichting bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, <emphasis role="italic">Stb.</emphasis> 1993, 763 en HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:993. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc8503e4-dfdb-441d-a766-9842af82b290" label="3">
    <para> Artikel 8:41, zevende lid van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>