<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:5764</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T14:48:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9133793 \ CV EXPL  21-1909</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:5764">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:5764</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T14:45:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:5764 Rechtbank Noord-Nederland , 07-09-2021 / 9133793 \ CV EXPL  21-1909</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:5764:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koop recreatiewoning, contractuele boete verschuldigd, geen machtiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:5764:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 9133793 \ CV EXPL  21-1909</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter d.d. 7 september 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser sub 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser sub 2],</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats 1],</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak,</para>
      <para>gedaagden in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: De Ruijter &amp; Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V. te Heerhugowaard (J. Duikerweg 15, Postbus 1102, 1700 BC),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: Kalahari Legal te Veendam (Transportweg 40, 9645 KX).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- de dagvaarding<?linebreak?>- de conclusie van antwoord<?linebreak?>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring<?linebreak?>- de antwoordconclusie in het incident<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan de heer [naam], h.o.d.n. '[naam] Makelaardij' in vrijwaring op te roepen. [eisers] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In vrijwaring stelt  [gedaagde] dat de verkoopmakelaar van [eisers], de heer [naam], onjuist heeft geadviseerd en heeft begeleid. [naam] is daarmee volgens [gedaagde] primair tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Subsidiair levert deze handelswijze volgens [gedaagde] een onrechtmatige daad op. In het geval de kantonrechter tot het oordeel zou komen dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eisers] gestelde schade, is [naam] daarom daarvoor op zijn beurt aansprakelijk jegens [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eisers] betogen dat de vordering tot vrijwaring moet worden afgewezen, omdat [naam] als makelaar niet verantwoordelijk is voor de financiën van de koper. Voorts heeft [gedaagde] volgens [eisers] door het opwerpen van het incident de procedure onnodig vertraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat een vordering tot vrijwaring in beginsel voor toewijzing in aanmerking komt indien uit feiten en omstandigheden die aan die vordering ten grondslag worden gelegd, voortvloeit dat de verzoeker tot vrijwaring in geval van een ongunstige afloop van de hoofdzaak, krachtens zijn onderlinge rechtsverhouding, een verhaalsrecht kan hebben op degene die hij in vrijwaring wenst op te roepen. Daarbij hoeft het bestaan van de rechtsverhouding in het vrijwaringsincident als zodanig nog niet vast komen te staan. Of voornoemde rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat, is een onderwerp dat in de afzonderlijke vrijwaringsprocedure aan de orde dient te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het licht van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] voldoende heeft gesteld omtrent het al dan niet kunnen vaststellen van een rechtsverhouding. Derhalve staat het voldoende vast dat [gedaagde] een in rechte te respecteren belang heeft om [naam] in vrijwaring op te roepen. Het vrijwaringsincident brengt niet per definitie met zich dat de hoofdzaak onnodig wordt vertraagd. De incidentele vordering tot vrijwaring zal daarom worden toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal [eisers] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten in het incident. De kosten aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x tarief € 200,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de zaak in de hoofdzaak verwijzen naar de rolzitting voor conclusie van repliek.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat [naam], h.o.d.n. '[naam] Makelaardij' wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 28 september 2021;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] in de kosten van deze procedure, tot op heden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">dinsdag 21 september 2021 </emphasis>voor het indienen van een conclusie van repliek aan de zijde van [eisers];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. R. Bootsma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>c 490941</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>