<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:5054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T15:27:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/830225-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:5054">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:5054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T15:27:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:5054 Rechtbank Noord-Nederland , 26-11-2021 / 18/830225-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:5054:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij voor openlijke geweldpleging nu niet is gebleken dat de verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen in het ontstaan of het voortduren daarvan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:5054:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht Locatie Groningen</para>
      <para>parketnummer 18/830225-18</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 november 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , <?linebreak?>wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 november 2021.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.</para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij op of omstreeks 12 november 2017 te Groningen, in de gemeente Groningen, openlijk, te weten, op het Gedempte Zuiderdiep, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door hem te duwen en/of op de grond te gooien en/of door tegen/op het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer] te schoppen en/of te slaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft eveneens betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.</para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat van het “in vereniging” plegen van geweld sprake is, indien de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die “in vereniging” geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.</para>
      <para>Uit het procesdossier volgt dat er op 12 november 2017 een ruzie heeft plaatsgevonden op het Gedempte Zuiderdiep te Groningen tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] aan de ene kant en aangever en [getuige 1] aan de andere kant. Ter hoogte van de coffeeshop De Vliegende Hollander ontstaat er wat onenigheid tussen beide partijen over het (niet) geven van een “boks”. Nadat het gevecht is begonnen, verplaatst het zich op een gegeven moment naar de andere kant van de straat. Daar wordt aangever op een gegeven moment tegen het lichaam en in het gezicht geschopt, waarna de groep van verdachte ervandoor gaat. Aangever blijft buiten bewustzijn op de grond liggen en wordt uiteindelijk met aanzienlijk letsel aan zijn gezicht door de ambulance naar het ziekenhuis gebracht.</para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat er veel onduidelijk is gebleven over de vechtpartij. Zo is het niet duidelijk welke partij is begonnen en wie precies wat heeft gedaan. Aangever heeft verklaard dat een jongen van 1.85 meter met een Nederlands uiterlijk de eerste klap heeft uitgedeeld. Dit signalement zou bij verdachte kunnen passen, maar het betreft een erg algemeen signalement. Daar komt bij dat alle andere betrokkenen een andere persoon aanwijzen als degene die als eerste heeft geslagen en voor dit deel van het gevecht zijn er geen onafhankelijke getuigenverklaringen of ander objectief bewijs.</para>
      <para>Voor het tweede deel van het gevecht aan de overkant van de straat is er wel een aantal onafhankelijke getuigenverklaringen. Hoewel deze verklaringen niet geheel overeenkomen, is de kern van deze verklaringen wel eensluidend. Meerdere getuigen verklaren dat aangever tegen zijn hoofd is geschopt en dat dit met veel kracht gebeurde. Dit blijkt overigens ook uit het bij aangever geconstateerde letsel. Daarnaast verklaren getuigen [getuige 2] en [getuige 3] dat er door twee van de drie verdachten geweldshandelingen zijn gepleegd. Dat er door de derde verdachte ook geweld is gebruikt, blijkt niet uit het bewijs.</para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij is weggelopen van de ruzie nadat deze ontstond. Aangever is achter verdachte aangegaan en heeft hem onderuit gehaald en in de houdgreep gehouden. Uiteindelijk is verdachte losgekomen en ervandoor gegaan. De verklaring van verdachte wordt niet weersproken door de overige verklaringen in het dossier.</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan – nu niet is gebleken dat de verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen in het ontstaan of het voortduren daarvan – niet is komen vast te staan dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging, zodat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen en verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>De heer [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.642,77 ter vergoeding van materiële schade en € 15.532,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wegens de door hem gevorderde vrijspraak.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, wegens de door hem bepleite vrijspraak.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>Uitspraak</bridgehead>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
      <para />
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.</para>
      <para />
      <para>Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 november 2021. mr. Janssen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>