<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:3302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T10:46:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/750016-20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-03T10:57:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:3302 Rechtbank Noord-Nederland , 29-07-2021 / 18/750016-20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:3302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:3302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 18/750016-20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer d.d. 29 juli 2021 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,,</para>
      <para>thans gedetineerd in de P.I. Rotterdam, locatie Hoogvliet,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 22 maart 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van </para>
      <para>€ 63.928,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, voortvloeiend uit de zaak met parketnummer 18/750016-20. </para>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 1 april 2021, 27 mei 2021, 28 mei 2021, 1 juni 2021, 9 juni 2021 en 15 juli 2021. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Apeldoorn. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officieren van justitie hebben ter zitting gevorderd dat veroordeelde zal worden veroordeeld tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, dat zij schatten op € 63.928,00. De officieren van justitie nemen de in het dossier opgenomen berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot uitgangspunt; zij zien geen redenen om af te wijken van de uitgangspunten en conclusies van deze berekening.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft primair bepleit de vordering tot ontneming af te wijzen, omdat vrijspraak van de onderliggende feiten moet volgen. Verdachte kan niet als medepleger worden aangemerkt en hij heeft ook geen voordeel getrokken uit feit 8 (oplichtingen). Ook ten aanzien van de pseudokoop I blijkt uit de verklaring van verdachte dat hij geen geldelijk voordeel heeft gehad. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para>Inzake het wederrechtelijk verkregen voordeel gebruikt de rechtbank als bewijsmiddelen:</para>
    <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Leeuwarden, van 29 juli 2021 in de onderliggende strafzaak (verder: het vonnis);</para>
    <para>- de stukken van bij het onderliggende strafdossier<footnote-ref linkend="_450699ec-c831-493b-af83-619fc3f4509a" />;</para>
    <para>- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art 36 e 2e lid Sr (verder: het rapport).<footnote-ref linkend="_df1afefd-d85c-4052-baf0-cb1516505272" /></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 29 juli 2021 in de zaak met parketnummer 18/750016-20 onder meer veroordeeld ter zake:</para>
    <para>1. het als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven</para>
    <para>3. medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken</para>
    <para>8. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd</para>
    <para>9. medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd</para>
    <para>10. medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van die door hem gepleegde strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van het rapport. Uit het rapport blijkt dat de berekening is gebaseerd op verschillende strafbare feiten waaruit wederrechtelijk voordeel is genoten. De rechtbank acht deze berekeningswijze, die overigens niet door de verdediging is bestreden, in beginsel betrouwbaar. Het rapport gaat uit van de volgende berekening:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Ontvangsten uit fraude met incassocontracten Rabobank		€ 48.248,-</para>
    <para>2. Ontvangsten uit fraude met incassocontracten ABN/AMRO		€ 11.980,-</para>
    <para>3. Verkoop lange-afstandsgeweer d.d. 20 januari 2020			<emphasis role="underline">€   3.700,-</emphasis></para>
    <bridgehead role="bold">    Totaalbedrag							€ 63.928,-</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal hierna per onderdeel overwegen of veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, en zo ja, voor welk bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ad 1:</emphasis>	Uit het vonnis is de volgende gang van zaken komen vast te staan. Veroordeelde heeft met [medeverdachte 1] (medeverdachte in de strafzaak) via diens eenmanszaak [bedrijfsnaam 1] een incassocontract gesloten met de Rabobank. Het aanleveren van valse incassobatches bij de bank heeft geleid tot incasso’s bij twintig verschillende rekeninghouders, die door de Rabobank werden verondersteld debiteuren te zijn van [bedrijfsnaam 1] . Hierdoor kwam aanvankelijk een bedrag van ongeveer € 88.000,- beschikbaar. Uit de rekeningafschriften<footnote-ref linkend="_d4d7613f-059e-4864-9905-717a784f32c3" /> blijkt dat van het rekeningnummer van [bedrijfsnaam 1] de volgende bedragen zijn afgeschreven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Opname van contante geldbedragen				€ 10.800,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Aanschaf bitcoins bij Bitonic.nl					€ 31.400,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Opwaarderen Paypal						€      288,25</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Overboeking naar rekeningnummer t.n.v. [naam] 82		€   5.000,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Overboeking naar rekeningnummer t.n.v. [naam]		<emphasis role="underline">€        50,00</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>      Totaalbedrag							€ 47.538,25</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vonnis blijkt dat deze gelden aan veroordeelde ten goede zijn gekomen. De rechtbank stelt vast dat het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel ten onrechte uitgaat van het bedrag aan ongeoorloofde debetstand als genoten voordeel. Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit dit feit bedraagt derhalve <emphasis role="bold">€ 47.538,25</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ad 2:</emphasis>	Uit het vonnis is komen vast te staan dat veroordeelde via de lege [bedrijfsnaam 2] een incassocontract heeft gesloten met ABN/AMRO. De BV stond op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] , maar [medeverdachte 2] heeft ontkend dit incassocontract te hebben getekend. Tevens komt uit het strafdossier naar voren dat veroordeelde deze BV onbevoegd heeft vertegenwoordigd door zich jegens een ander voor te doen als [medeverdachte 2] . Bij de bank zijn valse incassobatches aangeleverd, die hebben geleid tot incasso’s van de rekening van [naam] (€ 3.699,80)<footnote-ref linkend="_bfc6266f-82d3-4c72-8474-291796287e07" /> en nog een viertal incasso-opdrachten (€ 11.907,63)<footnote-ref linkend="_f30f90a3-8dab-4cc4-ae35-606ae0bf4388" />. Hierdoor kwamen voor [bedrijfsnaam 2] geldbedragen beschikbaar. Uit screenshots<footnote-ref linkend="_c66a304c-a785-42e1-b203-cfbd7cb1d85d" /> van transacties ten laste van het rekeningnummer van [bedrijfsnaam 2] blijkt dat geldopnames hebben plaatsgevonden op 23 oktober 2019 (€ 3.500,00) en op 1 november 2019 (€ 8.480,00). Uit het vonnis blijkt dat aannemelijk is dat op enigerlei wijze dat veroordeelde voordeel heeft verkregen uit dit feit. Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit dit feit is daarom <emphasis role="bold">€ 11.980,00</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ad 3:</emphasis>	Uit het vonnis blijkt dat veroordeelde wordt gezien als medepleger van de pseudo(ver)koop van een lange-afstandsgeweer op 20 januari 2020. Voor dit wapen is € 3.900,- betaald; dit bedrag is in het bezit gekomen van veroordeelde<footnote-ref linkend="_39674dcc-67e5-4c1f-b694-d09008d9515b" />. In de kluis van de Kringloopwinkel, waarover veroordeelde de beschikking had, zijn twee verscheurde biljetten van € 100,- euro aangetroffen en in beslag genomen. Blijkens het serienummer behoorden deze biljetten tot het bij de pseudokoop betaalde geld. Het resterende bedrag is niet achterhaald. Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit dit feit is dus <emphasis role="bold">€ 3.700,00</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt dus tot het oordeel dat de veroordeelde het volgende wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Ontvangsten uit fraude met incassocontracten Rabobank		€ 47.538,25</para>
    <para>2. Ontvangsten uit fraude met incassocontracten ABN/AMRO		€ 11.980,00</para>
    <para>3. Verkoop lange afstandsgeweer d.d. 20 januari 2020			<emphasis role="underline">€   3.700,00</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">    Totaalbedrag							€ 63.218,25</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vaststelling betalingsverplichting </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal de aan de benadeelde partij Rabobank Assen en Noord-Drenthe toegekende vordering niet in mindering brengen op de betalingsverplichting nu niet is aangetoond dat dit bedrag is voldaan (artikel 36e, negende lid, Sr.) De rechtbank zal de terugbetalingsverplichting van veroordeelde daarom vaststellen op het wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van <emphasis role="bold">€ 63.218,25</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Gijzeling bij niet volledig verhaal</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel moet de rechter ex art. 36e lid 11 Sr. de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van art. 6:6:25 Sv. ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal van de betalingsverplichting niet mogelijk blijkt. Hierbij wordt voor elke volle € 25,00 niet meer dan één dag opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de duur van de gijzeling bepaald overeenkomstig de landelijke LOVS-oriëntatiepunten, die inhouden dat voor elke volle € 50,00 van het opgelegde bedrag één dag gijzeling wordt gerekend, met een maximum van 1080 dagen. De rechtbank bepaalt de maximale duur van de gijzeling daarom op 1080 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
      <para>€ 63.218,25.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 63.128,25 (zegge: drieënzestigduizend honderdachtentwintig[bedrag voordeel voluit] euro en vijfentwintig eurocent) aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. K. Post, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. M.A.M. Wolters, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op  29 juli 2021.</para>
      <para>Mr. L.W. Janssen en mr. M.A.M. Wolters zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_450699ec-c831-493b-af83-619fc3f4509a" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2018229308, genaamd ‘ULTEGRA’, bestaande uit het eindproces-verbaal van 37 (doorgenummerde) mappen, nagekomen stukken d.d. 8 januari 2020, 22 februari 2021 en 22 maart 2021, gegevensdragers met geluidsopnames en getuigenverhoren bij de rechter-commissaris. </para>
    <para>In de voetnoten zal telkens worden aangegeven uit welke map/deel van het dossier de aangehaalde pagina komt. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_df1afefd-d85c-4052-baf0-cb1516505272" label="2">
    <para> Map 13 (financieel onderzoek), pagina’s 2-19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4d7613f-059e-4864-9905-717a784f32c3" label="3">
    <para> Map 2, pagina 4 + rekeningafschriften pagina’s 69-78</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bfc6266f-82d3-4c72-8474-291796287e07" label="4">
    <para> Map 2, pagina 231</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f30f90a3-8dab-4cc4-ae35-606ae0bf4388" label="5">
    <para> Map 2, pagina 233</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c66a304c-a785-42e1-b203-cfbd7cb1d85d" label="6">
    <para> Map 2, pagina’s 231 en 233</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39674dcc-67e5-4c1f-b694-d09008d9515b" label="7">
    <para> Map 4 (Zaaksdossier wapenhandel), pagina 680 ev</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>