<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:2885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T10:45:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/033888-19 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:2885">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:2885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-12T09:24:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:2885 Rechtbank Noord-Nederland , 02-07-2021 / 18/033888-19 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:2885:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en eventuele financiële bewindvoering. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 491 hennepplanten, diefstal van elektriciteit en het aanwezig hebben van 1,2 kilogram gedroogde henneptoppen. De hennepplanten zijn aangetroffen in vrachtwagentrailers en aanhangwagens op het erf van de woning van verdachte. Daarnaast heeft de rechtbank de verplichting opgelegd tot betaling van een geldbedrag van € 46.777,66 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para />
      <para>Zie ook: ECLI:NL:RBNNE:2021:2884.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:2885:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/033888-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer d.d. 2 juli 2021 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>De officier van justitie heeft op 9 juli 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), wordt geschat, zal vaststellen op € 46.777,66 en dat aan veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van dat bedrag ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/033888-19 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 18 juni 2021. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Buitenhuis, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het bewezen verklaarde tot een bedrag van € 46.777,66. De officier van justitie heeft dat bedrag gebaseerd op de inhoud van het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 29 december 2018, waarbij wordt uitgegaan van één eerdere oogst.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de verdediging</title>
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen, omdat verdachte geen eerdere oogst heeft gehad. Verdachte is op 6 oktober 2018 van start gegaan en er zijn 500 planten mislukt. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat de in het dossier vermelde indicatoren niet aannemelijk zijn geworden, nu de veroordeelde de materialen tweedehands heeft gekocht. Subsidiair, mocht de rechtbank van oordeel zijn dat er toch sprake is van een eerdere oogst, vraagt de raadsvrouw rekening te houden met een kostenpost van in totaal € 5.000,00.</para>
      <para>Meer subsidiair heeft de raadsvrouw  aangevoerd dat veroordeelde geen draagkracht heeft, gelet op het overlegde overzicht van zijn inkomen en schulden. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank bij een eventueel op te leggen betalingsverplichting hiermee rekening te houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 2 juli 2021 in de zaak met bovengenoemd parketnummer veroordeeld onder andere ter zake van hennepteelt, gepleegd op 21 december 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e lid 2 Sr kan aan een veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dat is verkregen uit andere strafbare feiten dan die waarvoor hij is veroordeeld, als voldoende aanwijzingen bestaan dat deze andere strafbare feiten door veroordeelde zijn begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op de wettige bewijsmiddelen van oordeel dat veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. een  proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 20 april 2019, opgenomen op pagina 23-28 van het dossier van Eenheid Noord-Nederland,  basisteam Noordwest-Fryslân met nummer 2018333653, d.d. 24 april 2019, inhoudende een relaas van verbalisant [verbalisant 1], hoofdagent van politie:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 december 2018 werd op het adres [straatnaam] te [pleegplaats] in een vrachtauto en drie andere aanhangers/opleggers hennepkwekerijen aangetroffen, met in totaal 491 hennepplanten. </para>
      <para>Ik trof omstandigheden aan die duiden op tenminste 1 eerdere opbrengst uit de exploitatie van de aangetroffen hennepkwekerijen (A/B/C/D). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de door verdachte op de terechtzitting van 18 juni 2021 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klopt dat op mijn terrein aan de [straatnaam] te [pleegplaats] in een vrachtauto en drie andere voertuigen in totaal 491 hennepplanten zijn aangetroffen. Ik ben daar verantwoordelijk voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. een schriftelijk stuk, te weten het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr’ van 29 december 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2], aspirant en hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland en [verbalisant 1], voornoemd, waarna hierna in de berekening zal worden verwezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt als uitgangspunt voor de berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 29 december 2018 en gaat daarbij uit van één eerdere oogst in alle kweekruimten, gelet op de in dit rapport opgenomen indicatoren (p. 103), namelijk:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het filterdoek van alle aangetroffen koolstoffilters was vervuild, maar vertoonde op de plaats waar het ijzerdraad had gezeten waarmee de filters waren opgehangen een aanzienlijk lichtere kleur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>in alle kweekruimtes lag stof op de kappen van armaturen van de assimilatielampen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er zijn drie droognetten aangetroffen met daarin hennepresten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er zijn 18 vuilniszakken met gebruikte aarde en wortel/hennepresten aangetroffen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat verder uit van de volgende inkomsten en kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inkomsten</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het rapport van 29 december 2018 blijkt de volgende bruto opbrengst per oogst </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte A</emphasis> in totaal				<emphasis role="bold">€ 6.886,44</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> 60 aangetroffen hennepplanten op 4 m2, </para>
      <para> opbrengst aan hennep per plant is minimaal 28,2 gram</para>
      <para> totale bruto opbrengst hennep per oogst is 1.692 kilogram (60 planten x 28,2 gram)</para>
      <para> tegen verkoopprijs van minimaal € 4.070,00 per kilogram<footnote-ref linkend="_5e7eb4b5-a430-4288-a0c3-adc992bb3417" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte B</emphasis> in totaal				<emphasis role="bold">€ 11.477,40</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> 100 aangetroffen hennepplanten op 7 m2, </para>
      <para> opbrengst aan hennep per plant is minimaal 28,2 gram</para>
      <para> totale bruto opbrengst hennep per oogst is 2820 kilogram (100 planten x  28,2 gram)</para>
      <para> tegen verkoopprijs van minimaal € 4.070,00 per kilogram<footnote-ref linkend="_05e0f46a-1435-4032-a4a5-9a7b58d28ff4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte C</emphasis> in totaal				<emphasis role="bold">€   6.796,90 </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> 100 aangetroffen hennepplanten op 2,8 m2, </para>
      <para> opbrengst aan hennep per plant is minimaal 16,7 gram</para>
      <para> totale bruto opbrengst hennep per oogst is 1.670 kilogram (100 planten x 16,7 gram)</para>
      <para> tegen verkoopprijs van minimaal € 4.070,00 per kilogram<footnote-ref linkend="_2091f3bd-6ef5-467e-9602-27aa52cd558f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte D</emphasis> in totaal 				<emphasis role="bold">€ 26.042,71 </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> 231 aangetroffen hennepplanten op 15 m2, </para>
      <para> opbrengst aan hennep per plant is minimaal 27,7 gram</para>
      <para> totale bruto opbrengst hennep per oogst is 6.398,7 kilogram (231 planten x 27,7 gram)</para>
      <para> tegen verkoopprijs van minimaal € 4.070,00 per kilogram<footnote-ref linkend="_f7e9ee7a-2564-4040-9641-102f70169947" />.</para>
      <para>Er zal derhalve van een totaalbedrag aan bruto inkomsten worden uitgegaan van <emphasis role="bold">€ 51.203,45.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geen rekening gehouden met de door veroordeelde gestelde kosten van in totaal € 5.000,00 nu hij deze kosten niet met stukken of anderszins heeft onderbouwd. Gelet hierop zullen de opbrengsten worden verminderd met kosten zoals opgenomen in de het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel waarin als uitgangspunt zijn opgenomen de standaardkosten als opgenomen in het FPA-rapport, te weten de afschrijvingskosten, de kosten gemaakt voor de inkoop van de hennepstekken en de variabele kosten. Veroordeelde betrok de elektriciteit op illegale wijze en door Liander werd hiervan aangifte gedaan, zodat met deze kosten geen rekening zal worden gehouden. De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij komen daarmee op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte A</emphasis> in totaal				<emphasis role="bold">€   611,40</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> afschrijvingskosten		€ 150,00</para>
      <para> inkoop hennepstekken	€ 228,60</para>
      <para> variabele kosten		€ 232,80</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte B</emphasis> in totaal 				<emphasis role="bold">€   919,00</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> afschrijvingskosten		€ 150,00</para>
      <para> inkoop hennepstekken	€ 381,00</para>
      <para> variabele kosten		€ 388,00</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte C</emphasis> in totaal				<emphasis role="bold">€   919,00</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> afschrijvingskosten		€ 150,00</para>
      <para> inkoop hennepstekken	€ 381,00</para>
      <para> variabele kosten		€ 388,00</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="underline">kweekruimte D</emphasis> in totaal 				<emphasis role="bold">€ 1.976,39</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>waarbij is uitgegaan van:</para>
      <para> afschrijvingskosten		€ 200,00</para>
      <para> inkoop hennepstekken	€ 880,11</para>
      <para> variabele kosten		€ 896,28</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Er zal dus van een totaalbedrag aan kosten worden uitgegaan van € 4.425,79.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat veroordeelde (€ 51.203,45 minus € 4.425,79 = ) € 46.777,66 wederrechtelijk voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Draagkracht</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat veroordeelde geen draagkracht heeft om aan een betalingsverplichting te voldoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de voet van het bepaalde in artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, komt de draagkracht in beginsel pas in de executiefase aan de orde. Uitsluitend in die gevallen waarin vooraf al vaststaat dat de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen, kan de rechter gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat veroordeelde geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben, mede gelet op het feit dat veroordeelde roerende en onroerende goederen heeft die ten gelde gemaakt kunnen worden. De rechtbank verwerpt dan ook het gevoerde draagkrachtverweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 46.777,66.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 46.777,66.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 46.777,66 (zegge: zesenveertig duizend zevenhonderdzevenenzeventig euro en zesenzestig eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering die ten hoogste kan worden gevorderd op 935 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. K.A. de Groot, voorzitter, mr. M. Brinksma en</para>
      <para>mr. S. van Gessel, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 juli 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5e7eb4b5-a430-4288-a0c3-adc992bb3417" label="1">
    <para>Dit volgt uit het rapport van FPA, nu de daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep niet kon worden vastgesteld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05e0f46a-1435-4032-a4a5-9a7b58d28ff4" label="2">
    <para>Zie noot 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2091f3bd-6ef5-467e-9602-27aa52cd558f" label="3">
    <para>Zie noot 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f7e9ee7a-2564-4040-9641-102f70169947" label="4">
    <para>Zie noot 1.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>