<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:1868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T15:10:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/930044-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T15:10:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:1868 Rechtbank Noord-Nederland , 10-05-2021 / 18/930044-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Noordelijke Fraudekamer (NFK). Vrijspraak van witwassen van een geldbedrag en een bankpas.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/930044-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, d.d. 10 mei 2021 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 november 2019 (regiezitting), 12 april 2021 en 29 april 2021 (sluiting). </para>
      <para>Verdachte is verschenen op 7 november 2019. Hij is niet verschenen op 12 en 29 april 2021. </para>
      <para>Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 16 maart 2016 te Emmen, althans in Nederland, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer medeverdachte(n), althans alleen, </para>
      <para>(van) een voorwerp(en), te weten (telkens) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 500 euro, althans een geldbedrag, en/of </para>
    <para>- een bankpas met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] , </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, of van dat/die voorwerp(en) gebruik gemaakt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door dat bankpas (met bijbehorende pincode) aan te nemen en/of onder zich te houden en/of te gebruiken om uit een geldautomaat geld op te nemen, en/of (aldus) opgenomen geld onder zich te nemen en/of houden en/of (vervolgens ook) af te geven aan een of meer medeverdachte(n) of ander(en), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) </para>
    </parablock>
    <para>- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; </para>
    <para>(dossierpagina's 51, 268, 273, 283, 3171-3181) </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een ander op of omstreeks 16 maart 2016 te Emmen, althans in Nederland, </para>
        <para>tezamen en in vereniging met een of meer medeverdachte(n), althans alleen, </para>
        <para>(van) een voorwerp(en), te weten (telkens) </para>
      </parablock>
      <para>- 500 euro, althans een geldbedrag, en/of </para>
      <para>- een bankpas met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] , </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, of van dat/die voorwerp(en) gebruik gemaakt, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>door dat bankpas (met bijbehorende pincode) te (doen/laten) gebruiken om uit een geldautomaat geld op te nemen, en/of (aldus) opgenomen geld aan te nemen en/of onder zich te houden, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>terwijl die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of ander wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bij en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (telkens), al dan niet op verzoek van die [medeverdachte 2] en/of een ander(en), dat/die bankpas (met bijbehorende pincode) aan te nemen en/of onder zich te houden en/of te gebruiken om uit een geldautomaat geld op te nemen, en/of (aldus) opgenomen geld onder zich te nemen en/of houden en/of (vervolgens ook) af te geven aan die [medeverdachte 2] en/of een ander(en).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde, in de variant medeplegen van witwassen, tot een taakstraf van 30 uren met aftrek van voorarrest. </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het gedeelte van de tenlastelegging met betrekking tot het geldbedrag. </para>
      <para>Hij heeft met betrekking tot de bankpas het volgende aangevoerd. Het aanvragen van een bankpas en deze vervolgens afgeven aan personen die hiermee oplichtingen plegen, levert witwassen op. Daarmee is ook het voorhanden hebben en gebruiken van de bankpas aan te merken als witwassen. Verdachte had voorts wetenschap van de criminele herkomst van de bankpas.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft bij de politie - kort gezegd - verklaard dat het klopt dat hij geld heeft opgenomen, maar dat hij niet wist dat hij daarmee een strafbaar feit pleegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het primair en het subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek Mocia is opgestart naar aanleiding van meerdere verdachte contante geldopnames bij geldautomaten in Emmen op 28 en 29 juli 2015 door medeverdachte [medeverdachte 3] . Uit het onderzoek naar de gebruikte bankrekeningen zijn vervolgens tientallen bankrekeningen op naam van (hoofdzakelijk) Bulgaarse en Spaanse personen naar voren gekomen, die werden gebruikt om geldbedragen te ontvangen, door te storten en uiteindelijk contant op te nemen. Van deze geldbedragen werd vermoed dat zij afkomstig waren van oplichting. In heel Nederland zijn tientallen aangiftes van oplichting gedaan tegen verschillende (al dan niet bestaande) incassobedrijven, die aangevers zouden hebben bewogen om geldbedragen over te maken naar bovengenoemde bankrekeningen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel het onderzoek zich voornamelijk heeft toegespitst op de vermeende oplichtingen, is geen van de verdachten in het onderzoek uiteindelijk vervolgd wegens oplichting. Wel zijn verdachte en zijn medeverdachten gedagvaard wegens - kortgezegd - medeplegen van (dan wel medeplichtigheid aan) witwassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geldbedrag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier is gebleken dat op 16 maart 2016 een bedrag van € 500,-- is opgenomen bij een geldautomaat in Emmen, met een bankpas die op naam stond van [medeverdachte 1] . Verdachte is door een politieagent herkend op de camerabeelden bij de geldautomaat en verdachte heeft zelf ook verklaard dat hij de persoon is die op de camerabeelden te zien is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de opgevraagde bankafschriften volgt dat er voorafgaand aan de contante opname op </para>
      <para>16 maart 2016 slechts één bedrag ter hoogte van € 711,-- wordt bijgeschreven, afkomstig van de Belastingdienst, met de omschrijving: ‘Teruggaaf Omzetbelasting 4de kwart 15’. Er is geen nader onderzoek gedaan naar deze bijschrijving. Nu het geldbedrag mogelijk een legale herkomst heeft, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bankpas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het politiedossier volgt dat de rekeninghouder die aan de bankpas is verbonden, vermoedelijk een katvanger is. Niet is gebleken dat de bankrekening door een ander persoon dan de rekeninghouder is geopend, of dat er anderszins een misdrijf is gepleegd om de bankrekening te openen of de daarbij behorende bankpas te verkrijgen. Dat de rekening mogelijk is geopend op verzoek van een ander, met het enkele doel om daarmee strafbare feiten te plegen, levert op zichzelf geen misdrijf op. Dat de bankpas mogelijk is gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit, zoals oplichting of witwassen, maakt nog niet dat deze reeds daarom afkomstig is van enig misdrijf.<footnote-ref linkend="_5f217263-36a4-4a5a-8ce4-076a6b1d6a72" /> De rechtbank is daarom van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de bankpas van misdrijf afkomstig is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Timmermans, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en </para>
      <para>mr. L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 mei 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5f217263-36a4-4a5a-8ce4-076a6b1d6a72" label="1">
    <para> Vgl. Hoge Raad 13 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:327).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>