<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:1486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-20T09:52:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 21/785</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1486">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1486</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-20T09:50:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:1486 Rechtbank Noord-Nederland , 23-03-2021 / LEE 21/785</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1486:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in de onderhavige zaak niet voldaan aan het vereiste van onverwijlde spoed. Daarbij betrekt hij dat verzoeker in het onderhavige verzoek heeft verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening de begunstigingstermijn uit het bestreden besluit te verlengen tot 13 september 2021, dan wel om het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist. Dit om te voorkomen dat hij de dwangsom verbeurt. De voorzieningenrechter stelt vast dat het thans echter niet meer mogelijk is om die gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De begunstigingstermijn is immers op 13 maart 2021 verstreken en niet in geschil is dat verzoeker thans nog in de recreatiewoning woont en aldaar staat ingeschreven. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter ook dat verzoeker er voor heeft gekozen om het onderhavige verzoek pas vlak voor het verstrijken van de begunstigingstermijn, te weten op 12 maart 2021 halverwege de middag, in te dienen. De gevolgen van die keuze komen voor verzoekers rekening en risico. Het onderhavige verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1486:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 21/785</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 maart 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [plaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. E.Tj. van Dalen),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze</emphasis>, verweerder<?linebreak?>(gemachtigde: mr. M. van Duin).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 12 juni 2020 (primaire besluit) heeft verweerder verzoeker gelast om de permanente bewoning / het niet recreatieve gebruik van de woning op het adres <?linebreak?>[adres 1] te [plaats] binnen zes maanden te beëindigen en beëindigd te houden, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 30.000,- wordt verbeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 9 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en besloten om de begunstigingstermijn te verlengen met drie maanden tot 13 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dat beroep is bekend onder zaaknummer LEE 21/375. Op 12 maart 2021 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailbericht van 18 maart 2021 heeft verweerder meegedeeld dat hij op 15 maart 2021, vóórdat hij het verzoek om voorlopige voorziening en de vraag van de voorzieningenrechter om niet te controleren intern had ontvangen, gezien dat verzoeker nog steeds op het perceel staat ingeschreven. Tevens heeft verweerder meegedeeld dat hij voor het overige niet (verder) zal controleren, de verbeuring van de dwangsom (nog) niet formeel zal vaststellen en (nog) niet zal overgaan tot een invorderingsprocedure totdat er uitspraak inzake het verzoek om voorlopige voorziening is gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) – voor zover hier van belang – kan indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:83, eerste lid, van de Awb – voor zover hier van belang – worden partijen zo spoedig mogelijk uitgenodigd om op een zitting te verschijnen.</para>
      <para>Ingevolge het derde lid van dit artikel – voor zover hier van belang – kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, uitspraak doen zonder toepassing van het eerste lid.</para>
    </parablock>
    <para>2. <?linebreak?>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in de onderhavige zaak niet voldaan aan het vereiste van onverwijlde spoed. Daarbij betrekt hij dat verzoeker in het onderhavige verzoek heeft verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening de begunstigingstermijn uit het bestreden besluit te verlengen tot 13 september 2021, dan wel om het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist. Dit om te voorkomen dat hij de dwangsom verbeurt. De voorzieningenrechter stelt vast dat het thans echter niet meer mogelijk is om die gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De begunstigingstermijn is immers op <?linebreak?>13 maart 2021 verstreken en niet in geschil is dat verzoeker thans nog in de recreatiewoning woont en aldaar staat ingeschreven. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter ook dat verzoeker er voor heeft gekozen om het onderhavige verzoek pas vlak voor het verstrijken van de begunstigingstermijn, te weten op 12 maart 2021 halverwege de middag, in te dienen. De gevolgen van die keuze komen voor verzoekers rekening en risico. Het onderhavige verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Schaapsmeerders, griffier, op 23 maart 2021. De uitspraak is openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd</para>
      <para>de uitspraak te tekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
      <para>typ: SCHA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>