<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2021:1196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-09T14:54:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9010961 CV EXPL 21-726</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1196">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-09T14:50:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:1196 Rechtbank Noord-Nederland , 30-03-2021 / 9010961 CV EXPL 21-726</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1196:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>sportschoolovereenkomst; onvoldoende onderbouwd; format van bevestigingsmail onvoldoende; beroep op opschortingsrecht; kantonrechter onjuist geïnformeerd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2021:1196:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Verstek</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para>Afdeling Privaatrecht</para>
            </entry>
            <entry morerows="6">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Locatie Leeuwarden</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaak-/rolnummer: 9010961 CV EXPL 21-726</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">verstekvonnis d.d. 30 maart 2021</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Basic-Fit Nederland B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Hoofddorp,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG,</para>
      <para>uw kenmerk: 220018235/EBE,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 152,84 met rente en kosten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Motivering</emphasis>
      </para>
      <para>De eisende partij stelt dat zij met gedaagde partij, die handelt als consument, op 6 juli 2017 online een overeenkomst van dienstverlening heeft gesloten met betrekking tot een sportschoollidmaatschap voor de duur van een jaar. Omdat de gedaagde partij de overeenkomst niet heeft opgezegd is deze na afloop van deze periode voor onbepaalde tijd verlengd. De eisende partij stelt dat zij de overeenkomst op 8 september 2019 wegens wanbetaling van de gedaagde partij heeft beëindigd. De eisende partij stelt met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst dat een nieuw lid na de online aanmelding een bevestigingse-mail ontvangt. Aangezien eisende partij de gepersonaliseerde e-mail niet meer kan overleggen heeft zij een format van de bevestigingse-mail overgelegd waarin de essentialia van de overeenkomst alsmede het herroepingsrecht en een link naar de algemene voorwaarden is opgenomen. Daarmee is volgens de eisende voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230 m lid 1 BW en artikel 230 t BW/artikel 6:230 v BW. Bij het sluiten van de overeenkomst is de gedaagde partij door middel van het plaatsen van een vinkje akkoord gegaan met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, aldus de eisende partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter overweegt dat uit geen van de door de eisende partij overgelegde producties blijkt dat zij een overeenkomst met de gedaagde partij heeft gesloten als door haar gesteld. De omstandigheid dat de eisende partij niet (meer) in staat is de op de gedaagde partij in het kader van de gestelde overeenkomst betrekking hebbende bescheiden in het geding te brengen komt voor haar rekening en risico. De eisende partij kan niet volstaan met overlegging van een printscreen van het online aanmeldproces en een format van een bevestigingsmail. Dit betekent dat de vordering als onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij wordt nog overwogen dat in de dagvaarding is opgenomen dat de eisende partij haar verplichtingen steeds volledig is nagekomen, terwijl uit de bijgevoegde productie wordt afgeleid dat de eisende partij zich heeft beroepen op een haar toekomend opschortingsrecht. Aldus is de kantonrechter in de dagvaarding onjuist geïnformeerd, hetgeen de afwijzing ook rechtvaardigt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de eisende partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde partij vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>