<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2020:474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T16:40:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/830048-19 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:474">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-07T11:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:474 Rechtbank Noord-Nederland , 07-02-2020 / 18/830048-19 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2020:474:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in cocaïne en hasjiesj.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2020:474:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/830048-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer d.d. 7 februari 2020 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>veroordeelde,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [straatnaam].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft d.d. 19 december 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.840,- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer </para>
      <para>18/830048-19 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 24 januari 2020. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. L.I. Veenstra, advocaat te Groningen.</para>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het bewezen verklaarde tot een bedrag van </para>
      <para>€ 3.840,-. De officier van justitie heeft dat bedrag gebaseerd op de inhoud van het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij ten aanzien van de verkoop van cocaïne wordt uitgegaan van een periode van 6 maanden. </para>
      <para>Ten aanzien van de verkoop van hasjiesj wordt op grond van de verklaring van veroordeelde  uitgegaan van een periode van 24 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering voor wat betreft de handel in cocaïne moet worden afgewezen omdat veroordeelde niet in cocaïne heeft gehandeld. Veroordeelde heeft [medeverdachte 1] enkel doorverwezen naar een derde, die wel handelde in cocaïne. Veroordeelde heeft hiervan geen voordeel genoten. </para>
      <para>Met betrekking tot de verkoop van hasjiesj heeft de raadsvrouw betoogd dat veroordeelde niet 24 maanden maar maximaal gedurende 6 maanden 25 gram hasjiesj per maand heeft verkocht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 7 februari 2020 in de zaak met parketnummer 18/830048-19 veroordeeld ter zake medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de door hem gepleegde strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt als uitgangspunt voor de berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van voormelde strafbare feiten wordt geschat, het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 11 augustus 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verkoop cocaïne</emphasis>
      </para>
      <para>De veroordeelde heeft bij de politie verklaard dat hij 4 à 5 maanden cocaïne aan [medeverdachte 1] heeft verkocht. Voor 1 gram kreeg hij € 70,- en betaalde hij de dealer € 50,-.<footnote-ref linkend="_58d834ed-7ba5-413b-9242-ad1d7d6044d1" /></para>
      <para>
        [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij bij veroordeelde ongeveer een jaar, 3 of 4 keer per maand cocaïne kocht. [medeverdachte 1] betaalde voor 1 gram € 40,- en voor een halve gram € 25,-.<footnote-ref linkend="_b3b0ae8c-fe89-4ef6-b318-e9952739f019" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit bovenstaande bewijsmiddelen voldoende dat veroordeelde heeft gehandeld in cocaïne en is het aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van cocaïne heeft genoten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit levert ten aanzien van de verkoop van cocaïne de volgende berekening op:</para>
      <para>
        [medeverdachte 1] verklaart 12 maanden 4 keer per maand cocaïne gekocht te hebben. </para>
      <para>
        [veroordeelde] verklaart 4 à 5 maanden verkocht te hebben.</para>
      <para>Voor de berekening wordt een gemiddelde genomen van 6 maanden. </para>
      <para>Volgens beiden 4 keer per maand </para>
      <para>Voor de berekening wordt uitgegaan van 4x een halve gram, totaal 2 gram per maand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. gram werd gekocht voor € 50,- , verkocht voor € 70,- (voordeel € 20,- per gram)</para>
    <para>2 gram wordt gekocht voor € 100,-, verkocht voor 140 euro (voordeel van 40 euro per 2 gram per maand)</para>
    <para />
    <para>6 maanden x 2 gram per maand is totaal 12 gram cocaïne</para>
    <para>12 gram cocaïne wordt ingekocht voor € 600,-  en verkocht voor € 840,-. </para>
    <para>€ 840,- minus inkoop van 600 euro = € 240,- winst.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verkoop hasjiesj</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde heeft verklaard dat hij 25 gram hasjiesj per maand verkocht.<footnote-ref linkend="_53f3aafb-ebe6-494f-9352-9818ba1e4794" /> Hij betaalde € 4,- per gram voor de inkoop. Hij verkocht de hasjiesj voor € 10,- per gram.<footnote-ref linkend="_7bcc75f7-b93b-4ef8-9da6-1bc944370563" /> Uit de verklaring van het broertje van veroordeelde volgt dat hij 24 maanden hasjiesj voor veroordeelde heeft verkocht.<footnote-ref linkend="_184b8d4c-c870-4b4b-b0cd-e1f68ae92508" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit bovenstaande bewijsmiddelen dat het aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van hasjiesj heeft genoten gedurende een periode van 24 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit levert ten aanzien van de verkoop van hasjiesj de volgende berekening op:</para>
      <para>De berekening is gebaseerd op een verkoop van 25 gram per maand en een winst van € 150,- per maand. </para>
      <para>Als periode voor de berekening wordt een periode aangehouden van 24 maanden, gemiddeld 25 gram per maand verkoop. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>24 maanden x gemiddeld 25 gram per maand	 = 600 gram wiet en/of hasj totaal</para>
    <para>1. gram inkoop is € 4,- werd verkocht voor € 10,- 		= € 6,- voordeel per gram</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inkoop: 	600 gram x € 4,- per gram 			= € 2.400,-</para>
      <para>Verkoop: 	600 gram x € 10,- per gram 			= € 6.000,-</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>€ 6.000,- - inkoop van € 2.400,- 		= € 3.600,- winst in 24 maanden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde (€ 240,- + € 3.600,-) = € 3.840,- wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 3.840,-</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis> voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 3.840,- (zegge: drieduizend achthonderd veertig euro) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 30 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. T.M.L. Veen en </para>
      <para>mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_58d834ed-7ba5-413b-9242-ad1d7d6044d1" label="1">
    <para> Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2018, opgenomen op pagina 213 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100 2019104428 d.d. 26 april 2019, inhoudende als verklaring van [veroordeelde].</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3b0ae8c-fe89-4ef6-b318-e9952739f019" label="2">
    <para>Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 14 december 2018, opgenomen op pagina 175 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53f3aafb-ebe6-494f-9352-9818ba1e4794" label="3">
    <para> Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2018, opgenomen op pagina 213 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van </para>
    <para>
      [veroordeelde].</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bcc75f7-b93b-4ef8-9da6-1bc944370563" label="4">
    <para> Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 25 maart 2019, opgenomen op pagina 348 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van </para>
    <para>
      [veroordeelde].</para>
  </footnote>
  <footnote id="_184b8d4c-c870-4b4b-b0cd-e1f68ae92508" label="5">
    <para> Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 28 maart 2019, opgenomen op pagina 371 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van </para>
    <para>
      [medeverdachte 2]
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>