<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2020:4373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-10T14:06:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/830313-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:4373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:4373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-10T14:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:4373 Rechtbank Noord-Nederland , 10-12-2020 / 18/830313-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2020:4373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens aanwezigheid hennepkwekerij. Overschrijding redelijke termijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2020:4373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/830313-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 december 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte], </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [straatnaam], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 november 2020. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Kuipers, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Grooters. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 12 november 2015 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [straatnaam]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 144 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijs II, dan wel krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte slechts gelegenheid aan derden heeft geboden om een hennepkwekerij in zijn woning te bouwen, te onderhouden, te verzorgen en om hennep te telen. De rol van verdachte ten opzichte van die van zijn medeverdachten is erg klein geweest en hem kan hooguit medeplichtigheid worden verweten; dat is verdachte niet ten laste gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De door verdachte ter zitting van 26 november 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:</para>
    <para>Ik heb mijn toenmalige woning aan de [straatnaam] te Groningen aan medeverdachte [medeverdachte 1] ter beschikking gesteld om een hennepkwekerij op te zetten en te onderhouden. De opbrengst verdeelden we. Ik heb er in ieder geval € 2.000,00 voor gekregen. Er is één oogst geweest. Vlak nadat er nieuwe plantjes in de hennepkwekerij waren geplaatst, viel de politie binnen en is de kwekerij ontmanteld. </para>
    <para />
    <para>2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 januari 2016, opgenomen op pagina 1605 van het dossier van Koninklijke Marechaussee met onderzoeknummer MRO/2700/2821711 van 22 januari 2016, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 1]:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wanneer is de hennepkwekerij opgezet?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Als jullie een inval deden bij ons op de 13e. Ik had die middag nieuwe er in gezet. Dus het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     was half september of eind september.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wie waren hierbij betrokken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Daar zijn [verdachte] en ik bij betrokken. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wie is de eigenaar van de hennepkwekerij?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [verdachte].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Hoeveel stekken had je gehaald?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Die had [verdachte] gehaald, dus dat weet ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: En de tweede keer?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Die heeft hij ook geregeld. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Die had jij toch geregeld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Nee, betaald, maar hij heeft ze opgehaald. Die zijn zelfs bij mij thuis langs gebracht. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     [verdachte] heeft ze geregeld en uiteindelijk ook betaald. Wij verrekenen dat dan onderling. Ik </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     zei tegen hem dat als je het veilig wilt doen dan wil ik het wel aansluiten, maar dan wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     op de normale manier. Af en toe keek ik ernaar, maar de rest deed hij zelf, zoals water </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     geven. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Hoe ging het oogsten in zijn werk?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik met [verdachte]. Ik heb [verdachte] 3, 4 uurtjes geholpen de rest heeft hij zelf gedaan. Ik heb hem </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     laten zien hoe het moest en daarna had ik ook mijn eigen dingen te doen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat was afgesproken omtrent de verdeling van de inkomsten van de hennep?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [verdachte] had het meeste want het was zijn huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat was de verhouding?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: 60/40 hebben we het dan over.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: 60 voor [verdachte]. En 40?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Voor mij. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitwerking van een afgeluisterd en opgenomen telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (D), opgenomen op pagina 1720 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1:] Oké. Waar is [verdachte] dan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Weet ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1:] Wat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Weet ik niet. Volgens mij zou hij thuis zijn toch?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1:] O, is die gewoon thuis, dan kijk ik zo wel even.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Ja, volgens mij moet hij thuis zijn. Als die weer bij zijn vader is moet je hem zeggen dat </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">     die die kankerdag gewoon thuis moet blijven. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 1:] Dat die vanavond thuis moet blijven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Ja, dat die gewoon elke dag totdat het weg is, dat die thuis blijft. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van 11 januari 2016, opgenomen op pagina 1650 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het zaakdossier 'Aanwezig hebben, telen van en handel in Hennep':</para>
    <parablock>
      <para>Whatsapp berichtenuitwisseling op 11 november 2015, omstreeks 14:43 uur, tussen</para>
      <para>
        [medeverdachte 2]) en [verdachte].</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] [naam] al geweest trouwens</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Ja man net net</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Waarvoor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Om te vragen of de kleding droog was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Kijk goed</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Wat doe doet</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Ja stond met mijn bek boven op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Oké</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Hijs al weer weg</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Hij is alweer naar huis want is niet droog</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Zekers</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Niet alle kleding meeste wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Jonge het heeft geen 8 dagen nodig</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Maar het klopt wel man</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Gaat echt langzaam</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Kk langzaam</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2:] Lichten aan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte:] Ja man</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 20 januari 2016, opgenomen op pagina 431 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant]. </para>
    <parablock>
      <para>Op 12 november 2015 werd de woning van [verdachte] aan de [straatnaam] te Groningen doorzocht. In de woning is een hennepkwekerij aangetroffen. Hierbij is door een ruimploeg een aantal goederen meegenomen ter vernietiging. Hiervan is een ruimlijst opgesteld.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ruimlijst Hennep</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">omschrijving		aantal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1. Hennepplanten	150</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">(…)</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para>Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij meer inhield dan alleen het ter beschikking stellen van zijn woning.</para>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte de hennepstekken heeft gehaald, hielp met oogsten en dat de opbrengst tussen hen beiden werd verdeeld. Zijn verklaring wordt  ondersteund door de tapgesprekken, waaruit bovendien blijkt dat verdachte -al dan niet in opdracht van zijn medeverdachten- toezicht op de hennepkwekerij hield en betrokken is bij het droogproces van de oogst. De rechtbank acht de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] om die reden betrouwbaar. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat verdachte een grotere rol had bij het opzetten en exploiteren van de hennepkwekerij dan dat verdachte ter zitting heeft doen voorkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn handelingen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de gezamenlijke totstandkoming en exploitatie van de hennepkwekerij. Deze bijdrage is van dusdanig gewicht, dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten bij het opzettelijk telen, bewerken en verwerken van ongeveer 144 hennepplanten zoals is ten laste gelegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 1 september 2015 tot en met 12 november 2015 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft geteeld en bewerkt en verwerkt in een pand gelegen aan [straatnaam] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 144 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren. Zij heeft daarbij laten meewegen de beperkte rol die verdachte heeft gespeeld ten opzichte van medeverdachten, de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen strafzaken moeten worden afgedaan en de omstandigheid dat verdachte in de periode die is verstreken sinds het ontmantelen van de hennepkwekerij niet is veroordeeld voor enig strafbaar feit.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft met een beroep op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht verzocht om geen straf of maatregel op te leggen wegens overschrijding van de redelijke termijn, de gevolgen van die overschrijding voor verdachte en de kleine rol die verdachte in het geheel heeft gespeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft samen met anderen een hennepkwekerij opgezet en onderhouden met als doel met de geteelde hennep inkomsten te verwerven. Verdachte en medeverdachten hebben eenmaal geoogst, en een deel van die oogst is verkocht. Daarmee heeft verdachte actief bijgedragen aan het in stand houden van het criminele circuit waarbinnen softdrugs worden geproduceerd en verhandeld. Voor het plegen van het bewezenverklaarde feit past in beginsel een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft in de periode sinds de ontmanteling van de hennepkwekerij, inmiddels vijf jaar geleden, geen justitiële contacten gehad en heeft inmiddels een gezinsleven opgebouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een zaak als de onderhavige geldt als uitgangspunt dat binnen een termijn van twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis dient te worden gewezen. De redelijke termijn is aangevangen met de doorzoeking van de woning van verdachte op 12 november 2015, waarbij de hennepkwekerij is aangetroffen. Verdachte is voor de eerste maal opgeroepen te verschijnen in de tegen hem aanhangig gemaakt strafzaak voor de zitting van 8 juli 2019. De redelijke termijn is daarmee overschreden met bijna twintig maanden, zonder dat daarvoor een duidelijk aanwijsbare reden bestaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.<?linebreak?>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een taakstraf voor de duur van 80 uren.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast, indien veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. T.M.L. Veen, mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door mr. E.W. Jeuring, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>