<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2020:1787</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-13T13:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8305679</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:1787">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:1787</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-06T10:10:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:1787 Rechtbank Noord-Nederland , 12-05-2020 / 8305679</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2020:1787:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na ambtshalve toetsing. Hoofdsom toegewezen, gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming ook, kosten voor onderbreking van de levering niet omdat Tarievenoverzicht niet is overgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2020:1787:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Locatie Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 8305679 \ CV EXPL  20-535</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter van 12 mei 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap Vitens N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zwolle, </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis> </para>
      <para>wonende te [gedaagde] [plaats] , [adres] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>tegen wie verstek is verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 169,56, te vermeerderen met incassokosten ad € 40,- en proceskosten. Voor het geval gedaagde partij niet (volledig) aan de veroordeling voldoet, verzoekt eisende partij om gedaagde partij te mogen afsluiten van de leverantie en de meter te verzegelen, waarna € 45,- aan voorrijkosten en € 163,- of </para>
        <para>€ 181,-  aan afsluitkosten </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 17 maart 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ter zitting van 14 april 2020 heeft de eisende partij een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Motivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis overwogen dat de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv. De kantonrechter heeft de eisende partij bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de eisende partij in ieder geval de onderliggende facturen diende te overleggen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij heeft producties overgelegd en haar vordering bij akte nader toegelicht. Eisende partij heeft een overzicht van de gevorderde posten overgelegd en uiteengezet dat de vordering bestaat uit termijn- c.q. voorschotfacturen en twee periodeafrekeningen. De periodeafrekeningen worden overgelegd als productie. Uit de periodeafrekening van 28 juni 2018 blijkt dat aan gedaagde partij in de maanden december 2017 tot en met februari 2018 € 10,49 per maand aan termijnen in rekening zijn gebracht en dat er nog 7,08 betaald diende te worden. Het nieuwe termijnbedrag zou € 9,18 worden. Uit de periodeafrekening van 27 juni 2019 blijkt dat er van juni tot en met september 2018 </para>
        <para>€ 9,18 per maand in rekening is gebracht, en in december 2018 en maart 2019 € 27,54 (kwartaaltermijnen). Het nieuwe termijnbedrag per kwartaal werd € 23,23. Het voorgaande is in overeenstemming met het door eisende partij overgelegde overzicht van de gevorderde posten. Naar het oordeel van de kantonrechter is thans voldoende informatie verschaft om vast te kunnen stellen dat gedaagde partij een bedrag van € 169,56 verschuldigd is. De gevorderde hoofdsom en incassokosten zullen daarom worden toegewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De onder B. gevorderde gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming zal worden toegewezen als in het dictum bepaald en gedaagde zal worden veroordeeld dit te gedogen. Eisende partij heeft genoegzaam onderbouwd dat die ontruiming noodzakelijk is om de door haar genoemde werkzaamheden uit te kunnen voeren. De kantonrechter merkt volledigheidshalve op dat dit niet betekend dat (medewerkers van)eisende partij zonder toestemming van gedaagde haar woning mogen betreden om die werkzaamheden uit te voeren. Indien gedaagde haar medewerking niet vrijwillig verleent, is tussenkomst van een deurwaarder nodig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De gevorderde kosten die betrekking hebben op de onderbreking van de levering, de voorrijkosten van € 45,- en afsluitingskosten van € 181,- (conform punt 12 van de dagvaarding) of € 163,- (conform punt III van het petitum) worden afgewezen. Eisende partij heeft het Tarievenoverzicht waar zij zich op beroept, niet overgelegd. Op deze manier kan de kantonrechter niet vaststellen of eisende partij de gevorderde tarieven bij gedaagde partij in rekening mag brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat de vordering van eisende partij grotendeels is toegewezen, zal gedaagde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om aan eisende partij te betalen € 209,56;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat eisende partij, indien gedaagde niet aan de veroordeling onder 3.1 voldoet,  na een vooraankondiging van drie dagen gerechtigd is tot het afsluiten van de leverantie en het verzegelen van de meter en gerechtigd is die werkzaamheden op of aan de woning te verrichten, middels gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming en veroordeelt gedaagde deze handelingen van eisende partij te gedogen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisende partij begroot op € 86,83 aan dagvaardingskosten, € 124,00 aan vast recht en € 36,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>typ/conc: 36330/TG</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>