<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2020:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-18T12:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8264867</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:1183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-16T15:51:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:1183 Rechtbank Noord-Nederland , 17-03-2020 / 8264867</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2020:1183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis in het kader van ambtshalve toetsing. Eerdere procedure tussen partijen geweest, maar uit de dagvaarding blijkt niet duidelijk wat er destijds is gevorderd en toegewezen; vonnis en dagvaarding opgevraagd. Ook specificatie van de ontvangen betalingen opgevraagd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2020:1183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Locatie Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 8264867 \ CV EXPL  20-187</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> N.V. Univè Zorg</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarder &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>tegen wie verstek is verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 7 januari 2020 met producties. Gedaagde partij is niet verschenen en heeft evenmin schriftelijk gereageerd of om aanhouding van de procedure verzocht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan dagvaarding te stellen eisen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Gedaagde partij is een natuurlijk persoon. Natuurlijke personen zijn in de regel consument en op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daarom niet is gevraagd (‘ambtshalve toepassing’). De dagvaarding dient voldoende informatie te verschaffen om de rechter in staat te stellen te beoordelen of de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en daarbij tevens te beslissen of er aanleiding is tot ambtshalve toepassing van het geldend consumentenrecht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bevel om stellingen toe te lichten en bewijsstukken in het geding te brengen</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De in dit geding uitgebrachte dagvaarding verschaft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie om de gegrondheid van de vordering te kunnen beoordelen en voldoet daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 22 Rv. is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat op de zaak betrekking hebbende bescheiden worden overgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal eisende partij bevelen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het op rechtspraak.nl te vinden formulier (<emphasis role="italic">https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijk-informatieformulier-ambtshalve-toetsen-consumentenzaken.pdf#search=informatieformulier</emphasis>).</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Eisende partij dient in ieder geval de volgende informatie te verstrekken:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	een kopie van het vonnis van 19 december 2017 en de bijbehorende dagvaarding inclusief producties;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	een specificatie van de in productie 1 genoemde "Declaratie 50817488" ad € 12,69</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	een specificatie waaruit niet alleen blijkt welke premiebedragen en declaraties wanneer aan gedaagde in rekening zijn gebracht (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 1.003,64 vanaf september 2016 tot en met augustus 2017), maar ook wanneer daarop welke bedragen van gedaagde zijn ontvangen (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 924,24) en waarop die bedragen zijn afgeboekt.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Indien sprake is van een wijziging van eis of de gronden daarvan, dient eisende partij dit vonnis en de akte aan gedaagde partij te betekenen en gedaagde partij op te roepen om op de hierna te noemen rolzitting te verschijnen om voort te procederen in de zaak. De kosten van betekening blijven voor rekening van eisende partij. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevolgen niet voldoen aan het bevel</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Indien aan de hierboven bedoelde opdrachten niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv. de gevolgen verbinden die hij geraden acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.<?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. beveelt eisende partij om bij akte de onder 2.3 bedoelde toelichting te verstrekken, te nemen op de rol van <emphasis role="underline">dinsdag 14 april 2020</emphasis>;<?linebreak?></para>
      <para>2. bepaalt dat bij wijziging van de eis dan wel de gronden daarvoor, eisende partij dit vonnis en hetgeen op grond van dit vonnis in het geding wordt gebracht aan gedaagde partij moet betekenen, en gedaagde partij daarbij moet oproepen om te verschijnen op de hiervoor bedoelde rolzitting;</para>
      <para />
      <para>3. houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.</para>
        <para>typ/conc: 15484/ak</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>