<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2019:357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T14:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/17164843/KGZA 19-04</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:357">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T10:37:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2019:357 Rechtbank Noord-Nederland , 06-02-2019 / C/17164843/KGZA 19-04</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2019:357:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindigingsovereenkomsten: betaling overeengekomen betalingstermijnen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2019:357:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fdc11b6c-a505-4656-9be2-10751f458f35" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="722d0d0b-7358-473c-9bb8-0c485652d189" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/17/164843 / KG ZA 19-4</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap naar buitenlands recht    </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CHANNEL FINANCE S.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Luxemburg (Luxemburg),</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. R. Kroon te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PAYROLL FIRM I B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Heerenveen,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door [naam directeur] , directeur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Channel en Payroll Firm genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 28 januari 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van Channel.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Payroll Firm levert payroll- en detacheringsdiensten aan zakelijke klanten in en/of buiten Nederland. De heer [naam directeur] is directeur van Payroll Firm (hierna: [naam directeur] ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Togather Finance is een factoringbedrijf. Zij beheert een online platform dat wordt gebruikt voor de factoring. Om gebruik te kunnen maken van de diensten van Togather Finance dient een overeenkomst te worden aangegaan met Channel. Channel heeft op 5 maart 2018 aan Payroll Firm een offerte uitgebracht betreffende de mogelijkheden van factoring. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Door ondertekening van de offerte op 9 maart 2018 is tussen Channel en Payroll Firm een overeenkomst (ook wel genoemd: de RPA) tot stand gekomen. Van de overeenkomst maken onder meer deel uit de "Standaardvoorwaarden voor koop van vorderingen" (hierna: de Standaardvoorwaarden). Daarin is het volgende - voor zover van belang - bepaald:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>"<emphasis role="bold">OVEREENKOMST</emphasis></para>
        <para>1. Verkoper en Financier (<emphasis role="italic">lees: Togather Finance, aanvulling voorzieningenrechter</emphasis>) komen overeen dat Verkoper documentatie zal uploaden naar het Platform met betrekking tot zijn Vorderingen en Vorderingen te koop en ter cessie zal aanbieden aan Financier en dat financier ermee kan instemmen die Vorderingen te kopen en de cessie daarvan te aanvaarden in overeenstemming met het bepaalde in deze Overeenkomst.</para>
        <para>2. (…)</para>
        <para>3. In deze Overeenkomst worden de Standaardvoorwaarden uiteengezet waaronder Financier bereid is Vorderingen van Verkoper te kopen en deze Overeenkomst is van toepassing als ware deze was ondertekend door Financier. Door ondertekening op de volgende pagina bevestigt Verkoper deze Overeenkomst te hebben gelezen en daaraan gebonden te zijn.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">	20.	TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDHEID</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.1</nr>
      <para>Op deze Overeenkomst, elke koop en cessie van Vorderingen uit hoofde van deze 			Overeenkomst en alle niet-contractuele verplichtingen die mochten ontstaan als gevolg van 		of uit hoofde van deze Overeenkomst is Engels recht van toepassing.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.2</nr>
      <para>Elk der partijen onderwerpt zich onherroepelijk aan de niet-exclusieve bevoegdheid van de 		Engelse rechter."</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 12 september 2018 hebben Payroll Firm en Channel besloten de overeenkomst te beëindigen. In het kader van de beëindiging van de overeenkomst hebben partijen afspraken gemaakt. Channel heeft de beëindiging van de overeenkomst en de gemaakte afspraken bevestigd in een ongedateerde brief, die als productie 2 bij dagvaarding is overgelegd (hierna: de beëindigingsovereenkomst). Daarin is onder meer het volgende vastgelegd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>"1.	Per heden koopt Channel Finance S.A. geen nieuwe facturen meer van Payroll Firm I B.V. 	De achterstallige settlement schuld van EUR 49.220,37 mag niet verder oplopen. Alle 	binnenkomende betalingen op door ons gekochte facturen worden per ommegaande overgemaakt naar 	Channel Finance S.A. op de volgende rekening: (…) </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	2.	De EURO 49.220,37 settlement schuld wordt in 9 maandtermijnen van EURO 5.000,-- en </para>
        <para>	1 slottermijn van EURO 4.220,37 overgemaakt naar de rekening van Channel Finance S.A. De eerste</para>
        <para>	betalingstermijn vervalt op 15-10-2018. Uiterlijk per 15-07-2019 is deze settlement schuld in zijn 	geheel voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	3.	De afbetalingsregeling zal worden opgenomen in een notariële akte, welke tussen Payroll 	Firm I BV., beide aandeelhouders/bestuurders en Channel Finance S.A. zal worden opgemaakt. (…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	4.	Indien het conservatoire beslag op Payroll Firm B.V. wordt opgeheven, dan worden de 	hieruit voortvloeiende binnenkomende betalingen, uitgezonderd die specifiek dienen te worden 	betaald op de 6-rekening (normaliter 30% van het factuurbedrag, indien van toepassing), voor 	minstens 70% gebruikt om de settlement schuld aan Channel Finance SA vervroegd af te lossen. De 	betalingstermijn wordt alsdan verkort. Stel er komt per heden EURO 30.000,-- binnen als betaling op 	facturen die eerder onder conservatoir beslag lagen, dan wordt tenminste EURO 21.000,-- betaald aan 	Channel Finance SA ter vervroegde aflossing en vermindert het settlement bedrag tot </para>
        <para>	EURO 28.220,37. Dit bedrag wordt alsdan in 5 termijnen van EURO 5.000,-- afgelost met een 	slottermijn van EURO 3.220,37, uiterlijk 15 maart 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	5. 	Per de RPA is Payroll Firm I B.V. verplicht om gedurende een periode van ten minste </para>
        <para>	12 maanden na beëindiging of totdat de eindafrekening heeft plaatsgevonden, de facturen en</para>
        <para>	bewijsstukken wekelijks te blijven uploaden naar het Togather platform. De afspraak is dat dit vanaf</para>
        <para>	heden wekelijks door jullie accountant zal worden verzorgd via het programma "Snelstart".</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	6.	We zullen de door ons gekochte facturen ter waarde van EURO 78.381,66 incasseren via 	INCAZE en K&amp;L waarbij alleen bevrijdend kan worden betaald op de desbetreffende derdengelden 	rekeningen. Mocht er abusievelijk worden betaald op de rekening van Payroll Firm I B.V. of een 	andere rekening, dan melden jullie dit direct aan ons en wordt het bedrag onverwijld volledig 	overgemaakt op de rekening van Channel Finance S.A. Togather Finance B.V. en INCAZE komen 	nog terug op een finale regeling ter zake van de afhandeling van de bestaande incasso en deurwaarder 	zaken en de opgelopen incassokosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	7. 	De inkomende betalingen op door Payroll Firm I B.V. in de afgelopen maanden opgeladen</para>
        <para>	facturen, welke door ons niet zijn gekocht, kan Payroll Firm I B.V. gebruiken voor de 	liquiditeitsbehoefte uit hoofde van de normale en dagelijkse bedrijfsvoering, mits de overeengekomen 	termijnbedragen aan Payroll Firm I B.V. tijdig worden voldaan. Bij niet gehele nakoming van een 	afgesproken termijnbedrag, zijn we gerechtigd om de desbetreffende debiteuren aan te schrijven met 	de mededeling dat ze alleen nog bevrijdend kunnen betalen op de rekening van Channel Finance S.A. 	of een andere door ons aangegeven (derdengeld-) rekening (conform art. 7.5 van de RPA).</para>
        <para>	(…)</para>
        <para>	Graag ontvang ik deze brief getekend terug, ten bewijze van jullie akkoord hiermee."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Payroll Firm heeft de brief ondertekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Payroll Firm is, ondanks aanmaning daartoe, de gemaakte afspraken uit de beëindigingsovereenkomst niet nagekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Channel heeft gevorderd dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair, Payroll Firm veroordeelt</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>1. a. per direct aan Channel een bedrag van € 15.000,00 te betalen, zijnde de per </para>
      <parablock>
        <para>15 oktober, 15 november en 15 december 2018 vervallen termijnen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.000,00 per 15 oktober 2018, </para>
        <para>over € 5.000,00 per 15 november 2018 en over € 5.000,00 per 15 december 2018, alles tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>b. per 15 januari 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 januari 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>c. per 15 februari 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 februari 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>d. per 15 maart 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 maart 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>e. per 15 april 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 april 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>f. per 15 mei 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 mei 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>g. per 15 juni 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>h. per 15 juli 2019 aan Channel een bedrag van € 5.000,00 te betalen, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente per 15 juli 2019 tot de dag van algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para>2. om binnen een week na betekening van dit vonnis haar bankafschriften en debiteurenoverzichten over de periode (van) 6 september (2018) tot en met de datum van het uploaden te uploaden naar het platform van Togather, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Payroll Firm daaraan niet voldoet, met een maximum van € 150.000,00;</para>
      <para>3. om binnen twee weken na betekening van dit vonnis wekelijks ingaande de tweede week na datum betekening van dit vonnis en tot 12 december 2019 haar bankafschriften en debiteurenoverzichten naar het platform van Togather te uploaden, op verbeurte van een dwangsom groot € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Payroll Firm daar niet aan voldoet, met een maximum van € 50.000,00; </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>: </para>
      <para>4. Payroll Firm veroordeelt en gebiedt binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan het notarieel vastleggen van de afspraken zoals opgenomen in de door partijen ondertekende beëindigingsovereenkomst, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Payroll Firm daaraan niet voldoet, met een maximum van € 150.000,00;</para>
      <para>5. bepaalt dat, indien Payroll Firm geen gevolg geeft aan de veroordeling onder 4, dit vonnis in de plaats treedt van haar handtekening onder de notariële akte;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair en subsidiair</emphasis>:</para>
      <para>6. Payroll Firm veroordeelt in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Payroll Firm heeft verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">rechtsmacht</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Channel is gevestigd in Luxemburg. Payroll Firm is gevestigd in Nederland. Omdat Payroll Firm in Nederland is gevestigd, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om van de zaak kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening (EU) </para>
        <para>nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1 (herschikte Brussel I-verordening).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank moet het toepasselijk recht, gelet op de grondslag van de vordering, bepaald worden aan de hand van de Verordening (EG) </para>
        <para>nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). In artikel 3 lid 1 van deze verordening is bepaald dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. De rechtskeuze wordt uitdrukkelijk gedaan of blijkt duidelijk uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Bij hun keuze kunnen de partijen het toepasselijke recht aanwijzen voor de overeenkomst in haar geheel of voor slechts een onderdeel daarvan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit artikel 20 van de Standaardvoorwaarden volgt dat partijen hebben gekozen voor de toepasselijkheid van Engels recht, zodat Engels recht van toepassing is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">gevraagde voorziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot een voorziening in kort geding die bestaat in een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de rechter ook betrekken de vraag naar </para>
        <para>- kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Channel heeft gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, omdat de omvang van de vorderingen van invloed is op de omvang van haar werkkapitaal, waarmee zij vorderingen van andere klanten inkoopt. Voorts heeft zij in dit verband gesteld dat zij vreest dat verhaal van haar vorderingen niet meer mogelijk is vanwege de liquiditeitsproblemen van Payroll Firm. Zij heeft verder belang heeft bij het uploaden van de bankafschriften en debiteuren-overzichten door Payroll Firm, omdat zij daardoor weer de benodigde inzage zal krijgen in de vermogens-/liquiditeitspositie van Payroll Firm en inzicht zal krijgen in de door de debiteuren van Payroll Firm betaalde vorderingen. Payroll Firm heeft het spoedeisend belang van Channel niet betwist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het spoedeisend belang met het voorgaande afdoende gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">beëindigingsovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat zij met de beëindigingsovereenkomst de schuld van Payroll Firm aan Channel hebben vastgesteld op een bedrag van € 49.220,37, dat Payroll Firm dat bedrag aan Channel zal terugbetalen in 9 maandelijkse termijnen van </para>
        <para>€ 5.000,00 en een slottermijn van € 4.220,37 en dat de eerste termijn op 15 oktober 2018 en de laatste termijn op 15 juli 2019 vervalt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding heeft [naam directeur] bevestigd dat hij heeft getekend voor de schuld van € 49.220,37 en dat hij daarop niet heeft betaald. [naam directeur] heeft vervolgens verklaard dat de hoogte van de schuld niet klopt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Door in te stemmen met de beëindigingsovereenkomst is Payroll Firm de verplichting aangegaan om het vastgestelde bedrag van € 49.220,37 in de vastgestelde termijnen aan Channel te betalen. De bewering achteraf dat het bedrag niet klopt, ontslaat Payroll Firm niet van die verplichting. Er zijn verder geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan moet worden aangenomen dat Channel Payroll Firm niet aan de beëindigingsovereenkomst kan houden. Payroll Firm heeft ook geen concrete gegevens overgelegd waaruit kan volgen dat zij nog aanspraken heeft jegens Channel, op grond waarvan zij een bedrag met de vordering van Channel kan verrekenen. </para>
        <para>De vordering tot betaling van de overeengekomen termijnen zal de voorzieningenrechter daarom toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De primaire vorderingen, zoals opgenomen in overweging 3.1. onder 2 en 3, zal de voorzieningenrechter eveneens toewijzen op de onder 5 te vermelden wijze. De vorderingen zijn gebaseerd op de beëindigingsovereenkomst en ook niet weersproken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">dwangsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De gevorderde dwangsommen zal de voorzieningenrechter beperken, zoals in het dictum zal worden vermeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiaire vorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De primaire vorderingen worden toegewezen, zodat de voorzieningenrechter de subsidiaire vorderingen niet behoeft te bespreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Payroll Firm zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Channel worden vastgesteld op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	 86,12</para>
      <para>- griffierecht		1.992,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	816,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	2.894,12.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om aan Channel € 20.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente:</para>
      <para>- over € 5.000,00 vanaf 15 oktober 2018, </para>
      <para>- over € 5.000,00 vanaf 15 november 2018,</para>
      <para>- over € 5.000,00 vanaf 15 december 2018 en </para>
      <para>- over € 5.000,00 vanaf 15 januari 2019, </para>
      <para>steeds tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om aan Channel te betalen:</para>
      <para>- € 5.000,00 per 15 februari 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- € 5.000,00 per 15 maart 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- € 5.000,00 per 15 april 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- € 5.000,00 per 15 mei 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- € 5.000,00 per 15 juni 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- € 4.220,37 per 15 juli 2019, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2019 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om binnen een week na betekening van dit vonnis haar bankafschriften en debiteurenoverzichten over de periode 6 september 2018 tot en met heden te uploaden naar het platform van Togather;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om aan Channel een dwangsom te betalen van € 100,00 voor ieder(e) dag of dagdeel dat zij niet aan de in 5.3 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om vanaf heden tot 12 december 2019 wekelijks bankafschriften en debiteurenoverzichten te uploaden naar het platform van Togather, voor het eerst binnen een week na betekening van dit vonnis en vervolgens telkens uiterlijk een week later;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm om aan Channel een dwangsom te betalen van € 100,00 voor ieder(e) dag of dagdeel dat zij niet aan de in 5.5 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>veroordeelt Payroll Firm in de proceskosten, aan de zijde van Channel tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 2.894,12;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Los en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2019 in tegenwoordigheid van mr. S. Ambachtsheer.<footnote-ref linkend="_7d0d3aba-a915-4282-a2e0-357fded2e3bd" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7d0d3aba-a915-4282-a2e0-357fded2e3bd" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll: 613.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>