<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2019:3264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-24T13:37:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 19/2416</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:3264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:3264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-24T13:34:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2019:3264 Rechtbank Noord-Nederland , 22-07-2019 / LEE 19/2416</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2019:3264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De burgemeester sluit op basis van artikel 13b van de Opiumwet een woning. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester (vooralsnog) niet inzichtelijk heeft gemaakt dat in de woning in drugs wordt gehandeld en schorst na afweging van de betrokken belangen de sluiting van de woning.  Het belang van het woonrecht acht de voorzieningenrechter in dit geval zwaarder wegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2019:3264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 19/2416</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juli 2019 in de zaak tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoekster], </emphasis>wonende te [plaats], verzoekster</para>
        <para>(gemachtigde: mr. R.N. van der Ham),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van de gemeente Emmen, verweerder</title>
    <para>(gemachtigden: J. de Boer en G.J.W.E. Wilms).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bestreden besluit</title>
    <para>Het besluit van 8 juli 2019 waarbij verweerder de woning van verzoekster aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning) met ingang van 15 juli 2019 voor de duur van drie maanden heeft gesloten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para>Het verzoek is ter zitting behandeld op 22 juli 2019. Verzoekster is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M. Schlepers, die mr. Van der Ham voor deze zitting vervangt. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schorst het besluit van 8 juli 2019 tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat wanneer binnen die termijn opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is ingediend, de schorsing doorloopt totdat de voorzieningenrechter op dat verzoek heeft beslist;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 174,00 aan haar vergoedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van           € 1.024,00. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter ziet zich eerst gesteld voor de vraag of verweerder bevoegd is de woning te sluiten. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester hiertoe bevoegd indien in de woning sprake is van handel in drugs.</para>
        <para>De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit niet duidelijk heeft uitgelegd dat in de woning gehandeld wordt in drugs. In het verweerschrift is namelijk aangegeven dat in de woning op 3 juli 2019 geen handelsvoorraad drugs is aangetroffen. Op de zitting heeft verweerder ook niet nader inzichtelijk gemaakt waarom hij vindt dat er in de woning gehandeld wordt in drugs. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Niet uitgesloten is dat verweerder dit motiveringsgebrek in bezwaar kan herstellen. Daar sluiting een ingrijpend middel is en een bewoner in beginsel recht heeft op ongestoord genot van de woning, maakt de voorzieningenrechter een belangenafweging. Die afweging valt, gelet op het belang van haar woonrecht, in het voordeel van verzoekster uit. Daarom schorst de voorzieningenrechter, gelet op de betrokken belangen, het bestreden besluit, zoals nader in de beslissing is bepaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B.M. van der Doef als griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier	         	                                                                                      voorzieningenrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>