<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:5506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-18T11:50:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/187918 / PR RK 18-355</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5506">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-18T11:50:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:5506 Rechtbank Noord-Nederland , 30-11-2018 / C/18/187918 / PR RK 18-355</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5506:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wraking, wegens eerdere beslissingen in andere procedures. </para>
        <para>Verzoek afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5506:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9fec2f55-cd91-4655-8ebc-151b3f97c7f8" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="797f3c8d-ad85-40cd-9bcb-4299637b2dfe" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">beslissing</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/18/187918 / PR RK 18-355</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum beslissing: 30 november 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>verzoeker, hierna [verzoeker] te noemen,</para>
      <para>in persoon procederende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft bij brief van 26 oktober 2018 mr. C.H. de Groot (hierna:                         mr. De Groot) als rechter in deze rechtbank in de zaak met het zaaknummer LEE 18/373 gewraakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 5 november 2018 heeft mr. De Groot kenbaar gemaakt dat hij niet in het wrakingsverzoek berust.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 20 november 2018 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld door mr. P.G. Wijtsma, voorzitter, en mrs. P. Molema en S. Dijkstra, leden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is ter zitting verschenen. Mr. De Groot is niet ter zitting verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat deze beslissing vandaag wordt uitgesproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:15 e.v. van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij wordt rekening gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek heeft [verzoeker] aangevoerd dat hij in de zaak met nummer LEE 18/2892 (die door mr. De Groot is behandeld en waarin uitspraak is gedaan) een verweerschrift met een vermeerdering van eis (hierna: verweerschrift) heeft ingediend en dat dit verweerschrift ten onrechte niet is betrokken bij de beoordeling van die zaak. Dit verweerschrift heeft, aldus [verzoeker] , ook betrekking op de zaak LEE 18/373. Het feit dat op het verweerschrift in de zaak met nummer LEE 18/2829 geen acht is geslagen brengt volgens [verzoeker] een gegronde vrees voor vooringenomenheid en partijdigheid van mr. De Groot mee in de zaak met nummer LEE 18/373. De rechtbank overweegt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voor zover moet worden aangenomen dat, zoals [verzoeker] stelt, er een fout is gemaakt bij de beoordeling van de zaak met nummer LEE 18/292 in die zin dat het verweerschrift niet bij de beoordeling is betrokken, kan daaruit naar het oordeel van de rechtbank geen gebrek aan onpartijdigheid worden afgeleid in de zaak met nummer             LEE 18/373. Gelet op het uitgangspunt dat de rechter wordt geacht onpartijdig te zijn, is met de gestelde fout niet gegeven dat sprake is van een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter. [verzoeker] stelt geen feiten op grond waarvan dat toch moet worden aangenomen. De gestelde fout in zaak met nummer LEE 18/2892 kan dan ook niet meebrengen dat sprake is van een aantasting van de onpartijdigheid in zaak met nummer LEE 18/373. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot wraking van mr. De Groot af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de hoofdzaak met het zaaknummer LEE 18/373 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan [verzoeker] , mr. De Groot en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.G. Wijtsma, voorzitter, en mrs. P. Molema en                  S. Dijkstra, leden, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: 29815</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>