<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:5360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T16:40:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/730036-17 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5360">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-27T12:11:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:5360 Rechtbank Noord-Nederland , 27-12-2018 / 18/730036-17 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5360:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel € 379.877,13. Verduistering van pgb-gelden. De rechtbank verwerpt het draagkrachtverweer van de raadsvrouw.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5360:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/730036-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer d.d. 27 december 2018 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>veroordeelde,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft d.d. 18 januari 2018 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 379.877,13 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/730036-17 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      <para>De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van </para>
      <para>13 december 2018. De officier van justitie, veroordeelde en zijn raadsvouw mr. A.L. van Onna, zijn op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para>De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het volgende bewijsmiddel:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het rapport "Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art 36e 2e lid Sr", d.d. 3 januari 2016, bijgevoegd als los proces-verbaal bij het dossier Nephele van Politie Noord-Nederland met onderzoeksnummer NN1R015058 d.d. 3 januari 2017, inhoudend het relaas van verbalisant.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat moet worden verminderd met € 2.280,-, nu de werkelijke kosten van begeleiding aan [slachtoffer 1] (feit 3) hoger zijn gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] . De raadsvrouw heeft voorts betoogd dat de betalingsverplichting dient te worden gematigd, nu de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen. Gelet op de leeftijd van veroordeelde, zijn maandelijkse pensioeninkomsten, zijn schuldenlast en het feit dat hij een huurwoning heeft en verder geen goederen van waarde bezit, kan gesteld worden dat de financiële omstandigheden van veroordeelde niet zullen verbeteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 27 december 2018 in de zaak met parketnummer 18/730036-17 veroordeeld ter zake van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van die door hem gepleegde strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt voornoemd rapport als uitgangspunt voor de berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van voormelde strafbare feiten wordt geschat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 2.280,- in mindering dient te worden gebracht op het geschatte voordeel ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 1] . De raadsvrouw heeft aangevoerd dat dit bedrag ziet op de niet-berekende begeleidingsuren van veroordeelde in de jaren 2012 en 2013. Nu blijkens het rapport de facturen ten aanzien van begeleidingsuren in deze jaren ad € 3.990,- wel zijn opgenomen in de berekening, verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank komt tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (feit 1)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totaal ontvangsten			: € 475.928,84 +</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totaal uitgaven				: € 145.432,01 -</emphasis>
      </para>
      <para>Verschil				: <emphasis role="bold">€ 330.496,83</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Contante ontvangsten			: € 950,00 +</para>
      <para>Contante uitgaven 			: € 250,00 -</para>
      <para>Stelpost begeleiding [slachtoffer 2]		: € 19.440,00 -</para>
      <para>Stelpost begeleiding [slachtoffer 3]		: € 1.350,00 -</para>
      <para>PGB administratie			: € 6.728,19 -</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">PGB administratie			: € 1.269,05 -</emphasis>
      </para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 	: <emphasis role="bold">€ 302.409,59</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [slachtoffer 4] (feit 2)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totaal ontvangsten			: € 137.296,34 +</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totaal uitgaven				: € 80.105,63 -</emphasis>
      </para>
      <para>Verschil				: <emphasis role="bold">€ 57.190,71</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PGB administratie			: € 1.790,02 -</para>
      <para>Contante uitgaven			: € 2.100,00 -</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelpost begeleiding			: € 12.150,00 -</emphasis>
      </para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 	: <emphasis role="bold">€ 41.150,69</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [slachtoffer 1] (feit 3)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totaal ontvangsten 			: € 41.812,80 +</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totaal uitgaven 			: € 6.939,30 -</emphasis>
      </para>
      <para>Verschil				: <emphasis role="bold">€ 34.873,50</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>PGB administratie			: € 833,56 -</para>
      <para>Contante uitgaven			: € 725,00 -</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelpost begeleiding			: € 1.320,00 -</emphasis>
      </para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 	: <emphasis role="bold">€ 31.994,94</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [slachtoffer 5] (feit 4)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totaal ontvangsten 			: € 11.311,24 +</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totaal uitgaven 			: € 5.426,80 -</emphasis>
      </para>
      <para>Verschil 				: <emphasis role="bold">€ 5.884,44</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>PGB administratie 			: € 707,53 -</para>
      <para>Contante uitgaven 			: € 375,00 -</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelpost begeleiding 			: € 480,00 -</emphasis>
      </para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 	: <emphasis role="bold">€ 4.321,91 </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde € 379.877,13 voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de voet van het bepaalde in artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering, komt de draagkracht in beginsel eerst in de executiefase aan de orde. Uitsluitend in die gevallen waarin vooraf al vaststaat dat veroordeelde ook in de toekomst in het geheel niet zal kunnen betalen, kan de rechter gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid. Nu niet aannemelijk is geworden dat ten aanzien van veroordeelde sprake is van een dergelijke situatie, verwerpt de rechtbank het gevoerde draagkrachtverweer. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat eerst in de executiefase een volledig onderzoek naar de vermogenstoestand van veroordeelde plaats dient te vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 379.877,13.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt [veroordeelde] voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 379.877,13 (zegge: driehonderdnegenenzeventigduizend achthonderdzevenenzeventig euro en dertien eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. J. Edgar en </para>
      <para>mr. W.S. Sikkema rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 december 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>