<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-16T10:29:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C17/158888 / KG RK 18/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:524">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-16T10:29:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:524 Rechtbank Noord-Nederland , 02-02-2018 / C17/158888 / KG RK 18/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:524:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wraking alle rechter-commissarissen.</para>
        <para>Verzoek is afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:524:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d0846dfb-7261-420d-9a41-7bb2526aeaff" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9c176f7f-5969-4724-9f20-2c9d6c84daaf" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C17/158888 / KG RK 18/1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de wrakingskamer van 2 februari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>verzoeker tot wraking,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking van <emphasis role="bold">alle rechter-commissarissen (inclusief mr. H.J. Idzenga) van de sector privaatrecht, afdeling insolventie, van de rechtbank Noord-Nederland</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop, de feiten en standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (WSNP). Mr. Idzenga is benoemd tot rechter-commissaris in deze schuldsaneringsregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 12 december 2017 heeft [verzoeker] een verzoek tot wraking van </para>
        <para>mr. Idzenga gedaan. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek tegen </para>
        <para>mr. Idzenga is gepland op 8 januari 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 21 december 2017 heeft een medewerker van de rechtbank Noord-Nederland, onderdeel Insolventie, aan [verzoeker] het volgende bericht gestuurd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen uw schuldsaneringsregeling te beëindigen. De behandeling is vastgesteld op 9 januari 2018.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De behandelingszitting wordt schriftelijk afgehandeld door de rechtbank.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U hoeft dus niet te verschijnen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewindvoerder is tevens op de hoogte gesteld"</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van voornoemde brief heeft [verzoeker] bij faxbericht van </para>
        <para>29 december 2017 een verzoek tot wraking van alle rechter-commissarissen van de sector privaatrecht, afdeling insolventie, van de rechtbank Noord-Nederland ingediend. </para>
        <para>
          [verzoeker] heeft aan het wrakingsverzoek het volgende - kort gezegd - ten grondslag gelegd. De zaak waarin mr. Idzenga als rechter-commissaris is betrokken, is als gevolg van het tegen hem ingediende wrakingsverzoek van rechtswege geschorst en het is niet mogelijk dat hangende deze wrakingsprocedure - waarin [verzoeker] nog niet eens zijn mondelinge standpunt naar voren heeft kunnen brengen - een 'onbekende rechter-commissaris' aan de rechtbank adviseert om de schuldsaneringsregeling te beëindigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 2 januari 2018 heeft een medewerker van de rechtbank aan [verzoeker] medegedeeld dat de pro-forma beëindigingszitting die gepland stond voor 9 januari 2018 zal worden uitgesteld en dat de mededeling van 21 december 2017 komt te vervallen. </para>
        <para>
          [verzoeker] heeft hierin geen aanleiding gezien zijn wrakingsverzoek in te trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 12 januari 2018, ingekomen ter griffie op 16 januari 2018, heeft </para>
        <para>mr. Idzenga de volgende reactie op het wrakingsverzoek aan de wrakingskamer gezonden:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien het ongelukkige feit dat er na het indienen van het wrakingsverzoek door de heer [verzoeker] een advies op mijn naam is uitgegaan met als inhoud dat de heer [verzoeker] de schone lei kan krijgen, is de conclusie dat het advies onbevoegd is uitgegaan. Dat betekent dat dit specifieke advies wordt geannuleerd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wanneer de wrakingskamer uitspraak heeft gedaan, zal de Wsnp-zaak van de heer [verzoeker] weer worden opgepakt in het stadium waarin deze zich bevond ten tijde van de wraking.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangezien de inhoudelijke looptijd reeds is verstreken en de verificatievergadering al heeft plaatsgevonden resteert er alsdan voor wat betreft de werkzaamheden van de rechter commissaris in deze zaak in beginsel enkel nog de beoordeling of een schone lei moet worden gegeven. Dit is gezien de bepalingen van de Faillissementswet de noodzakelijke volgorde voor alle Wsnp-zaken waarin de looptijd ten einde is. Of ikzelf als rechter-commissaris die beoordeling te zijner tijd zal doen dan wel een andere rechter-commissaris, hangt af van de uitkomst van de wrakingsprocedure.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Bij brief van 24 januari 2018 heeft [verzoeker] laten weten zijn wrakingsverzoek tegen alle rechter-commissarissen (inclusief rechter-commissaris mr. Idzenga) voort te willen zetten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Wraking van een rechter is alleen mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de onderhavige schuldsaneringsregeling ten behoeve van [verzoeker] is mr. Idzenga als rechter-commissaris benoemd. Uit de door mr. Idzenga gegeven - en hiervoor onder 1.6. aangehaalde - reactie kan worden afgeleid dat de brief van 21 december 2017 uit zijn naam is uitgegaan. Er was op dat moment geen andere rechter-commissaris betrokken bij de schuldsaneringsregeling. Een wrakingsverzoek dient betrekking te hebben op de met de behandeling van de zaak belaste rechter. Dit betekent dat het verzoek tot wraking - voor zover gericht tegen alle (andere) rechter-commissarissen (dan mr. Idzenga) - kennelijk niet-ontvankelijk is (als bedoeld in artikel 9.1 sub d van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover het wrakingsverzoek (opnieuw) is gericht tegen mr. Idzenga is dit eveneens kennelijk niet-ontvankelijk. Aan het verzoek zijn namelijk dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd als aan het eerdere verzoek tot wraking van </para>
        <para>mr. Idzenga, waarop inmiddels op 19 januari 2018 door de wrakingskamer is beslist (artikel 9.1 voornoemd sub e). De wrakingskamer verwijst kortheidshalve naar rechtsoverweging 2.9 uit die beslissing. [verzoeker] heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden voorgedragen die pas na zijn eerdere verzoek bekend zijn geworden en die thans een ander licht op de zaak kunnen werpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer ziet gelet op het vorenstaande aanleiding om het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting aanstonds af te wijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- wijst het verzoek tot wraking af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gewezen door mr. C.M. Telman, mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en </para>
        <para>mr. W.S. Sikkema, en is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>