<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:5114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:47:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6877398</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2019/39</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5114">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-20T14:35:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:5114 Rechtbank Noord-Nederland , 28-11-2018 / 6877398</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5114:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schending waarheidsplicht, artikel 21 Rv Niet-ontvankelijk verklaard</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:5114:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Locatie Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer: 6877398 / CV EXPL  18-2423</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van comparitie na antwoord van 28 november 2018, tevens houdende mondeling vonnis ex artikel 30p Rv,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">CHIPSAWAY B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage, </para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie, </para>
      <para>hierna te noemen: ChipsAway,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde eisende partij] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, voorheen handelend onder de naam ChipsAway Assen,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H. Kolenbrander.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge het vonnis van de kantonrechter van 3 juli 2018 en vindt plaats ten overstaan van mr. E.W. van Weringh, kantonrechter, bijgestaan door mr. M. Stoffels als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <para>- dhr. [X] , namens ChipsAway;</para>
    <para>- [gemachtigde eisende partij] ;</para>
    <para>- dhr. [gedaagde] , voornoemd, en</para>
    <para>- mr. J.H. Kolenbrander, voornoemd.</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het mondeling vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De overwegingen in conventie</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat vast is komen te staan dat ChipsAway, hoewel met het verweer van [gedaagde] bekend, in haar dagvaarding niet dit verweer, inhoudende dat [gedaagde] de franchiseovereenkomst ontbonden heeft, opgenomen heeft. Daarmee heeft ChipsAway niet alleen haar substantiëringsplicht maar vooral de waarheidsplicht van artikel 21 Rv geschonden. De kantonrechter acht laatstgenoemde schending dusdanig ernstig dat ChipsAway niet meer in haar vordering ontvangen kan worden. Immers, heeft zij door haar handelen de kans laten ontstaan dat bij een niet verschijnen van de wederpartij de kantonrechter de vordering zou toewijzen op grond van onvolledige en onjuiste informatie. ChipsAway zal daarom in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>ChipsAway zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 350,- (2 punten x € 175,- conform het liquidatietarief) aan salaris gemachtigde. Tevens zal zij in de nakosten worden veroordeeld conform het liquidatietarief begroot op een bedrag van € 87,50 aan salaris gemachtigde. De door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente over de proces- en nakosten wordt eveneens toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De overwegingen in reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat nu de vordering in conventie van tafel is, hij niet meer de vordering in reconventie kan behandelen en daarop kan beslissen op de voet van artikel 97 Rv, omdat er geen samenhang meer is met een vordering in conventie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het risico van tegenstrijdige uitspraken waar [gedaagde] zich op beroept is er naar het oordeel van de kantonrechter niet, nu het vertrekpunt is dat de vordering (in conventie) van ChipsAway van tafel is. De bedoeling van de wetgever is dat waardevorderingen boven de <?linebreak?>€ 25.000,- behandeld worden door de handelskamer van de rechtbank. Terzijde merkt de kantonrechter nog op dat ook als hij de zaak in reconventie wel zou behandelen, meer rechters naar de zaak moeten kijken. Als ChipsAway haar vordering al opnieuw aanbrengt, zal immers al vonnis zijn gewezen in de reconventionele zaak voordat de nieuw aangebrachte zaak in staat van wijzen is. De kantonrechter die dit vonnis wijst, zal dan niet vrijstaan in de nieuwe zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De zaak zal daarom naar de handelskamer van de afdeling Privaatrecht van deze rechtbank worden verwezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart ChipsAway in haar vordering niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt ChipsAway in de proceskosten van [gedaagde] , tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 350,-, alsmede tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 87,50 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proces- en nakosten met ingang vanaf veertien dagen na ontvangst van dit proces-verbaal tot aan de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de handelskamer, afdeling Privaatrecht, van deze rechtbank op woensdag <emphasis role="bold">19 december 2018</emphasis> voor het stellen van advocaten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat na verwijzing mogelijk griffierecht verschuldigd is;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter sluit de zitting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,	</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier,						de kantonrechter,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>