<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:4310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-25T12:44:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/830425-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:4310">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:4310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-25T12:39:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:4310 Rechtbank Noord-Nederland , 19-10-2018 / 18/830425-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:4310:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Noordelijke Fraudekamer (NFK). Onderzoek Eudora (voorloper van onderzoek Chryseis). Telefonische acquisitiefraude. De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplegen van gewoontewitwassen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.</para>
        <para>Verdachte heeft zijn bankrekening ter beschikking gesteld voor geld dat van misdrijf afkomstig is. Vervolgens heeft hij samen met een ander meerdere malen het van misdrijf afkomstige geld gepind en overgedragen. Verdachte heeft bewust de ogen gesloten en de zeer reële mogelijkheid dat het geld uit misdrijf afkomstig was, aanvaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:4310:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para />
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/830425-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [straatnaam], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van </para>
      <para>10 september 2018 en 8 oktober 2018.</para>
      <para>Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.</para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode</para>
      <para>van 1 september 2013 tot en met 1 februari 2014, te</para>
      <para>Scharendijke en/of Reek en/of Voorst en/of Haulerwijk en/of Tubbergen en/of</para>
      <para>Enter en/of Beilen en/of Hoogeveen, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>meermalen (op verschillende tijdstippen), althans eenmaal, (telkens)</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),  althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(van) een of meer voorwerp(en), te weten</para>
      <para>(telkens) een hoeveelheid geld, zijnde (in totaal) 32.166,18 euro,</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid geld,</para>
      <para>heeft verworven en/of voorhanden gehad (op een of meer bankrekeningen ter</para>
      <para>beschikking van verdachte) en/of overgedragen (aan [medeverdachte 2]) en/of omgezet</para>
      <para>(door besteding anderszins),</para>
      <para>althans gebruik heeft gemaakt,</para>
      <para>terwijl hij wist, althans redeljkerwijs moest vermoeden, dat dat/die</para>
      <para>voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig</para>
      <para>was/waren uit enig misdrijf,</para>
      <para>en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling voor het impliciet primair ten laste gelegde opzetwitwassen gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is een onderdeel van het resultaat van het onderzoek Eudora, een onderzoek uit 2014 naar acquisitiefraude. Het dossier bevat zeven aangiftes uit het hele land van (pogingen tot) oplichting. Aangevers hebben verklaard dat zij zijn gebeld door een man die hen onder valse voorwendselen heeft bewogen of proberen te bewegen tot het overboeken van geld via internetbankieren. Vier aangevers hebben op instructie van de man tijdens de telefoongesprekken daadwerkelijk geld overgeboekt, in totaal ongeveer 32.000 euro. Uit het onderzoek is gebleken dat de bankrekeningen waarop de gelden zijn overgeboekt, op naam stonden van verdachte [verdachte]. Medeverdachte [medeverdachte 1] is in beeld gekomen bij de politie door de verklaring van verdachte [verdachte] dat zij samen de gestorte gelden hebben opgenomen en overgedragen aan een ander. [verdachte] en [medeverdachte 1] worden ervan verdacht samen met een ander of anderen geld te hebben witgewassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het impliciet primair ten laste gelegde, te weten het medeplegen van gewoontewitwassen, wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier bevinden zich de aangiftes van oplichting van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].<footnote-ref linkend="_374c99d0-d923-420f-8d15-188de6f00d29" /> Uit deze aangiftes blijkt dat de aangevers zijn gebeld door een man die zich voordeed als een medewerker van een advocatenkantoor, een (justitieel) incassobureau of een gerechtsdeurwaarderskantoor, die vertelde dat zij direct een nog een openstaande rekening van de telefoongids of bedrijvengids moesten betalen. De aangevers hebben onder die valse voorwendselen geld overgemaakt op betaalrekeningen die, zo bleek later, op naam stonden van verdachte [verdachte]. De rechtbank acht op grond hiervan bewezen dat de van aangevers afkomstige geldbedragen op de betaalrekeningen van [verdachte], van oplichting afkomstig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij door verdachte [medeverdachte 1] is benaderd met de vraag of hij zijn bankrekening ter beschikking wilde stellen voor een bedrijf dat zich bezighield met de verkoop van internetreclame, zodat op zijn bankrekening geld kon worden gestort.<footnote-ref linkend="_e0d986da-4a90-4401-9a5d-1712e6982c63" /> [verdachte] en [medeverdachte 1] zouden ieder 10% van het gestorte bedrag krijgen.<footnote-ref linkend="_4b66a985-cc89-4f54-bb2b-dba256e212ac" /> [verdachte] heeft gehoor gegeven aan dit verzoek en zijn bankrekeningnummer aan [medeverdachte 1] gegeven.<footnote-ref linkend="_9061dad8-85b4-46ab-9498-15531be07997" /> [verdachte] heeft tevens verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] het door de aangevers gestorte geld heeft gepind bij pinautomaten in Assen, Beilen en Hoogeveen, dat [medeverdachte 1] en zij daarvoor een beloning van 10% hebben ontvangen en dat zij samen het geldbedrag minus de beloning hebben overgedragen aan een persoon die [medeverdachte 1] ‘[naam]’ noemt.<footnote-ref linkend="_a92555f3-c798-4922-80e0-697203d38f24" /></para>
      <para>Deze verklaring strookt met de verklaring van [medeverdachte 1] dat zij met [verdachte] op pad is geweest naar Assen, Beilen en Hoogeveen toen hij contant geld moest wegbrengen<footnote-ref linkend="_58406a0b-ba50-47d8-8270-1a10dee0bd16" /> en met haar verklaring dat een persoon die zij ‘[naam]’ noemt – en die zij herkent van een foto waarop verdachte [medeverdachte 2] is afgebeeld<footnote-ref linkend="_5753b2e2-d032-4a21-b931-46c817d69e28" /> – een keer geld van haar heeft aangenomen.<footnote-ref linkend="_146caf09-bfe1-4e72-b502-b5c4fb44cdb3" /> [verdachte] heeft verder verklaard dat [medeverdachte 1] werd gebeld door ‘[naam]’ als ze “aan de gang gingen”. Als er geld werd overgemaakt, belde [medeverdachte 1] naar [verdachte]. [verdachte] hield dan de bankrekening in de gaten en als het geld werd overgemaakt, pinde hij dat samen met [medeverdachte 1]. Bij de eerste geldoverdracht, bij het treinstation in Hoogeveen, heeft [medeverdachte 1] vanuit de auto door een geopend raam een envelop met geld afgegeven aan ‘[naam]’.<footnote-ref linkend="_3a98c64e-3976-419b-b541-49097661f7ea" /> Bij de tweede geldoverdracht, die plaatsvond bij de McDonalds in Assen, is een oom van ‘[naam]’ achterin de auto bij [verdachte] en [medeverdachte 1] gestapt en heeft [medeverdachte 1] de envelop met geld aan die oom gegeven, waarna deze direct is weggegaan. Bij de derde geldoverdracht zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] naar het casino in Beilen gegaan. Eerst heeft [verdachte] in het casino 2.500 euro gepind<footnote-ref linkend="_72f2e5c0-79ee-4cae-9b27-02357cd15736" />, waarna [medeverdachte 1] en [verdachte] naar buiten zijn gelopen. Daar heeft [medeverdachte 1] bij [naam] in de auto op de parkeerplaats bij het casino het geld aan hem overhandigd.<footnote-ref linkend="_1d906e0e-d0f2-4aa0-bec5-e19d161436c1" /> Vervolgens is ‘[naam]’ met de auto vertrokken en zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in een auto vertrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op basis van het voorgaande bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het door de aangevers gestorte geld in contanten samen hebben opgenomen bij verschillende pinautomaten en dat zij dit geld – minus een beloning – samen hebben weggebracht en overgedragen aan verdachte [medeverdachte 2]. Om dit te bewerkstelligen hebben zij diverse keren onderling contact met elkaar gehad en met [medeverdachte 2] afspraken gemaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bewust en nauw hebben samengewerkt bij het verwerven, het voorhanden hebben en het overdragen van het met oplichting verkregen geld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over de vraag of verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld van misdrijf afkomstig was, overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft zijn bankrekeningnummer ter beschikking gesteld aan iemand die tegen hem zei dat dit was bedoeld voor een bedrijf dat zich bezighoudt met internetreclame, zonder dat verdachte verder iets afwist van dit bedrijf. Tevens heeft verdachte voor het enkel beschikbaar stellen van zijn bankrekening een beloning ontvangen, zonder dat hij daarvoor werkzaamheden heeft verricht. Daarnaast heeft verdachte samen met [medeverdachte 1] op openbare parkeerplaatsen, geld in een envelop afgegeven aan een man die hij niet kende, onder andere via een geopend raam vanuit een auto. Bovendien heeft verdachte [verdachte] verklaard dat hij het geld nodig had, dat hij niet teveel wilde nadenken over de manier waarop en dat het erg dom van hem was wat hij heeft gedaan.<footnote-ref linkend="_5caf62c6-d474-4762-b2e5-7af6c03d2ffd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op deze bijzondere omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte bewust de ogen heeft gesloten en de zeer reële mogelijkheid dat het geld uit misdrijf afkomstig was, heeft aanvaard. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte wist dat het geld van misdrijf afkomstig was. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het impliciet primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2013 tot en met </para>
      <para>1 februari 2014, in Nederland, meermalen op verschillende tijdstippen, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten telkens een hoeveelheid geld, heeft verworven en voorhanden gehad op bankrekeningen ter beschikking van verdachte en/of overgedragen (aan [medeverdachte 2]) terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk </para>
      <para>- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>impliciet primair: medeplegen van gewoontewitwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het impliciet primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis indien de werkstraf niet (naar behoren) wordt uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van geldbedragen. Hij heeft zijn bankrekening ter beschikking gesteld voor geld dat van misdrijf afkomstig is. Vervolgens heeft hij samen met een ander meerdere malen het van misdrijf afkomstige geld gepind en overgedragen. Hierbij heeft hij zich kennelijk laten leiden door snel en eenvoudig financieel gewin, zonder daarbij rekening te houden met de schadelijke gevolgen voor anderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het in omloop zijn van witwasgelden heeft een sterk corrumperende werking en faciliteert veelal ander strafbaar handelen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. Echter, wegens het ruime tijdsverloop van de strafprocedure en het feit dat de bewezenverklaarde feiten meer dan vier jaren geleden zijn gepleegd zal de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het impliciet primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze gevangenisstraf, <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en </para>
      <para>mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2018.</para>
      <para>Mrs. H.H.A. Fransen en M.T. Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_374c99d0-d923-420f-8d15-188de6f00d29" label="1">
    <para> Aangifte zaak 2, [slachtoffer 1], pagina 30 e.v. dossier Eudora;</para>
    <para>Aangifte zaak 4, [slachtoffer 2], pagina 77 e.v. dossier Eudora;</para>
    <para>Aangifte zaak 5, [slachtoffer 3], pagina 101 e.v. dossier Eudora;</para>
    <para>Aangifte zaak 7, [slachtoffer 4], pagina 171 e.v. dossier Eudora.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0d986da-4a90-4401-9a5d-1712e6982c63" label="2">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 296.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b66a985-cc89-4f54-bb2b-dba256e212ac" label="3">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 297.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9061dad8-85b4-46ab-9498-15531be07997" label="4">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 298.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a92555f3-c798-4922-80e0-697203d38f24" label="5">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 297-299.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58406a0b-ba50-47d8-8270-1a10dee0bd16" label="6">
    <para> Verklaring verdachte [medeverdachte 1], pagina 369 dossier Eudora.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5753b2e2-d032-4a21-b931-46c817d69e28" label="7">
    <para> Verklaring [medeverdachte 1], pagina 418 dossier Eudora. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_146caf09-bfe1-4e72-b502-b5c4fb44cdb3" label="8">
    <para> Verklaring verdachte [medeverdachte 1], pagina 376 dossier Eudora.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a98c64e-3976-419b-b541-49097661f7ea" label="9">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 300.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72f2e5c0-79ee-4cae-9b27-02357cd15736" label="10">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 300.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d906e0e-d0f2-4aa0-bec5-e19d161436c1" label="11">
    <para> Verklaring verdachte [verdachte], pagina 301.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5caf62c6-d474-4762-b2e5-7af6c03d2ffd" label="12">
    <para> Verklaring [verdachte], pagina 304 dossier Eudora.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>