<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:4308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-25T12:15:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/830438-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:4308">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:4308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-25T12:06:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:4308 Rechtbank Noord-Nederland , 19-10-2018 / 18/830438-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:4308:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Noordelijke Fraudekamer (NFK). Onderzoek Chryseis. Telefonische acquisitiefraude. De rechtbank veroordeelt verdachte voor witwassen tot een taakstraf van 120 uren.</para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van 8.500 euro en 1.250 euro. Hij heeft geregeld dat twee bankrekeningen van anderen ter beschikking werden gesteld, zodat daarop crimineel geld kon worden gestort. Verdachte heeft dit criminele geld voorhanden gehad doordat hij een deel ervan zelf heeft gepind en doordat hij een ander deel voor hem van de bankrekening heeft laten pinnen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:4308:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para />
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/830438-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 oktober 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [straatnaam], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van </para>
      <para>14 september 2018 en 8 oktober 2018.</para>
      <para>Verdachte is op 14 september 2018 niet verschenen; wel verschenen is als gemachtigd raadsman mr. W.G. ten Have, advocaat te Winschoten. </para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 21 december 2015, althans in december 2015,</para>
      <para>te Groningen en/of Winschoten en/of elders in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,</para>
      <para>(van) een voorwerp, te weten</para>
      <para>(in totaal) 8500 euro (aangifte [slachtoffer], bankrekening [medeverdachte 1]), en/of</para>
      <para>(in totaal) 1250 euro (aangifte idem, bankrekening [medeverdachte 2])</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid geld,</para>
      <para>heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet,</para>
      <para>althans gebruik heeft gemaakt,</para>
      <para>terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp</para>
      <para>geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig</para>
      <para>misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling voor het impliciet primair ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door hem verkregen geld uit misdrijf afkomstig was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte enkel een vergoeding heeft ontvangen voor het vervoeren van de medeverdachten. In die zin was hij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Verdachte heeft echter niet gepind en heeft geen geld ontvangen van medeverdachten [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1]. Als verdachte dan ook al iets te verwijten valt, dan is zijn bijdrage zeer gering geweest.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is een onderdeel van het resultaat van het onderzoek Chryseis, een onderzoek naar grootschalige acquisitiefraude gepleegd binnen heel Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek waren de onderzoeken Archird en Eudora, waarbij laatstgenoemde ook was gericht op acquisitiefraude en waarin verdachte [medeverdachte 3], de hoofdverdachte in het onderzoek Chryseis, in beeld kwam bij de politie. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op de activiteiten van deze hoofdverdachte op het gebied van acquisitiefraude. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dossier bevat meer dan vijftig aangiftes uit het hele land (en een aangifte uit België) van (pogingen tot) oplichting. Aangevers verklaren dat zij zijn gebeld door een man die hen onder valse voorwendselen heeft bewogen tot het overboeken van geld via internetbankieren. Uit de aangiftes blijkt dat de man in veel gevallen een soortgelijke werkwijze hanteerde en aan de aangevers een vergelijkbaar verhaal vertelde. Hij nam daarbij een valse naam en hoedanigheid aan om het vertrouwen van de aangevers te winnen. Veel aangevers hebben op instructie van de man tijdens de telefoongesprekken duizenden euro’s overgeboekt. In enkele gevallen wist de bank te voorkomen dat het geld in handen van de dader(s) belandde, maar in de meeste gevallen werden de geldbedragen direct na de overboeking bij een pinautomaat gepind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Binnen het onderzoek zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt. Volgens het politieonderzoek hebben zij – in meer of mindere mate – met elkaar samengewerkt en daarbij een rol vervuld als oplichter, opdrachtgever, tussenpersoon of katvanger in die zin dat zij hun bankrekening en/of bankpas met pincode ter beschikking hebben gesteld. Verdachte [verdachte] wordt ervan verdacht in de hoedanigheid van tussenpersoon geld te hebben witgewassen door bankrekeningen en bankpasjes van personen te regelen, waarop de met de oplichting verkregen geldbedragen konden worden gestort en vervolgens konden worden opgenomen, en daarvoor een beloning te ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het impliciet primair ten laste gelegde, opzetwitwassen, wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van heden verdachte [medeverdachte 3] veroordeeld voor (onder meer) oplichting van aangever [slachtoffer]. De rechtbank heeft bewezenverklaard dat [slachtoffer] op </para>
      <para>21 december 2015 door [medeverdachte 3] door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels, is bewogen tot de afgifte van 15.000 euro. Aangever [slachtoffer] heeft blijkens zijn aangifte op 21 december 2015:</para>
      <para>6.000 euro en 2.500 euro overgemaakt naar rekeningnummer [nummer],</para>
      <para>4.000 euro overgemaakt naar rekeningnummer [nummer] en</para>
      <para>2.500 euro overgemaakt naar rekeningnummer [nummer].<footnote-ref linkend="_c3f589b3-001d-4943-ab84-42e7faa26b52" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De bankrekening met nummer [nummer] staat op naam van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij zijn bankpas aan [verdachte] heeft gegeven.<footnote-ref linkend="_704d565f-0cbf-45ac-83cc-7a11261c4ec7" /> Van de rekening van [medeverdachte 2] is op 21 december 2015 in totaal 1.250 euro opgenomen bij geldautomaten in Winschoten en Groningen.<footnote-ref linkend="_f4ed79e1-1946-409a-bee1-1ac3d669e1f0" /> Om 13:51 uur is 640 euro opgenomen bij een geldautomaat van de ABN AMRO aan de Griffeweg in Groningen. Van die transactie zijn de camerabeelden en logrolgegevens opgevraagd en op de beelden is te zien dat [verdachte] een hoeveelheid bankbiljetten uit de geldautomaat haalt.<footnote-ref linkend="_34def06f-2d37-4f63-b0ce-e3eed3f85686" /> Zowel verbalisanten als [verdachte] zelf, herkennen [verdachte] op de camerabeelden van deze pintransactie.<footnote-ref linkend="_b6386f64-2539-411b-807b-8d6f6955ca6f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook [medeverdachte 1] – op wiens bankrekening met rekeningnummer [nummer] aangever [slachtoffer] 8.500 euro heeft overgemaakt – herkent [verdachte] op voornoemde camerabeelden als de persoon die hij [naam 1] of [naam 2] noemt.<footnote-ref linkend="_e2bf7844-135d-4b6c-86a1-a643c9439b1e" /> [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn bankrekeningnummer aan die [naam 1]/[naam 2] heeft gegeven, dat hij op 21 december 2015 bij de pinautomaat van de ABN AMRO in Winschoten om 13:01 uur 4.000 euro heeft opgenomen en dat hij dit geld aan diezelfde [naam 1]/[naam 2], die buiten bij de bank stond te wachten, heeft gegeven. Hij heeft tevens verklaard dat hij 500 euro en 2.000 euro om 13:32 uur en om 13:54 uur heeft gepind en dat hij ook deze bedragen heeft afgegeven aan diezelfde [naam 1]/[naam 2].<footnote-ref linkend="_4771339d-77a9-4c79-8844-6f82f54fafd6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bankrekeningafschriften van de bankrekeningen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat op 21 december 2015 tussen 12:59 uur en 13:54 uur in totaal 8.590 euro van de rekening van [medeverdachte 1] en in totaal 1.250 euro van de rekening van [medeverdachte 2] is gepind in Winschoten en Groningen.<footnote-ref linkend="_54950ab6-002c-4ffd-a204-bdaf448786b9" /> De rechtbank acht gelet op de plaatsen waar en het korte tijdsbestek waarin deze pintransacties hebben plaatsgevonden, bewezen dat [verdachte] niet alleen de door [medeverdachte 1] genoemde bedragen (2.000 euro, 4.000 euro en 500 euro) en de 640 euro van de rekening van [medeverdachte 2] voorhanden heeft gehad, maar alle gepinde geldbedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van [verdachte] dat niet hij, maar [medeverdachte 1] geld zou hebben gepind, acht de rechtbank niet geloofwaardig, gelet op de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en de camerabeelden van de pintransactie van 640 euro waarop [verdachte] door meerdere personen – waaronder door zichzelf – is herkend. Ook zijn verklaring dat hij de bankpas niet van [medeverdachte 2] heeft gekregen, maar dat [medeverdachte 2] in de [bedrijf] in Hoogezand is uitgelegd dat er geld op zijn rekening zou worden gestort en dat [medeverdachte 2] dan geld moest opnemen, waarna [medeverdachte 2] dit daadwerkelijk heeft gedaan, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het dossier biedt geen enkele ondersteuning voor deze verklaring van [verdachte], terwijl [medeverdachte 2] deze stellig ontkent.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft aldus twee personen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], om hun bankrekeningen gevraagd om daar geld op te laten storten. Vervolgens heeft verdachte, kort nadat een voor hem onbekende persoon geldbedragen op die bankrekeningen had gestort, een deel van het gestorte geld in contanten ontvangen van [medeverdachte 1] en met de bankpas van [medeverdachte 2] zelf een ander deel van het gestorte geld gepind. De rechtbank is van oordeel dat voor deze gedragingen geen enkele andere aannemelijke verklaring is, dan dat verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de gestorte en opgenomen geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan opzetwitwassen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht het impliciet primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 21 december 2015, te Groningen en/of Winschoten, voorwerpen, te weten in totaal 8.500 euro en in totaal 1.250 euro, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>impliciet primair: witwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien de werkstraf niet (naar behoren) wordt uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft gepleit voor een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren met een proeftijd van 2 jaren gelet op de zeer geringe bijdrage van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van 8.500 euro en 1.250 euro. Hij heeft geregeld dat twee bankrekeningen van anderen ter beschikking werden gesteld, zodat daarop crimineel geld kon worden gestort. Verdachte heeft dit criminele geld voorhanden gehad doordat hij een deel ervan zelf heeft gepind en doordat hij een ander deel voor hem van de bankrekening heeft laten pinnen. Hierbij heeft hij zich kennelijk enkel laten leiden door snel en eenvoudig financieel gewin, zonder daarbij rekening te houden met de schadelijke gevolgen voor de personen die zijn opgelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het in omloop zijn van witwasgelden heeft een sterk corrumperende werking en faciliteert veelal ander strafbaar handelen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft tevens rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. In strafverminderende zin heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met het tijdsverloop van de strafprocedure. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende acht de rechtbank een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een taakstraf voor de duur van 120 uren.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en </para>
      <para>mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2018.</para>
      <para>Mrs. H.H.A. Fransen en M.T. Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c3f589b3-001d-4943-ab84-42e7faa26b52" label="1">
    <para> A-008, aangifte [slachtoffer], pagina 2766-2768.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_704d565f-0cbf-45ac-83cc-7a11261c4ec7" label="2">
    <para> V-022, verhoor [medeverdachte 2], pagina 3947-3948.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f4ed79e1-1946-409a-bee1-1ac3d669e1f0" label="3">
    <para> Rekeningafschriften rekeningnummer [nummer] t.n.v. [medeverdachte 2], pagina 2786 en 2791.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34def06f-2d37-4f63-b0ce-e3eed3f85686" label="4">
    <para> AH-100, bevindingen m.b.t. logrolgegevens en transacties door [verdachte] met bankpas van [medeverdachte 1], pagina 1427-1428.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6386f64-2539-411b-807b-8d6f6955ca6f" label="5">
    <para> AH-062, bevindingen m.b.t. herkenning [verdachte] van camerabeelden ABN-AMRO,</para>
    <para>pagina 1113-1115; V-023, verhoor [verdachte], pagina 3978.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2bf7844-135d-4b6c-86a1-a643c9439b1e" label="6">
    <para> V-006, verhoor [medeverdachte 1], pagina 3664.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4771339d-77a9-4c79-8844-6f82f54fafd6" label="7">
    <para> V-006, verhoor [medeverdachte 1], pagina 3662-3664.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54950ab6-002c-4ffd-a204-bdaf448786b9" label="8">
    <para> Rekeningafschriften rekeningnummer [nummer] t.n.v. [medeverdachte 1], pagina 2783 en 2785; Rekeningafschriften rekeningnummer [nummer] t.n.v. [medeverdachte 2], pagina 2786.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>