<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:2935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T16:39:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-750041-17 ontnemingsvordering</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=36e&amp;g=2015-01-01">Wetboek van Strafrecht 36e</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:2935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:2935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-26T10:32:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:2935 Rechtbank Noord-Nederland , 12-07-2018 / 18-750041-17 ontnemingsvordering</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:2935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft zes verdachten veroordeeld wegens de handel in cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. De deelnemers aan deze criminele organisatie hadden ieder hun eigen rol volgens de taakverdeling binnen de organisatie. Een verdachte was de leider van de organisatie en was ook de leverancier van de verhandelde harddrugs, zijn partner verrichtte ondersteunende werkzaamheden en de vier medeverdachten verzorgden de daadwerkelijke verstrekking van de cocaïne aan de afnemers. De organisatie voorzag op deze wijze een ruime klantenkring van drugs met tientallen deals per dag. De opgelegde gevangenisstraffen variëren van 14 maanden (waarvan een deel voorwaardelijk) tot 48 maanden. Tevens is wederrechtelijk verkregen voordeel ontnomen variërend van € 6.360,00 tot € 320.068,00.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:2935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 18/750041-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 12 juli 2018 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verdachte] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [woonadres] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in de P.I. Leeuwarden,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 29 mei 2018 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.), wordt geschat, en dat de rechtbank de veroordeelde zal verplichten tot betaling aan de Staat van een bedrag van </para>
      <para>€ 30.200,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit het in de zaak met parketnummer 18/750041-17 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden op de terechtzittingen van 11, 12, 14 en 28 juni 2018. Veroordeelde is op 11, 12 en 14 juni 2018 verschenen, telkens bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A. Çimen, advocaat te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. P.M. van der Spek, heeft ter terechtzitting van 12 juni 2018 gevorderd dat veroordeelde zal worden veroordeeld tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, dat door de officier van justitie wordt geschat op € 30.200,00. </para>
      <para>De berekening is als volgt. De periode van 18 april 2016 tot 1 mei 2017 behelst 378 dagen. Uit observaties en telefoontaps blijkt dat veroordeelde 16 van de 20 dagen in februari 2017 heeft gewerkt hetgeen leidt tot een verdeelsleutel van 16/20. In totaal heeft veroordeelde 302 dagen in cocaïne gehandeld voor € 100,00 per dag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden gematigd tot € 10.800,00. De raadsvrouw maakt geen bezwaar tegen de wijze van berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar voert aan dat veroordeelde zich gedurende slechts 180 dagen schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne. Met toepassing van de verdeelsleutel van 16/20 is dan de conclusie dat verdachte 144 dagen heeft gewerkt. De raadsvrouw bepleit dat gemiddeld € 75,00 per dag is verdiend in plaats van de gestelde € 100,00, gelet op de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para>Met betrekking tot het door veroordeelde verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel gebruikt de rechtbank als bewijsmiddelen:</para>
    <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 12 juli 2018 in de onderliggende strafzaak</para>
    <para>- het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel met bijlagen op pagina 2184 e.v. van het dossier in de strafzaak.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het vonnis van 12 juli 2018.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 12 juli 2018 in de zaak met parketnummer 18/750041-17 onder meer veroordeeld ter zake: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Dit is een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e, derde lid, Sr. kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</emphasis>
      </para>
      <para>Blijkens het vonnis is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde zich vanaf 18 april 2016 tot 23 maart 2017 schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne. Deze periode behelst 339 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de verklaring van veroordeelde, dat hij in de maand september 2017 niet heeft gewerkt vanwege een auto-ongeluk<footnote-ref linkend="_2d8358f3-2aa3-4edd-a75c-f5540dcbc062" />, aannemelijk, waardoor 30 dagen in mindering gebracht worden. De periode waarin veroordeelde zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan het bewezenverklaarde behelst dan ook 309 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts blijkt dat veroordeelde niet op al deze dagen heeft gewerkt. Een werkrooster is opgesteld op basis van observaties en telefoontaps (door middel van stemherkenning), waarbij is gekeken naar het aantal gewerkte dagen in de periode van 7 tot en met 26 februari 2017.<footnote-ref linkend="_385b2488-1bd6-48f6-b623-62f801b7a3a8" /></para>
      <para>Volgens de observaties en telefoontaps heeft veroordeelde gewerkt op: 7 tot en met 16, 21, tot en met 25 februari 2017<emphasis role="italic">.</emphasis><footnote-ref linkend="_edddd50f-d674-4a68-af5b-f4a8ff17fb2b" /></para>
      <para>Hieruit blijkt dat veroordeelde in die periode, van in totaal 20 dagen, 15 dagen heeft gewerkt. Doorberekend naar de gehele periode van 309 dagen betekent dit dat hij (15/20 x 309 dagen=) 231,75 dagen heeft gehandeld in cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat hij tussen de € 50,00 en € 100,00 per dag verdiende met het verkopen van cocaïne, afhankelijk van zijn eigen gebruik.<footnote-ref linkend="_5f5a9df6-cc0f-4638-8a97-db5acf3876b4" /></para>
      <para>Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat hij tussen de € 50,00 en € 100,00 per dag verdiende met de handel in cocaïne, afhankelijk van de  verrichte werkzaamheden. Voor de enkele chauffeurswerkzaamheden werd het minst betaald.<footnote-ref linkend="_f205825d-6728-474a-a58c-dc69d097ac6a" /></para>
      <para>Uit de verklaring van [medeverdachte 3]<footnote-ref linkend="_4af0b4e5-1cb8-46ec-bace-e00e802d5322" /> blijkt dat de dealers tussen de € 100,00 en € 150,00 per dag verdienen voor het verkopen van cocaïne.</para>
      <para>Uit de getapte gesprekken tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] op 15 en 16 maart 2017 volgt dat [medeverdachte 5] duizend euro is kwijtgeraakt en ter compensatie 10 dagen moet werken voor [medeverdachte 4] .<footnote-ref linkend="_08761642-101b-415a-bd13-5332dc3a7b60" /></para>
      <para>Gelet op voornoemde verklaringen is de schatting van de politie dat verdachte per dag </para>
      <para>€ 100,00 verdiende aannemelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel betreft in dit geval het gewerkte aantal dagen maal de dagopbrengst, te weten 231,75 x € 100,00 = € 23.175,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde € 23.175,00 voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van de wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
      <para>€ 23.175,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis> voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van </para>
      <para>€ 23.175,00 (zegge: drieëntwintigduizend honderdvijfenzeventig euro) aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.B. de Wit en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2d8358f3-2aa3-4edd-a75c-f5540dcbc062" label="1">
    <para> Pagina 730 en de verklaring van veroordeelde ter terechtzitting van 11 juni 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_385b2488-1bd6-48f6-b623-62f801b7a3a8" label="2">
    <para> Pagina’s 1926, 1927 en 1928.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_edddd50f-d674-4a68-af5b-f4a8ff17fb2b" label="3">
    <para> Pagina 1927.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f5a9df6-cc0f-4638-8a97-db5acf3876b4" label="4">
    <para> Pagina 909.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f205825d-6728-474a-a58c-dc69d097ac6a" label="5">
    <para> Pagina 1128.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4af0b4e5-1cb8-46ec-bace-e00e802d5322" label="6">
    <para> Pagina 672. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_08761642-101b-415a-bd13-5332dc3a7b60" label="7">
    <para> Pagina’s 430 en 431.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>