<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2018:2030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-31T09:49:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/810180-05</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:2030">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:2030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-31T09:48:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2018:2030 Rechtbank Noord-Nederland , 30-05-2018 / 19/810180-05</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2018:2030:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlening van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang toegewezen. Geen verklaring voor grote sommen geld die –giraal- door de handen van veroordeelde zijn gegaan. Uit het gegeven dat in het verleden betalingsregelingen tot stand zijn gekomen en veroordeelde tijdens de zitting een regeling aanbiedt leidt de rechtbank af dat niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde buiten staat is om de vordering te voldoen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2018:2030:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kenmerk		: RK 18-4</para>
      <para>parketnummer 	: 19/810180-05</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 30 mei 2018 op de vordering van de officier van justitie, strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging  lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], </para>
      <para>wonend te [woonplaats] aan de [straatnaam],</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Bij vonnis d.d. 21 februari 2006 van de meervoudige strafkamer in de toenmalige Rechtbank Assen, thans Rechtbank Noord-Nederland, is veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 5.881,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vordering van 3 april 2018 heeft de officier van justitie aangevoerd dat veroordeelde niet aan voornoemde betalingsverplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken, waarbij de officier van justitie vordert verlof te verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 60 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang alsmede van het strafdossier met het hierboven genoemde parketnummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. M. Kappeyne van de Coppello, is gehoord ter openbare zitting van 16 mei 2018. Namens veroordeelde is mr. A.P.E.M. Pover, advocaat te Meppel, verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij zijn vordering strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 60 dagen. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat veroordeelde onwillig is te betalen. Weliswaar is gepoogd tot betalingsregelingen te komen ten aanzien van de vordering, maar deze zijn door veroordeelde niet of nauwelijks nagekomen. Daarentegen heeft veroordeelde in de periode van 8 januari 2016 tot en met 15 september 2017 van een zakelijke rekening, waartoe hij toegang had, in totaal € 249.980,- opgenomen, en in de periode van 11 juli 2016 tot en met 30 oktober 2017 van een op zijn naam staande privérekening in totaal € 28.870,-. Ondanks dat veroordeelde de beschikking had over dergelijke sommen geld, liet hij na de vordering te voldoen. </para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat veroordeelde niet onwillig is de vordering te voldoen. Tot viermaal toe heeft veroordeelde op eigen initiatief een betalingsregeling voorgesteld. Ook  ter zitting van de meervoudige raadkamer van 16 mei 2018 heeft veroordeelde bij monde van zijn raadsman een regeling aangeboden, die inhoudt dat hij per maand € 100,- betaalt. Hij is daartoe in staat, omdat hij sinds kort een baan als glaszetter heeft via een uitzendbureau. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van de stukken vast dat veroordeelde niet aan zijn betalings-verplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken. Niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde buiten staat is de vordering te voldoen, nu is aangevoerd dat veroordeelde over inkomen beschikt en namens hem een regeling wordt aangeboden. Ook het aangaan van betalingsregelingen in het verleden, ongeacht op wiens initiatief die tot stand zijn gekomen, duidt op het bestaan van betalingsmogelijkheden. Ten slotte is een deugdelijke verklaring voor voornoemde geldopnames van € 249.980,- en € 28.980,-, in totaal een veelvoud van de openstaande vordering, achterwege gebleven, zodat de rechtbank niet kan inzien waarom veroordeelde niet tot voldoening van de openstaande vordering is overgegaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal op grond van bovenstaande de vordering van de officier van justitie toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank wijst de vordering tot verlening van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 60 dagen toe.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Jeuring als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>