<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-20T08:31:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/930106-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-20T08:30:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:563 Rechtbank Noord-Nederland , 16-02-2017 / 18/930106-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vrijspraak van (medeplichtigheid) bij oplichting; nergens blijkt uit dat verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij de onderneming van de medeverdachte noch dat hij kon weten dat de overeenkomst voor de huur van de jaccuzi's en bar was gesloten onder een valse naam met de intentie om de goederen niet te retourneren en de kosten niet te betalen. Verdachte is enkel benaderd om de goederen op te halen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/930106-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 februari 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>02 februari 2017.</para>
      <para>De verdachte is verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Brontsema.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks 17 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi sunrans (type SR 830), hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) </para>
    </parablock>
    <para>- zich tegenover die [slachtoffer1] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer1] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [bedrijfsnaam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer1] mee te delen dat zij een jacuzzi wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, en een aanbetaling hebben/heeft gedaan van 200 euro, waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening en het retourneren van het goed werd gewekt en/of </para>
    <para>- bij het afhalen van de jacuzzi een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of </para>
    <para>- een uittreksel van de Kamer van Koophandel hebben/heeft overhandigd en/of </para>
    <para>- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer1] en/of </para>
    <para>- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>dat [mededader1] en [mededader2] in of omstreeks 17 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer1] hebben/heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi sunrans (type SR 830), hierin bestaande dat die [mededader1] en/of die [mededader2] en/of die mededader(s) </para>
    </parablock>
    <para>- zich tegenover die [slachtoffer1] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer1] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [bedrijfsnaam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer1] mee te delen dat zij een jacuzzi wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, en een aanbetaling hebben/heeft gedaan van 200 euro, waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening en het retourneren van het goed werd gewekt en/of </para>
    <para>- bij het afhalen van de jacuzzi een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of </para>
    <para>- een uittreksel van de Kamer van Koophandel hebben/heeft overhandigd en/of </para>
    <para>- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer1] en/of </para>
    <para>- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn bij/tot het plegen van bovengenoemd misdrijf verdachte in of omstreeks 17 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Ede, althans in Nederland, </para>
    <para>opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door (namens die [mededader1] en/of die [mededader2] ) de jacuzzi op te halen bij die [slachtoffer1] en/of de aanbetaling te doen en/of die [slachtoffer1] een kopie van de ID-kaart van die [naam] en/of een uittreksel van de Kamer van Koophandel van bovengenoemd bedrijf te verstrekken/af te geven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 in de gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi met deksel en een bar, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s) </para>
    </parablock>
    <para>- zich tegenover die [slachtoffer2] bekend hebben/heeft gemaakt met de de naam ' [naam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer2] hebben/heeft medegedeeld dat zij contact met hem opnamen namens een bedrijf in verband met een openingsfeest en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer2] mee te delen dat zij een jacuzzi en een bar wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd waarbij zij de indruk wekten te kunnen en zullen betalen en/of </para>
    <para>- bij het afhalen van de jacuzzi en de bar een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of </para>
    <para>- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer2] en/of </para>
    <para>- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn; </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat [mededader1] en [mededader2] in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met </para>
      <para>26 mei 2013 in de gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi met deksel en een bar, hierin bestaande dat die [mededader1] en/of die [mededader2] en/of die mededader(s) </para>
    </parablock>
    <para>- zich tegenover die [slachtoffer2] bekend hebben/heeft gemaakt met de de naam ' [naam] ' en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer2] hebben/heeft medegedeeld dat zij contact met hem opnamen namens een bedrijf in verband met een openingsfeest en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer2] mee te delen dat zij een jacuzzi en een bar wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd waarbij zij de indruk wekten te kunnen en zullen betalen en/of </para>
    <para>- bij het afhalen van de jacuzzi en de bar een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of </para>
    <para>- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer2] en/of </para>
    <para>- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn bij/tot het plegen van bovengenoemd misdrijf verdachte in of omstreeks 17 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 in de gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door (namens die [mededader1] en/of die [mededader2] ) de jacuzzi en de bar op te halen bij die [slachtoffer2] en/of die [slachtoffer2] een kopie ID-kaart van die [naam] te verstrekken en/of af te geven.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en dat zowel het onder 1 als 2 subsidiair ten laste gelegde kan worden bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat verdachte, nadat hij door medeverdachten [mededader2] en [mededader1] was gevraagd om voor een door [mededader1] te organiseren feest met de auto van [mededader2] de jacuzzi's en de bar op te halen, bij het ophalen van de goederen een kopie van de ID-kaart van de hem onbekende [naam] heeft overgelegd en daar geen enkel onderzoek naar heeft verricht. Vervolgens heeft verdachte de goederen naar een garagebox gebracht, terwijl hij niet heeft geïnformeerd naar de betaling voor de goederen noch naar de retournering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is van mening dat hij vrijgesproken dient te worden van beide tenlastegelegde feiten. Hij is via medeverdachte [mededader2] door medeverdachte [mededader1] gevraagd om de jacuzzi's en de bar op te halen voor een feestje dat [mededader1] zou geven. Verdachte verrichtte wel vaker klusjes voor [mededader2] , omdat hij op dat moment geen werk had en op deze manier wat geld kon verdienen. Hij kon daarvoor de auto van [mededader2] gebruiken. Hij kreeg van [mededader1] een kopie van de ID-kaart van [naam] mee en € 200,00 voor de borg. Verdachte kende [naam] niet, maar heeft er niet naar geïnformeerd wie dat was, omdat hij verder niets van doen had met de bedrijfsvoering van [mededader1] . Verdachte heeft de goederen samen met medeverdachte [medeverdachte3] opgehaald en naar de garagebox gebracht. [mededader1] zou zelf de goederen daar ophalen voor het feest. Voor het ophalen van de goederen kregen ze € 50,00. Verdachte was er niet mee bekend dat het niet de bedoeling was om voor de jaccuzi's en bar te betalen. Als hij dat had geweten, had hij de goederen niet opgehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde, aangezien daartoe in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde eveneens niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan ook worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. </para>
      <para>Vast staat dat medeverdachte [mededader2] verdachte heeft benaderd om voor medeverdachte [mededader1] iets op te halen. Van [mededader1] hoorde verdachte dat het ging om twee jaccuzi's en een bar. Hij kreeg van haar een kopie van een ID-kaart (van [naam] ) mee en € 200,00 voor de borg. Verdachte kon de auto van [mededader2] lenen en heeft samen met medeverdachte [medeverdachte3] de goederen opgehaald en naar de garagebox gebracht. </para>
      <para>Voor een bewezenverklaring is noodzakelijk dat vastgesteld kan worden dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij de door de medeverdachte(n) gepleegde oplichting(en). Nergens blijkt echter uit dat verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij de onderneming van [mededader1] noch dat hij kon weten dat de overeenkomst voor de huur van de jaccuzi's en bar was gesloten onder een valse naam met de intentie om de goederen niet te retourneren en de kosten niet te betalen. Verdachte is enkel benaderd om de goederen op te halen. Dat verdachte geen onderzoek heeft ingesteld naar de door hem aan aangever overgelegde kopie van de ID kaart van [naam] acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de ten laste gelegde medeplichtigheid.  </para>
      <para>Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partij</title>
    <para>
      [slachtoffer2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering dient hoofdelijk te worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is niet bereid de vordering te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer2] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat  de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. E.C.M. Wolfert en </para>
      <para>mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017.</para>
      <para>Mr. M. van der Veen en mr. E.C.M. Wolfert zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>