<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:5117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-18T12:24:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/17/154056/ KG RK 17/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:5117">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:5117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-18T12:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:5117 Rechtbank Noord-Nederland , 22-03-2017 / C/17/154056/ KG RK 17/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:5117:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>wederom een wrakingsverzoek wegens het niet honoreren van verzoeken van verzoeker.</para>
        <para>Niet-ontvankelijk + bepaling misbruik van recht</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:5117:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f2588b63-08d7-4b78-bdcc-ea9a464bacf3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb327ccb-3791-4a01-98d1-cd8105d9592b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/17/154056/ KG RK 17/99</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 22 maart 2017 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek ex artikel 36 Wetboek van rechtsvordering (Rv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>verzoeker tot wraking,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van <emphasis role="bold">mr. M.J. Dijkstra</emphasis> (hierna te noemen: mr. Dijkstra), rechter van deze rechtbank (locatie Leeuwarden, afdeling privaatrecht, onderdeel familie- en jeugdrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 24 maart 2016 heeft de kinderrechter [minderjarige], de in 2013 geboren zoon van [verzoeker], tot 24 maart 2017 onder toezicht gesteld van het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid (hierna te noemen: het Regiecentrum). Op</para>
        <para>1 februari 2017 heeft het Regiecentrum de kinderrechter verzocht de ondertoezichtstelling (OTS) van [minderjarige] met één jaar te verlengen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer C/17/153183 / FJ RK 17/102. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij brief van 3 februari 2017 heeft de rechtbank [verzoeker], het Regiecentrum en [A], de moeder van [minderjarige] en ex-echtgenote van [verzoeker], uitgenodigd voor de zitting van mr. Dijkstra van 10 maart 2017 om 09:30 uur voor de behandeling van het onder 1.1 genoemde verzoek tot verlenging van de OTS van [minderjarige].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij faxbericht van 10 maart 2017 om 09:30 uur heeft [verzoeker] mr. Dijkstra gewraakt. In verband hiermee heeft de mondelinge behandeling van het verzoek tot verlenging van de OTS van [minderjarige] geen doorgang gevonden en is de mondelinge behandeling verplaatst naar de zitting van 17 maart 2017 om 09:30 uur.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beslissing van 16 maart 2016 (met nummer C/17/153853 / KG RK 17/84) heeft de wrakingskamer, bestaande uit mr. M. Brinksma, mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en</para>
        <para>mr. W.S. Sikkema, het onder 1.3 genoemde wrakingsverzoek afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verlengingsverzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 maart 2017 om 09.30 uur. Tijdens deze zitting heeft [verzoeker] mr. Dijkstra opnieuw gewraakt, waarop de mondeling behandeling is geschorst. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij beslissing van 17 maart 2017 (met nummer C/17/153983 / KG RK 17/94) heeft de wrakingskamer, bestaande uit mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, mr. T.K. Hoogslag en mr. M. Sanna, het onder 1.5 genoemde  wrakingsverzoek afgewezen. Vervolgens is de mondelinge behandeling van het verlengingsverzoek voortgezet. De beschikking op dit verzoek is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <parablock>
        <para>Bij faxbericht van 21 maart 2017 om 16:03 uur heeft [verzoeker] mr. Dijkstra opnieuw gewraakt. Vervolgens is een wrakingskamer samengesteld, bestaande uit</para>
        <para>mr. A. van der Meer, mr. A.H.M. Dölle en mr. J.A. Werkema. Op 22 maart 2017 heeft</para>
        <para>mr. Dijkstra de wrakingskamer bericht niet in de wraking te berusten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft, gelet op het navolgende, afgezien van een mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het wrakingsverzoek van [verzoeker]</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Artikel 37 lid 4 Rv bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ingeval van misbruik van het instrument van wraking kan bepaald worden dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen (artikel 39 lid 4 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>In het kader van de eerdere wrakingsverzoeken heeft [verzoeker] zich beklaagd over processuele beslissingen van mr. Dijkstra, genomen in de periode vóór de mondelinge behandeling van het verlengingsverzoek ter zitting van 17 maart 2017 en tijdens deze zitting. Deze beslissingen komen er kort gezegd op neer dat mr. Dijkstra heeft geweigerd om op voorhand, vóór de mondelinge behandeling van het verlengingsverzoek ter zitting, het Regiecentrum op te dragen bewijs te leveren van de door haar aan het verlengingsverzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, zoals door [verzoeker], met verwijzing naar de artikelen 21, 22 en 150 Rv, meermalen was verzocht. Daarbij heeft</para>
        <para>mr. Dijkstra tijdens de mondelinge behandeling van verlengingsverzoek aangegeven dat zij in haar beschikking op het verlengingsverzoek zal beslissen op het verzoek van [verzoeker]. Volgens [verzoeker] geven deze beslissingen er blijk van dat mr. Dijkstra vooringenomen en partijdig is. In zijn beslissingen van 16 maart 2017 en 17 maart 2017 heeft de wrakingskamer deze stellingname niet gevolgd en de wrakingsverzoeken afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt vast dat [verzoeker] in het kader van de onderhavige wrakingsprocedure de onder 2.2 vermelde processuele beslissingen van mr. Sanna opnieuw aan de orde stelt en niet tevens nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag legt aan zijn nieuwe wrakingsverzoek. In het onderhavige wrakingsverzoek heeft [verzoeker] weliswaar de gronden die ten grondslag liggen aan de eerdere wrakingsverzoeken nader toegelicht (onder meer met verwijzing naar uitspraken van het EHRM), maar deze toelichting behelst geen nieuwe feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat [verzoeker] niet in het onderhavige wrakingsverzoek ontvangen kan worden. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Nu de eerdere wrakingsverzoeken zijn afgewezen en in de onderhavige wrakingsprocedure [verzoeker] zijn ongenoegen over voormelde processuele beslissingen nogmaals kenbaar heeft gemaakt en voor het overige geen nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd aan zijn nieuwe wrakingsverzoek, moet onder deze omstandigheden worden aangenomen dat het wrakingsinstrument is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de onder 1.1 bedoelde procedure te frustreren. Om die reden is de wrakingskamer van oordeel dat sprake is van misbruik van het wrakingsinstrument. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van [verzoeker] in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van [verzoeker] in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A. van der Meer, voorzitter, en mr. A.H.M. Dölle en mr. J.A. Werkema als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door de griffier,</para>
        <para>mr. J.R. Leegsma, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">c467</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>